Vier Mijl, wat is daar nou leuk aan?

Hardlopen is een eenzame bezigheid. Je moet het in je eentje doen. Met je eigen benen en op je eigen kracht. Het is heerlijk na een dag hard werken, vol vergaderingen en talloze telefoontjes. Even de kop leegmaken. In alle rust je grenzen opzoeken. De enige die je mag tegenkomen ben je zelf. De hele weg voor je en achter je is leeg, de wereld aan je voeten.

Maar af en toe moet je het omdraaien. Soms moet je juist de drukte in met je loopschoenen. Zondag was het weer zo’n dag: de Vier Mijl. Al weken doken overal in de stad de Vier-Mijl-logo’s op. De lokale media werkten de jaarlijkse Vier Mijl draaiboeken af. En overal in het Stadspark en Noorderplantsoen renden groepjes lopers hun trainingsrondjes. Elk jaar lijkt de gekte te groeien. Met 20.000 mensen de Vier Mijl lopen, kan dat nog leuk zijn?

Wat is de lol om met duizenden tegelijk in een startvak te staan?Is het leuk om ingehaald te worden door een als Pink Panter verklede plezierjogger? Natuurlijk, dat is leuk. Of is het leuk om maar niet voorbij dat zevenjarige blonde in voetbalshirt gehulde jochie te komen? Ach, dat is vertederend. Loop je echt harder als een dweilorkest aan de kant staat te tetteren? Reken maar van yes. Maar is het dan fijn om te merken dat je nog altijd sneller gaat dan die behoorlijk gezette dame die haar shirt laat oversizen om te bedekken wat iedereen kan zien? Ja, het is plezierig. Zelfs het lopen in de regen voelde zondag lekker aan.

Echt fijn is de Vier Mijl pas na anderhalve kilometer. De drukte en het gedrang op de weg is voorbij, iedereen loopt bij elkaar wat snelheid betreft. Zo rond de Esserberg ontstaat er ruimte op het parcours. Je loopt niemand op de hakken, niemand probeert je in te halen. In je eigen vacuĆ¼m loop je door. Vanaf Helpman Zuid groeit het publiek. En daar begint de echte lol van de Vier Mijl. In je eigen tempo lopen en in het publiek spieden of je bekenden ziet.

Je herkent je buurman, je geeft je collega een high five en je gaat weer verder. Je loopt Helpman door en je ziet aan de voet van het spoorwegviaduct je Lief staan. Je hoort je kinderen roepen: ‘Zet ‘m op, papa!’ Je kijkt je Lief aan, ziet de blik in haar ogen, je knipoogt en weet dat het goed zit. Voor dit moment ben je een held. De helling van de brug is een makkie. Vanaf de top van de brug kijk je uit over de deinende massa voor je. Via het Hereplein naar de Herestraat. Het valse plat duurt tot aan de McDonald. Maar je voelt het nauwelijks. Steeds smaller wordt het parcours. De toeschouwers roepen en klappen. De adrenaline stroomt en je loopt als vanzelf.

Dan komt er de laatste bocht, de Vismarkt op. Je weet uit ervaring dat je niet meteen moet gaan sprinten, maar dat je nu langzaam mag versnellen. De speaker roept namen en tijden om, muziek klinkt en uit het publiek klinkt je naam. Je favoriete buuv moedigt je aan, ineens ga je nog harder. Natuurlijk die tijd is niet belangrijk, maar voor alle zekerheid zet je toch nog even aan. Je PR scherper stellen met drie seconden en je bent het mannetje voor een week. Met een gebalde vuist en een oerkreet sprint je over de finish. Het is gelukt. Met medaille en sportdrank loop je het parcours af, de drukte in. Op de Westerhaven loop je over de mensen. Het krioelt van de lopers en supporters.

Ineens verlang je ernaar om morgen weer gewoon in je eentje door het park te gaan rennen. Lekker uitlopen in alle rust. Hardlopen is een eenzame bezigheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.