Papa gaat op kamers 6

Sinds enkele weken heb ik de beschikking over een schrijfkantoor. In het voormalige belastingkantoor in de binnenstad maak ik gebruik van een kamer. Ondertussen heb ik al heel wat knusse uurtjes daar door gebracht en ik moet zeggen dat het bevalt. In de eerste plaats is er het uitzicht. Ik kijk uit op het Noorderplantsoen. De bomen zijn nu nog groen, vandaag tegen een schitterende blauwe achtergrond en zonovergoten. Binnenkort zal ik de val van de bladeren kunnen observeren en de herfststormen hun krachten zien verspillen. Dat uitzicht is heerlijk. Tussen twee regels door even kijken of alles er nog is.

Het is er stil. Althans bijna altijd. Af en toe loopt er iemand door de gang, hakken tikken hun weg door de ruimte. Soms klinken er ver weg stemmen die dan plots heel luid worden als de pratende voetgangers langs mijn raam komen. En heel soms is er een pandgenoot die Led Zeppelin op de platenspeler gooit en elke noot duidelijk hoorbaar uit zijn boxen laat schallen. Ach, het is een klassieker dus ok. Maar de stilte overheerst.

Dan is er de afstand. Ik moet een stukje fietsen om er te komen. Ik ga echt naar mijn werk, dat idee. Nog leuker is dat ik in de stad zit. Die ervaring heb ik eigenlijk nooit gehad. De deur achter je dicht trekken en binnen vijf minuten lopend op de Grote Markt zijn. Tussen twee stukjes is dat heel aanlokkelijke en motiverend.

Kortom ik zit er wel lekker. Maar of de stukjes er nou beter van worden? Dat is nog maar de vraag. De totstandkoming is wel anders en op een bepaalde manier ook beter.

Lipdubbende overBuuv

Lipdub, kent u die uitdrukking?

Ik niet, maar ik ben ook niet zo hip. Gelukkig heb ik een overbuuv die zeer met haar tijd meegaat en die mij en de rest van de buurt leerde wat een lipdub is. Op het feest ter ere van haar jarige man, liet ze ons een zelfgemaakte lipdub zien.

Simpel gezegd is het een opname van een take in een gebouw met meerdere ruimtes waar de camera doorheen loopt en overal op ludieke gasten stuit die het liedje dat klinkt playbacken en uitbeelden met maffe kleding, rare attributen en bordjes met teksten. Ideaal om als universiteit of school je te presenteren. Overbuuv deed het in haar eigen huis met haar kinderen als lipdubbers. Elke scene verbeelde een stukje uit het leven van de verjarende echtgenoot. Prachtig beelden van swingende dochters en een stoer dansende zoon.

Nieuwsgierig geworden tikte ik zojuist de term ‘lipdub’ in en kwam een prachtige tegen gemaakt in de UB van de universiteit Groningen. En ja, tussen de studenten duiken ze op: Rooie Rinus en Pé Daalemmer. Geniet van deze keigave LIPDUB:

Papa gaat op kamers 6

image201109170001Ik heb een tafel, beter gezegd: ik heb een oude tafel. In de studeerkamer thuis stond deze tafel. Eigenlijk te klein om voor studeertafel door te gaan. Maar zo gaat, als eenmaal iets staat moet je van goeden huize komen om het te verplaatsen. Zo ook de tafel in de studeerkamer. Er zaten vier poten onder, handig voor een tafel. Toch waren het geen goede poten, want te klein. Met klosje verlengde ik de korte pootjes tot lange poten. Zo voldeed de tafel lange tijd.

Tot ik zo nodig een schrijfkantoor wilde hebben en kreeg. De inrichting is eenvoudig, met een kast en wat stoelen en lampen, een Issing aan de muur en een kapstokje, is het goed. En dus met een tafel. Om een nieuwe te kopen was wat veel van het goede. Maar een nieuw bureau voor de studeerkamer kon natuurlijk wel. Ik bezocht vanochtend de IKEA, laadde mijn auto vol met bureau en accessoires en reed met mijn dochter en een appelflapje naar huis. Snel de nieuwe, in hoogte verstelbare bureautafel in elkaar gezet. Tevreden over het vlekkeloze witte tafelblad en de glimmende pootjes, begon ik aan de demontage van de kantoortafel. Pootjes eraf, in de auto, andere spullen meenemen en naar het VBK(voormalig belastingkantoor).

Ter plekke had ik de tafel snel op zijn pootjes terecht laten komen. Op mijn directiestoel zit ik nu dit stukje te tikken. Het schrijft lekker. Ik wieg wat heen en weer op de enorme bureaustoel. De tafel heb ik zo geplaatst dat ik door het linkerraam kan kijken. Ik kijk uit op de bomen, die nog zomers groen zijn, van het Noorderplantsoen. Voor de bomenrij ligt een schip, zo’n oude binnenwater schip, waar mensen op wonen. Een gele mast en een lila kleurig geverfde roef en buitenkant. Op het schip geen zeilen, maar wel een tv-schotel. Achter het schip zie ik door het groen, de auto’s rijden richting Wilhelminakade. Aan deze kant van het Reitdiep zie ik mijn auto, volgende keer elders parkeren. Tussen auto en mijn raam loopt het trottoir. Regelmatig gaan er mensen voorbij. Door het open raam hoor ik ze praten of bellen (dat is ook praten, maar irritanter omdat je niet kunt horen wat de ander zegt). Ik kan dus heerlijk afgeleid worden.

In het pand is wel leven. Er lopen af en toe mensen over de gang. Ik ken er een paar, uit andere CareX-panden. Ben wel nieuwsgierig, naar mijn buren. Maar dat komt wel. Op zich is het rustig, en kan ik dit stukje in een lekkere flow schrijven. Het gaat wel goed komen in dit schrijfhok.

Papa gaat op kamers 5

Tja, Aargh stelde de vraag en ik pieker me suf. Aargh is weblogster en schrijft over de natuur. Ik lees haar graag en leer altijd wat over planten en dieren. In mijn vorige bericht schreef ik over mijn nieuwe werkplek. Mijn schrijfkantoor, letterenbureau, verhalenkamer of wat voor naam je ook kunt bedenken voor een schrijvershok. Aargh vraagt zich af wat de werkplek voor effect op het schrijven heeft.

Het schrijfkantoor zal nooit de status krijgen van de schrijfhut van Roald Dahl. In een oude oorfauteuil met zijn voeten op een houten kist, op afstand gehouden door een kabel die aan de stoelpoten gebonden was, schreef hij zijn verhalen. Het papier lag op een houten paneel op zijn schoot. Omdat hij in de stoel last had van zijn rug had hij uit de leuning een stuk gesneden om comfortabel te zitten. Dahl is dood, zijn huisje staat op instorten. Kost half miljoen pond om op te knappen. Kleindochter houdt een inzameling en krijgt kritiek. Elke vijf seconde gaat er een boek van Dahl over de toonbank. Dus kassa. Geld zat om het huisje van opa op te knappen. Overigens is kleindochter een miljoenen verdienend model geweest. Geschat vermogen: 4.5 miljoen pond. Niemand wil meedoen met de inzameling. Hoe dan ook, Dahls plek inspireerde hem en hij kon zich afsluiten van de wereld. Twee belangrijke factoren in het schrijfproces.

Mijn gedroomde effect is dat het schrijven geconcentreerder gaat verlopen. Ik dwarrel nu door het huis, lanterfanter, doe even iets in het huishouden (heel soms) of maak lawaai op mijn gitaar (heel luid). En ik moet dan later met moeite de draad weer zien op te pikken. In mijn schrijfkamer zal ik minder afgeleid worden. Het schrijven zal sneller gaan. Of maak ik een denkfout? In het pand wonen en werken vele mensen met allerlei achtergronden. Die wil ik natuurlijk leren kennen. Gevolg van een nieuwsgierige aard. Daar ga je al. Ook kan ik uren naar buiten kijken, naar het park, het water en de weg. Ik kan besluiten om eventjes de stad in te wandelen, immers het is zo dichtbij. Kortom de verleidingen zijn enorm. Dus dat concentratieverhaal is onzinnig. Rest de factor inspiratie. Die zal er voldoende zijn. Laten we het daar maar op houden dat er een inhoudelijk effect is op het schrijven. Zie het als een vlucht uit de buitenwijk, terug naar het leven. Van stilte naar lawaai, vanuit de rand naar het midden.

Misschien zal ik over een jaar toch moeten erkennen dat het hebben van een schrijfbureel niet goed werkt. En zal ik dan kiezen voor een rustig plekje. Een tuinhuisje à la Roald Dahl. Of een klein woninkje op een volkstuin. Lekker in het groen. Maar daarover kan ik niet schrijven, dat doet Aargh al en goed ook. En ze gaat gelukkig gewoon door, ook als haar weblog door cyberterroristen vernietigd wordt. It’s a shame!

Papa gaat op kamers 4

Gelukkig is er een slot op de deur gekomen. Toen ik wat rondscharrelde en aanrotzooide in mijn lege nog niet ingewijde kantoortje, Ik trof Kees, de technische man van CareX in de gangen van het oude Belastingkantoor. Hij droeg een stapel nieuwe cillindersloten en een daarvan was voor mij. Met veel zaagsel als restprodukt, keurig op de grond achtergelaten in de deuropening, liet hij mij achter met sleutel en slot. Na het slot goed geprobeerd en goedgekeurd te hebben, besloot ik later op de middag mijn spullen te verhuizen.

In de auto, die meer dan een gezin kan vervoeren, propte ik de spullen die ik uit onze restboedel had geselecteerd. Bureaustoel, klapstoeltjes, tafeltje, houten boekenrek, lampje, ladenkastje en prullaria. Ter plekke alles naar binnengebracht, nadat ik eerst de kamer lekker schoongezogen had. Boekenrek inelkaar gezet, historische wandkaart aan de muur, kapstokje opgehangen en spullen op de plaats gezet. Zo begon het al heel wat te worden. Het enige dat ik nog moet regelen is een tafel, wel handig in een kantoor. Gelukkig is Mamamini dichtbij het kantoor.

In de Mamamini viel het niet mee een tafel uit te zoeken. Niet te groot, niet te klein. Prijs mag niet te gek hoog liggen, het moet wel leuk blijven. Liever geen echt bureau met ladenblokken eraan vast. Je moet ook gewoon aan de tafel kunnen zitten koffie drinken en de wereld beschouwen of een puzzel maken. Hout of metaal? Kortom: ik moet weer eens kiezen.

Ik heb wel een pracht van een bureaustoel gekregen van vriendin C. dus daaraan zal het niet liggen: zo'n echte directeurstoel, zwart en breed. Daarmee moet het schrijven wel lukken. Maar dat zal ik maandag gaan ontdekken. Dan ga ik mijn eerste stukje schrijven. Met of zonder tafel, een laptop kan per slot van rekening ook op schoot.

Papa gaat op kamers 3

Meldde ik vorige week vrolijk en blij dat ik op kamers zou gaan, nou het is er nog niet van gekomen. Ik heb de sleutel van de hoofdingang, ik heb in de garage mijn meubeltjes staan, maar de kamerdeur van mijn kantoor is nog niet afsluitbaar.

En dat het kantoor niet afsluitbaar vind ik een onprettig idee. Ik ben namelijk iemand die zelfs een oud stadsfietsje met drie hangsloten vastzet, vier keer checkt of de sleutels in mijn zak zitten en niet in het slot, uiteindelijk twee keer naar buiten gaat om te controleren of de fiets er nog staat, terwijl ik vanuit het restaurant, winkel of café een prima zicht heb op mijn oude wrak. Bovendien wie wil er nu een fiets waarvan het slot het duurst is? Nee, ik ken mijn neurotische tics. Dus ik durf nog geen kladblokje achter te laten in mijn nieuwe kantoor, zolang er geen deursloot op zit. Stel je toch eens voor dat er zomaar iets verdwijnt. Niet dat ik waardevolle meubels, apparatuur of kunstwerken ga neerzetten in het kantoortje, maar het is het idee. Een waanidee, ik weet het. Feit is dat ik nog niet echt op kamers ben gegaan. Het moet er nu toch echt van gaan komen. Morgen maar eens een actiepunt ervan maken.

Ook met de werktafel wil het niet vlotten. Ik heb Mamamini diverse malen gecheckt, maar de ideale werktafel annex ontmoetingsplek c.q. hangplek dan wel alternatieve toog is nog niet gevonden. Maar ik ben zeker dat die er gaat komen. Moet ik er wel een actiepuntje van maken. Morgen dan maar.

Papa gaat op kamers 2

In de ochtend meldde ik me voor het voormalige belastingkantoor om kantoorruimte te bekijken. De hoofdbewoonster ontmoette ik nadat ik door lange kantoorgangen en over brede trappen was gelopen. Namens CareX heet zij de nieuwkomers welkom en regelt zij de interne zaken. Met haar inspecteerde ik de kantoortjes. Ik had mijn zinnen gezet op een plek aan de voorkant van het gebouw, ik ben tenslotte een nieuwsgierig typetje. Aanvankelijk leek er alleen nog plek aan de achterzijde, met een zicht op de parkeerplaats. Ach, dacht ik, what the hack, de ruimtes zijn allemaal gelijk, dan maar een minder uitzicht. Ik doe het, zei ik haar.

Met de auto reed ik naar het bureau van CareX. Ter bureau bleek dat de kamer aan de voorkant toch nog vrij was. Juich! De officiële handelingen wist de kundige medewerkster van het bureau snel te verrichten. We plaatsten handtekeningen, wisselden geld voor sleutels. En toen wist ik het even niet meer. ‘Wat moet ik nu doen?’ De service van mijn favoriete CareX-frontoffice-dame strekt ver, maar hierin kon zij mij niet helpen. ‘Gewoon beginnen, spullen verzamelen en aan de slag.’ Mooi advies. Doen we dan maar.

Vanavond reed ik Mijn Lief naar het pand. Vol bravoure opende ik de deur met mijn nieuwe sleutel. Helaas kon ik zonder haar hulp de sleutel niet uit slot krijgen, dus met die bravoure viel het ook wel weer mee. Samen bekeken we kamer. De vloerbedekking is fantastisch in haar lelijkheid: uit mijn hoofd, groene ruiten op rood achtergrondje, of andersom. Systeemplafond, met ingebouwde tl-bakken, lamellen voor de twee ruiten, vier bij ruim vijf meter vloeroppervlakte. Plus uitzicht op het Reitdiep, het Noorderplantsoen en de lucht daarboven. Als dat geen inspiratie oplevert weet ik het ook niet meer.

De locatie is prima, nabij het centrum en park voor de deur. Met andere woorden: kan niet beter. (al ken ik iemand die een ruimte van honderd vierkante meter had met balkon aan de Grote Markt, maar zij woont ondertussen ook gewoon in een buitenwijk, bij mij in huis). Morgen spullen verzamelen.

Papa gaat op kamers….

Een schrijver heeft een werkkamer nodig. Wij wonen in een huis met veel kamers. Huiskamer, slaapkamer, badkamer, zolderkamer, kinderkamer, eetkamer, studeerkamer en ruimtes met kleinere oppervlaktes waar we namen voor hebben als toilet, washok, berging, tweede toilet, hal en gang. In principe kan ik overal schrijven, met mijn laptop of mijn opschrijfboekje. Geen enkel probleem. Maar ik kreeg niet het gevoel dat ik aan het werk ging. Het schrijven ging tussen lummelen en huishouden door. Een tussendoortje leek het. Sinds ik niet meer echt werk, mis ik het ritueel van naar het werk gaan. ’s Ochtends in een grote stoet werklustigen door het Standspark fietsen of met de auto in de file op de ringweg om naar kantoor te gaan. Ik heb daarom besloten om op kantoor te gaan schrijven.

Maar hoe kom je aan een kantoor? Mijn schrijfwinkeltje draait niet op zo’n niveau dat ik hoge vaste lasten kan bijeenschrijven. Gelukkig is er CareX, specialist in het beheren van tijdelijk vrijgekomen panden. Het bureau regelt voor gebouwen die nog geen nieuwe definitieve bestemming hebben gekregen, tijdelijke bewoning of benutting. Studenten, mensen met een kleine beurs, asielzoekers wonen er, kunstenaars richten in de panden hun ateliers in en kleine of startende bedrijfjes houden er kantoor. Ik heb reportages gemaakt voor dit bedrijf, heb vele voorbeelden gezien (zie CareXtoria) en kwam zo op het idee om bij CareX een kantoorruimte aan te vragen.

Binnenkort kan ik al gaan kijken. Ik mag in het voormalige Belastingkantoor aan de Hofstede De Grootkade in Groningen gaan beoordelen of ik de ruimte daar geschikt vind. Ik heb het gevoel als of ik op kamers ga. Ongetwijfeld voldoet de ruimte aan mijn eisen. Die zijn simpel: ruim genoeg voor een schrijftafel, niet hoog in een gebouw en tussen mijn huis en de binnenstad. Alle drie raak. In huis ben ik al aan het rondspeuren wat ik kan gebruiken voor de inrichting. Ik zal mensen in mijn omgeving, bij deze dus, vragen of men nog overbodige edoch goed werkende spullen heeft die ik zo mogen gebruiken. Natuurlijk moet ik ook bij Mamamini langs, de kringloopwinkel, altijd leuk.

Binnenkort fiets ik dus met mijn laptopje om mijn schouder door het Stadspark naar mijn werkplek. Papa gaat naar kantoor. En als hij genoeg woorden heeft geschreven mag hij weer naar huis, mag hij koken.

Dus mijn oproep moge duidelijk, laat weten als je nog overtollig maar goed kantoorspul hebt. Ben benieuwd.

Boeken in de kast

Ons huis is geüpgraded. We lieten vorige week de houten vloer opknappen. Geschuurd en mooi licht is ie nu geworden. Ook de wanden hebben een lekker kleurtje gekregen. Omdat alles er uit moest, moest ook alles er weer in. Nou ja, bijna alles. De flatscreen hebben we achtergelaten in de studeerkamer. Nu hebben wij een woonkamer zonder opdringerige stemmen of flitsende beelden. Geen zappers op de bank, maar rust. In alle rust kunnen we nu lezen of schrijven, of gewoon rustig zitten.

Omdat je niet alle klusjes tegelijk moet doen, moest ik vandaag de boekenkast nog terugbrengen in de kamer. Nee, ik moest niets, ik moest het van me zelf. Het tillen van de kast en de dozen met boeken kostte me moeite. Ik werd perfect geholpen door mijn sterke zoon (die mij kan optillen). Hij sjouwde en hij wees mij erop toen ik badend van het zweet aan het inpakken van de boekenkast wilde beginnen, dat ik moest gaan rusten. Ik volgde zijn advies direct op.

Na de rust keek ik naar de stapels boeken op de tafel. Het hele blad lag vol. Niets vind ik zo leuk als boeken op alfabet zetten, in volgorde van de schrijvers. Muziekje aan, beetje meezingen, en wat meefluiten, af en toe een afkondiging ten beste geven van de oude hits. Boekjes sorteren, op een lijntje zetten. En op een afstandje kijk of het goed lijkt. Ik was tevreden.

Op een afstandje ging ik zitten om te kijken naar de ruggen van de boeken. De volgorde is nu ietsje anders, maar misstaat niet. Boeken maken de kamer warm en compleet. Ineens zag ik dat ik na twee uur iets over het hoofd gezien had. Ik had de kast niet tegen de groene wand, maar tegen de witte muur moeten plaatsen. Oeps.

Vier Mijl hard en heuvelopwaarts getraind

I-pod niet opgeladen. Zonder muziek het park in. Lopen, trainen voor de Vier Mijl. Lange tijd gedacht dat mijn ziekte mij zo had beperkt dat hardlopen er niet meer in zou zitten. Het blijkt nog altijd te kunnen. Een paar keer per week loop ik dus weer. Op de weg gaat het goed, alleen heuvelopwaarts vrees ik voor moeilijkheden. Ik ga uitzoeken of ik het nog kan: heuveltjes lopen

Ik ken de route van de Vier Mijl. Dus ik weet dat op het eind twee hellingen verscholen zitten. Het spoorwegviaduct en het begin van de Herestraat. Die ga ik verkennen. Voor mij loopt een renner in een rood shirt, de afstand bleef tot de Parkweg gelijk. Zijn tempo ligt aardig hoog, ik voel mijn ademhaling oplopen. Tevreden met de snelheid en de soepelheid volg ik hem.

Voor het station langs naar het Hereplein. Om me heen lopen vroege zondagse reizigers, taxichauffeurs hangen rond hun wagens, twee mannen maken foto’s van elkaar. Ik draaf door. Op het plein rijden twee cabrio’s met opgewekte vijftigers over de busbaan. De heren sturen, de dames gebaren naar elkaar. Het belooft een fijn ritje te worden, de warmte neemt toe. Zuiderdiep oversteken, de lege winkelstraat voor me. Zonder winkelend publiek is pas duidelijk hoe het hoogteverschil is. Er moet een heuse bult worden opgerend. Tot aan de MacDonald’s is het omhoog. Rustig dribbelend ga ik voort. Het gaat makkelijk. Geen probleem. Ik heb me weer eens sappel gemaakt om niets. Natuurlijk kan ik dat. Parkinson heeft nog niet alles omgezet in beperkingen. Ik loop, ik loop hard genoeg, ik loop soepel en ik blijf lopen.