Zernike Haren wint First Lego League

Klein geleerd is oud gedaan. Zoon S. speelt al sinds zijn vroegste jeugd met Lego, van Duplo naar Lego Technics. Samen met hem bouwden we kastelen en toren, en dwaalden we door Legoland. Sinds vandaag is hij Lego-kampioen. Met zijn medeleerlingen won hij vandaag de First Lego League, de noordelijke finale. In januari is de landelijke finale in Eindhoven.

Bedoeling is dat je een Lego-robot zo programmeert en bouwt dat het wagentje allerlei missies kan doen. In de wedstrijdbak staan objecten die opgepakt, omgegooid, meegetrokken of wat dan ook moeten worden. Per missie kun je punten verdienen en het team van Zernike scoorde het meeste. De finale werd overtuigend gewonnen. Precies op tijd goed gepiekt.

Het team was gehuld in grijze sweaters, voorzien van het logo dat ze zelf gemaakt hadden en de namen van hun sponsoren. De afgelopen weken ging het nergens anders dan over de robot. Loon naar werken. Helaas liep het begin van de dag niet zo geweldig. Ik had de pech om de eerste rondes te mogen bijwonen. Toen ging het minder, na de pauze begon het te lopen. Gelukkig had de Hanze Hogeschool, die gastheer was van het evenement, webcams en livestreams geregeld. Kon ik thuis op de laptop toch nog meegenieten. En ja, ik was ontroerd en trots toen mijn zoon de beker in ontvangst mocht nemen. Een beker die eruit ziet als een Legosteentje.

Legoleague kampioen

Zoon vandaag met zernike kampioen noorden geworden, nu landelijke finale. Later meer.


Een hork met varkensoogjes

Vandaag bezocht ik het Groninger Archief. In de studiezaal probeerde ik in te loggen op het inventaris. Zo zou ik het nummer kunnen achterhalen van de archiefstukken die ik wilde inzien. Steeds kreeg ik een foutmelding. Als oplossing koos ik om achter een andere computer plaats te nemen. Met het zelfde resultaat. Ik had geen zin de baliemedewerker in te schakelen. In plaats daarvan vroeg ik aan de man in overhemd en met rode das of hij wel het inventaris kon inzien. Zijn bolle kop en varkensoogjes spuwden vuur. Hoe ik het in mijn hoofd halen hem te storen in zijn gewichtige onderzoek. Op zijn scherm zag ik het woord ‘Preadinius’, het plaatselijke elite-gymnasium. ‘Ik weet dat niet, ik werk hier niet. Anders kijk je maar in de papieren inventaris.’ Geïrriteerd wapperde hij met zijn hand in de richting van de boekenkasten met de rode ruggen vol verwijzingen naar het archief. Geagiteerd tikte hij op zijn toetsenbord, nam wat gegevens over. Daarna beende hij, zijn leesbrilletje in zijn hand, parmantig naar zijn studietafel. Wat een aso, dacht ik en ik zei ‘Sorry dat ik u stoorde.’ Hoe netjes kun je zijn als iemand bot doet. Arrogante zak, dacht ik. Het blijkt maar weer eens dat je je kunt vereenzelvigen met je studieobject. Toen ik langs hem terugliep naar mijn plekje, zag ik hem gebogen over een klassenfoto van lang geleden. De foto kwam uit de tijd ver voor de mamoetwet. Uit de tijd dat het gymnasium nog bevolkt werd door kinderen uit de elite. Het was zijn opdracht de namen van de ruim honderd scholieren te herkennen. De resultaten noteerde hij in zijn laptop. Ik had geweigerd de baliemensen te vragen om hulp. Toch lukte het me om het inventarisnummer te achterhalen. Via de computer vroeg ik het stuk aan en kreeg het aan tafel 75 uitgereikt, prima service. Met een mooie gebonden jaargang van de Westerkrant uit de jaren tachtig had ik wat ik nodig had. Ik maakte mijn aantekeningen, liet een scan maken en vertrok. De man met de varkensoogjes tuurde nog steeds naar de zelfgenoegzame blikken van kinderen geboren met de gouden lepel. Ach, die kinderen konden er ook weinig aan doen dat ze bestudeerd werden door een hork par exellence.

Top 2000, laat ik aan mij voorbijgaan

De Top 2000 komt er weer aan. De lijst wordt samengesteld. Het opwarmen van een doorgekookt kliekje van overbekende deuntjes gaat beginnen. We kunnen weer stemmen. Ons lijstje mag doorgegeven worden.

Al jaren neem ik me voor om het te doen. Nooit van gekomen, en nu is het te laat. Ik heb het gehad met de top 2000. De verhalen van stoere mannen die met tranen in de ogen terugblikken op de nummers van hun jeugd, ik ken ze onderhand. En ook de popfeitjes van de kenners kunnen mij gestolen worden. Wie wat wanneer hoe en waarom opgenomen heeft, laat maar zitten. Geen terugblik meer, geen lijstjes met warme herinneringen. Sentimentele humbug.

Ik ben blij dat ik nooit een lijstje met tien favoriete nummers alle tijden heb ingeleverd. Stel je toch eens voor dat ik de wereld had verteld over mijn obligate overzicht met U2, Joe Jackson, the Jam, Queen, Coldplay, the Beatles, Otis Redding, Franz Ferdinand, Amy Winehouse en Tim Knol? Geen lijstje van mij, ik luister dit jaar in de laatste week van het jaar naar Radio 6.

Hoe ik iemand op zijn bek ging slaan

Een film kan je inspireren. Of tot afschuw brengen. De film ‘Heineken, de ontvoering’ deed beide met mij. Niet dat ik iemand ga ontvoeren of afpersen. Dat lijkt me getuige de film teveel gedoe. Wat ook een hoop gedoe is, is een film kijken in een bioscoop. Ik haat het. Ooit was het rustig en vredig. Maar sinds het is toegestaan om te drinken en te snacken in de zaal is het gedaan met rustig kijken. Ik geef toe, ik heb M&M’s gegeten. De zak choconootjes is helemaal op geknaagd. Ik onderdruk de vreetneiging om handenvol in mijn mond te proppen en met veel geknars en gekraak de zoete nootjes te verpulveren. Ik geef dus het goed voorbeeld.

Na de pauze heb ik mij moeten inhouden. Ik had op het scherm al gezien hoe je moet reageren als je zakt voor je rijexamen (sla je examinator een bloedneus en stap uit) of hoe je omgaat met de vriendin van je partner in crime (gewoon afpakken). Grote bek, bluffen en geen angst kennen. Dus wat ga je doen als achter een uit de klei getrokken fucked up uit de Friese rimboe ontvluchte minkukel zijn Grolschbeugelfles met veel geplop opent? Sla hem zijn fles uit zijn klauwen. En wat doe je als hij net te luid zijn bierboeren ononderdrukt laat gaan? Dreigend achterover leunen en hem nog een keer goed waarschuwen. Dat is wat de toffe jongens in café De Hallen zouden doen. En toen ging ie popcorn eten, en niet zo’n beetje ook. Juist op het moment dat de film tot rust kwam, en zelfs gevoelig ging worden. Nou kun je met popcorn niet echt kraken. Maar onze onbehouwen Fries wist elke handvol popcorn met veel gesmak gepaard te laten gaan.

Ik ben te netjes en hoop dat het wel weer over zal gaan. Eén keer durfde ik over mijn schouder te kijken. In het donker zie je natuurlijk niets van een donkere afkeurend frons. Maar er iets over zeggen, ho maar. Nee, ik laat het gewoon gebeuren. Ik ben te netjes, ik durf het gewoon niet. Stiekem had ik hem graag aangepakt, lachend zijn bak popcorn door de zaal gegooid en een handvol M&M’s in zijn bier gemikt. Me verbijtend zat ik de film uit.

Overigens, wat moet je doen als je een bijna zeventig jarige mevrouw een zak mueslibolletjes ziet wegstoppen in haar tas en die vervolgens niet afrekent? Had ik vanmiddag de bakker moeten waarschuwen? Had ik de dame moeten laten voorgaan bij het afrekenen en vilein moeten zeggen dat deze mevrouw haar bolletjes alvast mag afrekenen? Ook toen bleef ik hangen in mijn observerende rol. Had ik moeten reageren of niet? Zegt u het maar.

ELF-ELF-ELF

Het is de elfde van de elfde van de elfde. Gekke datum. Massaal is er door trouwlustigen gewacht op deze datum. Je huwelijk wordt een stuk leuker als je op zo’n datum gaat trouwen. Net als in 2002, 2 februari en straks in 2012 op 12 december, maar dan net wat minder. Wat de dieper betekenis is van dit soort data ontgaat me. Op spirituele internetsites lees je symbolische humbug. Je kunt overal wel iets van maken. In ieder geval is het makkelijk te onthouden. Al is het vreemd dat je zo’n eenvoudige datum nodig hebt om je trouwdag te herinneren.

Voor wiskundigen is het wel interessant om uit te rekenen hoe vaak in een eeuw, of nog spannender gedurende de hele jaartelling, zo’n datum voorkomt. Is er een formule voor te bereken of een kansberekening voor te bedenken? Er is vast wel een oude Griek geweest die daar iets voor bedacht heeft. Al moest die natuurlijk eerst wel de jaartelling zelf bedacht hebben. Een andere uitdaging is om te zoeken naar het moment dat de islamitische, joodse en christelijke kalender alle drie tegelijk een dergelijke datumnotering hebben. Je moet toch iets bedenken.

Taalkundig is er ook een opdracht. Hoe noem je zo’n datum bestaande uit dezelfde getallen? In de term moet iets voorkomen van gelijk en datum of getal. Snufje Latijn erover, en klaar is kees. Iets met Grieks mag ook. Of iets digitaalerigs. ISODATIUM klinkt wel authentiek. Of drie-op-een-rij-datum, is wat ludieker.

Of zijn er betere termen? Mailt u maar.