In de kroeg met mijn vader

In het bezoeken van kroegen ben ik autodidact. Groot was mijn verbazing dat je in een kroeg kon eten. Ik ontdekte het in mijn studietijd. Eten deed je thuis of bij de Chinees, hooguit bij de Pizzeria, maar niet in het café. Nu ben ik geboren in het zuiden des lands. De cafécultuur floreert daar ook buiten de carnavalstijd. Bovendien ben ik opgegroeid in een havenstadje, waar kroegen met zeelieden te vinden waren. Ondanks de juiste omstandigheden bezochten mijn ouders zelden een horecagelegenheid. Geen biertje op het terras of een borrel aan de toog. Zo kwam ik nooit aan de hand van mijn vader in een café. Heel af en toe bezocht ik in mijn pubertijd een discotheek. Maar het gedoe met muntjes, portiers en verplichte garderobe stond mij tegen. Kostte ook te veel geld. Klasgenoten konden daar beter tegen en dansten tot diep in de nacht. Alleen naar de kroeg was voor mij geen optie.

In mijn studententijd, zonder stoer of opschepperig te willen overkomen, heb ik het kroegleven ontdekt, uitvoerig onderzocht en in mijn hart gesloten. Nog altijd zit ik graag met een biertje rond te kijken of een krantje te lezen in een café. Ik ken de leuke plekjes in de stad. En weet welk tafeltje ik moet nemen om ongestoord te kunnen genieten van het kroegleven. Zo zat ik vandaag in een stadscafé aan de stamtafel, in een hoekje aan het raam. Perfect zicht op de ingang. Ieder binnenkomst kon ik registeren en elk vertrek kreeg ik mee. Met een halve draai had ik een panoramablik over alle tafeltjes. Ik zat achter een bockbiertje en had mijn vader meegenomen. Die zat naast me. Ik kon mij niet heugen dat ik op een gewone middag naast hem een biertje dronk in een druk café. We kletsten wat over familiezaken en over het weer, je moet toch wat. Ik vertelde hoe zijn kleinkinderen met enige regelmaat en van kleins af aan kroegen als deze bezochten. Ze kenden de namen. Ze weten de weg van de Ugly Duck naar de Beurs en begrijpen dat Boven Jan niet naast Zomers zit en dat het Feithhuis een prima buitenterras heeft. Kwestie van opvoeden. Ik kon het niet goed waarnemen, maar ik zag het hoofd van mijn vader knikken. Genieten van het leven is zo gek nog niet.

We bestelden er nog een. Onder de frisse slokken herfstbier beweerde ik dat het café vol verhalen zat. De vrouw die tegenover ons de Telegraaf had zitten lezen, had haar date gemist. Na het herhaaldelijk checken van haar mobiel en haar gestifte lippen, ging ze met hangende mondhoeken het café uit. Drama op anderhalve meter afstand. Achter ons vertelde een jonge dokter over zijn poging de co-assistente van zijn dromen te versieren. ‘Ze reageerde maar niet op mijn sms’en en e-mails, tot ik haar gewoon vroeg of ze meeging.’ Twee tafeltjes daarachter huilde een niet meer zo jonge dame uit bij haar vriendin, liefdesverdriet komt op alle leeftijden voor. Achter de bar flirtte de barman openlijk met het nieuwe meisje uit de bediening. En de twee broers naast de piano bij de ingang, waren gewoon blij dat ze samen een leuke middag hadden en bestelden nog een glas rode wijn. Het zijn de instant verhalen in een drukke kroeg. De verhalen liggen voor het opscheppen als je ze maar wilt zien.

Na het bier fietsten we door de stad terug naar de buitenwijk. Ik betrapte me erop dat ik net als ik bij mijn kinderen deed toen ze voor het eerst door de stadse drukte fietsten, mijn vader wees op de gevaren van bussen, taxi’s, zo maar afslaande studenten en gevaarlijk racende pizzascootertjes. Terwijl hij mij heeft leren fietsen. Maar ik woon al langer in de grote stad en heb zelf het kroegleven ontdekt. Dus leid ik hem door de drukte, en breng hem naar drukke cafés, en laat hem en passant zien dat ik mijn weg kan vinden in de kroeg en in het drukke stadsverkeer.

Veilig keerden we terug in de twee-onder-een-kap-woning in de buitenwijk. Het was een mooie middag.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.