Ramblas in de buitenwijk

In mijn buitenwijk is het stil. Het is herfstvakantie. De buurt is leeggestroomd. Gezinnen met kleine kinderen zitten in vakantieparken op de Waddeneilanden of de Veluwe. Buren met pubers doen een stedentrip. Cultuur opsnuiven in Parijs, Berlijn of Rome in de nazomerzon. Ze zullen zeker genieten. Ik blijf thuis en ga fluitend over straat. Mijn herfstvakantie kan niet stuk. Ook niet als ik de hond uitlaat en opnieuw overvallen word door een regenbui. Nee, ik loop met mijn mobiel op zak, hand op het toestel zodat ik het meteen weet als er een sms binnenkomt. Om de minuut check ik toch even het display. Geen bericht. Als de regen serieuze vormen aanneemt, voel ik het toestel trillen. Gelukkig. Ze is me niet vergeten. Met kloppend hart open ik het bericht.

En zo gaat het de hele dag door. Als een verliefd schooljongen, doe ik maar een ding: wachten op het volgende bericht. De afwas blijft staan, de wasmand puilt uit, het eten haal ik bij de Chinees. Ik vergeet de post uit de bus te halen en de krant ligt ongelezen naast een uitgedroogd klokhuis. En dat terwijl ze maar drie nachten weg is. Even in de herfstvakantie met onze dochter naar Barcelona. Daten met Gaudi, shoppen bij Zara en luieren op het strand. En heel veel sms’jes sturen naar huis.

De zon, de tapas, de cava en het lichte leven in Catalonië volg ik via mijn mobiel. Als ik mijn verlaten straat in loop, kaarsrecht en met uniforme huizen en aangeharkte tuinen, en de regen overgaat in hagel, blijf ik glimlachen. Door de sms’jes slenter ik denkbeeldig op de Ramblas. Niets kan mij raken.

Vanavond is ze al weer thuis. Een verrukkelijk vooruitzicht: mijn vrouw gebruind door de Catalaanse zon. Snel naar huis, de resten van mijn vrijgezelle dagen opruimen. Mijn herfstvakantie kan niet meer stuk.

Doe het zelf lawaai op zaterdagochtend

Het is zaterdag, tijd om uit te slapen. Daar is een buitenwijk geschikt voor. Eigenlijk is zo’n wijk voor slapen gemaakt. Overdag werken en naar school, ’s avonds sociale contacten en sporten en dan slapen. Door de week ontwaakt de wijk vroeg. Als de krantenjongens hun ronde hebben gedaan, vertrekken de eerste wijkgenoten al naar hun werk. Korte tijd later is de buurt ontvolkt. Maar op zaterdag is dat anders. Dan blijven de rolgordijnen naar beneden, worden kinderen voor playstation of dvd geplaatst en draaien de afgetobde ouders zich om, al dan niet tegen elkaar aan gedrukt. Nog even een uurtje of wat liggen in bed. Slapen of minnen, in ieder geval in alle rust de dag afwachten. Zelfs de wekker tikt zachter.

In de buitenwijk zijn vroege vogels die ook op zaterdag niet uitslapen. Die komen in alle vroegte uit hun bed. Na een snel ontbijt en een hete koffie zijn ze niet meer te houden. Acht uur ’s ochtends openen ze de tuinschuur en kijken verlekkerd naar hun elektrische tuintools. Zachtjes strelen ze de hogedrukspuit, voorzichtig pakken ze de bladblazer en leggen de elektrische heggenschaar klaar. Eerst de bladeren wegblazen en dan de tegels spuiten. Om dan het gazon te maaien. De laatste vogel vliegt op uit de tuin als het oranje verlengsnoer wordt uitgerold. Het apparaat gaat aan. Met veel decibellen vliegen de bladeren door de tuin. Keurig netjes wordt het. Een mooie hoop van hersftbladeren ontstaat. Vol genot en op vol volume klaart de buurman zijn klus.

Het geraas dringt door in de slaapkamer. Al is het raam gesloten, het geluid is alom aanwezig. Het is kwart over acht. Uitslapen is onmogelijk. De bladblazer stopt en de grasmaaier neemt het over. Verderop is nu ook actie in de tuin. Een boormachine en een decoupeerzaag worden aangezet om een speelhuisje te maken.

Het is zaterdag in de buitenwijk, het weekendleven begint, ik geef me over en kom uit bed. Misschien dat een douche het lawaai kan overstemmen.

Vier Mijl, wat is daar nou leuk aan?

Hardlopen is een eenzame bezigheid. Je moet het in je eentje doen. Met je eigen benen en op je eigen kracht. Het is heerlijk na een dag hard werken, vol vergaderingen en talloze telefoontjes. Even de kop leegmaken. In alle rust je grenzen opzoeken. De enige die je mag tegenkomen ben je zelf. De hele weg voor je en achter je is leeg, de wereld aan je voeten.

Maar af en toe moet je het omdraaien. Soms moet je juist de drukte in met je loopschoenen. Zondag was het weer zo’n dag: de Vier Mijl. Al weken doken overal in de stad de Vier-Mijl-logo’s op. De lokale media werkten de jaarlijkse Vier Mijl draaiboeken af. En overal in het Stadspark en Noorderplantsoen renden groepjes lopers hun trainingsrondjes. Elk jaar lijkt de gekte te groeien. Met 20.000 mensen de Vier Mijl lopen, kan dat nog leuk zijn?

Wat is de lol om met duizenden tegelijk in een startvak te staan?Is het leuk om ingehaald te worden door een als Pink Panter verklede plezierjogger? Natuurlijk, dat is leuk. Of is het leuk om maar niet voorbij dat zevenjarige blonde in voetbalshirt gehulde jochie te komen? Ach, dat is vertederend. Loop je echt harder als een dweilorkest aan de kant staat te tetteren? Reken maar van yes. Maar is het dan fijn om te merken dat je nog altijd sneller gaat dan die behoorlijk gezette dame die haar shirt laat oversizen om te bedekken wat iedereen kan zien? Ja, het is plezierig. Zelfs het lopen in de regen voelde zondag lekker aan.

Echt fijn is de Vier Mijl pas na anderhalve kilometer. De drukte en het gedrang op de weg is voorbij, iedereen loopt bij elkaar wat snelheid betreft. Zo rond de Esserberg ontstaat er ruimte op het parcours. Je loopt niemand op de hakken, niemand probeert je in te halen. In je eigen vacuüm loop je door. Vanaf Helpman Zuid groeit het publiek. En daar begint de echte lol van de Vier Mijl. In je eigen tempo lopen en in het publiek spieden of je bekenden ziet.

Je herkent je buurman, je geeft je collega een high five en je gaat weer verder. Je loopt Helpman door en je ziet aan de voet van het spoorwegviaduct je Lief staan. Je hoort je kinderen roepen: ‘Zet ‘m op, papa!’ Je kijkt je Lief aan, ziet de blik in haar ogen, je knipoogt en weet dat het goed zit. Voor dit moment ben je een held. De helling van de brug is een makkie. Vanaf de top van de brug kijk je uit over de deinende massa voor je. Via het Hereplein naar de Herestraat. Het valse plat duurt tot aan de McDonald. Maar je voelt het nauwelijks. Steeds smaller wordt het parcours. De toeschouwers roepen en klappen. De adrenaline stroomt en je loopt als vanzelf.

Dan komt er de laatste bocht, de Vismarkt op. Je weet uit ervaring dat je niet meteen moet gaan sprinten, maar dat je nu langzaam mag versnellen. De speaker roept namen en tijden om, muziek klinkt en uit het publiek klinkt je naam. Je favoriete buuv moedigt je aan, ineens ga je nog harder. Natuurlijk die tijd is niet belangrijk, maar voor alle zekerheid zet je toch nog even aan. Je PR scherper stellen met drie seconden en je bent het mannetje voor een week. Met een gebalde vuist en een oerkreet sprint je over de finish. Het is gelukt. Met medaille en sportdrank loop je het parcours af, de drukte in. Op de Westerhaven loop je over de mensen. Het krioelt van de lopers en supporters.

Ineens verlang je ernaar om morgen weer gewoon in je eentje door het park te gaan rennen. Lekker uitlopen in alle rust. Hardlopen is een eenzame bezigheid.

Keep on running 9

Het is gelukt. 39 minuten, 40 seconden, 4 mijl.

Volledig ontspannen en volop genoten. Wind in de rug en regen in verschiet. Glimlachend kijken naar supporters en meedeinend op muziek langs de route. Medelopers laten passeren, voortgaand in eigen cadans. In Haren iets te hard van stapel, later eigen tempo gevonden.

Het is gelukt. 39 minuten, 40 seconden, 4 mijl.

Mijn Lief stond langs de kant, kinderen ver vooruit op parcours. Buren en vrienden moedigden aan, we deelden een high five. Parkinson liep mee, ik liep als vanouds. Het hobbeltje van het spoorwegviaduct nam ik zonder problemen en ook de helling van de Herestraat ging zonder meer.

Het is gelukt. 39 minuten, 40 seconden, 4 mijl.

De Vismarkt is om te sprinten, vuisten gebald in de lucht. De beeps aan het begin en het eind markeren de route, zonder beeps geen genot. De medaille is binnen, een kus van Mijn Lief. Spierpijn blijft uit, trots is het woord.

Het is gelukt. 39 minuten, 40 seconden, 4 mijl.

Donar als voorspel op Vier Mijl

Ter voorbereiding op de Vier Mijl ontspannen avondje genoten. Donar speelt weer. Een geheel nieuw team, nieuwe coaches, maar de hal is hetzelfde en de vaste mensen zaten weer om me heen. Spannende wedstrijd gezien. Ouderwets mee geschreeuwd en geklapt. De voorsprong slonk in het laatste kwart. Gelijke stand tot de laatste secondes. Vrije worp gaf de minimale voorsprong. Met nog 0.1 seconde vrij worp voor tegenstander. Gejuich na bevrijdende zoemer. We zitten er meteen weer in. Nu nog de namen leren van de spelers, ik ben al aardig op weg. Hopelijk heb ik morgen mijn stem weer terug voor de Vier Mijl. Om kwart over twee start ik en hoop voor drie uur op de Vismarkt te zijn. Ach ja, het is een cliché maar er gaat dit weekend echt niets boven Groningen, de pronkjewail in golden raand.

Keep on running, startnummer 11193

Wat voor weer wordt het morgen? Gaat het tijdens de Vier Mijl regen? Hoe staat de wind? Wat is de temperatuur? Een ding staat vast: een stralende herfstdag wordt het niet. Regenkans 80%, windkracht 4 en maximaal 16 graden. Mooi loopweer, zuurstofrijk en helemaal lekker: wind in de rug.

Ik keek gisteren op TV-Noord naar een voorbeschouwing van de loop. De beelden van snelle Kenianen die in ruim zeventien minuten op de Vismarkt staan en van de ploeterende amateurs die zich een weg baanden over de Hereweg rolden over het scherm. De jaarlijkse processie van zweet en doorzettingsvermogen komt er aan en ik heb er zin in. Als ik moet lopen, breekt vast en zeker de zon door. Ik hoop wel op plassen regenwater. Niets zo lekker als het water in je loopschenen te voelen, helemaal een met de elementen.

Ik ga zo meteen mijn hardloopkleding uitzoeken. Het wordt een rood shirt en een donkerblauw broekje, natuurlijk met blote benen en korte mouwen. Kleine veiligheidsspeldjes zoeken voor het startnummer en uit de wasmand twee gelijksoortige witte sokken zien te vinden. Omdat ik niet koud wil worden tijdens het wachten op het startschot trek ik een oude sweater aan. Vlak voor de start gooi ik die in het startvak. De organisatie zorgt ervoor dat al die kleding naar het goede doel gaat. Als het regent trek ik ook nog een vuilniszak over me heen als alternatieve regenjas.

En dan lopen. Ik loop traditiegetrouw aan de westkant van de weg. Met een half oog op de weg, voortdurend speurend in het publiek naar bekenden. Want daar is het natuurlijk om te doen: laten zien dat je er loopt en dat het geen grootspraak is geweest dat je de vier mijl gaat lopen.

O ja, altijd handig. Mijn startnummer is: 11193.

Ik heb er zin in.

Vier Mijl in een kletstempo

Ach ik wist het wel dat ik de afstand in de benen had, die vier mijl. Maar toch is het leuk om even te kijken of het nog lukt. Op een buurmansfeestje ging het gesprek over hardlopen en trainen. Een afspraak tussen twee biertjes door is snel gemaakt, een hardloop-date. Maar om het uit te voeren is vers twee. Gelukkig kwam er nog een vijftigerfeestje waar we de afspraak herbevestigden. Een mailtje deed de rest.

Het zou een testrace worden, effe checken of ik er klaar voor zou zijn. Mijn meerennende buurtgenoot is een ervaren marathonloper, maar eentje die zich niet geneert voor het kleine werk. Gemoedelijk keuvelend legden we een parcours af in het Stadspark. Zolang je kan kletsen heb je nog genoeg over. Dus dat onderdeel van de test was geslaagd.

Jongentjes als we altijd blijven, ook na je vijftigste, deden we op het eind alsof we de Heerestraat opliepen, en bij de Campinglaan visualiseerden we het laatste rechte stuk naar de finish op de Vismarkt. De eindsprint duurde honderden meters. Ik perste het er uit, terwijl ik voelde hoe in mijn flank werd ingehouden. De schaduw die straatverlichting van hem maakte bleef in mijn voetsporen, hoe zeer ik ook aanzette. Maar inhouden of niet, we waren voldaan na gedane zaken.

Test geslaagd, leuke gekletst, fijn gesprint en goed gezweet.

Ik ben er klaar voor, laat die Vier Mijl maar komen.