Porren in de plassen

Gelukkig, de herfststormen zijn eindelijk losgebarsten. Met bakken valt de regen neer. De wind buldert. De blaadjes van de beukenhagen in mijn buitenwijk worden door de straten geblazen. In de goten ontstaan plassen doordat putjes verstopt raken door het losse blad. Als ik hond P. uitlaat, kan ik mijn geluk niet op als ik zo’n waterpartij tegenkom. Speciaal heb ik mijn rubberen laarzen aangetrokken. Niet om in de plassen te stampen. Wel om heimelijk aan mijn genot te komen. Ik kijk rond of iemand mij kan zien. Zoals altijd is de straat uitgestorven. Niemand zal mij betrappen. Met de punt van mijn laars veeg ik de voor de putopening opgehoopte bladeren weg. Het regenwater begint te lopen. Een klein watervalletje ontstaat. Het water stroomt, in mum van tijd is de goot leeg. Ik loop alweer door op weg naar de volgende verstopping.

Thuis wacht een andere verstopping. Ik moet het dak op. De afvoer van het garagedak is met bladeren gevuld. Lekkage dreigt. Met de zaklantaarn geklemd tussen mijn tanden en een pollepel in mijn achterzak, beklim ik de keukentrap en ik trek me omhoog aan de dakrand. De wind jaagt over het garagedak. Met moeite kan ik mij staande houden op het wankele trapje. Als ik kort in de afvoer por en restjes bladeren verwijder, begint het water te stromen. Opnieuw ervaar ik een kortstondige sensatie.

Het is alsof ik in de zomer bij een bergstroompje een dammetje bouw van keien. Proberen of je de stroom kan verleggen. Het water beheersen, de loop van een riviertje bepalen. Dat is waarom ik sta te porren in regenplassen. Dat verklaart waarom ik in de regen een keukentrapje beklim. Ach, in ieder mens schuilt een Hans Brinker.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.