Wat doen we met kerst dit jaar? Episode 3

 

In principe is het leuk om mensen aan tafel te ontmoeten. Lekker hapje, goed glas wijn en vooral een fijn gesprek. Vorig jaar had ik aanvankelijk geen zin, maar ik overwon mezelf en ging zonder morren naar een kerstdiner met collega’s van mijn vrouw. Een bedrijfsdiner in plaats van een kerstpakket. Het vond plaats in een Van der Valk-motel, langs de A-28. Een handige locatie, als je weg wilde, kon je heel snel weg, een woordspeling kan het ijs breken, of het gesprek doen stokken. Ik zag er erg tegen op omdat ik niemand kende, of wilde kennen. Gelukkig was er een vaste tafelschikking. Ik hou daar wel van. De hele avond moet je dan naast iemand blijven zitten. Je kunt niet weglopen zoals bij een lopend buffet als het gesprek je niet bevalt, of de persoon. Nee, het is een uitdaging om ingeklemd te zitten tussen twee onbekende mensen en een gesprek te beginnen, vol te houden en af te ronden. Als je weet dat ontsnappen onmogelijk is, ga je net zo lang door tot je een fatsoenlijk gesprek hebt gevoerd.

Ik kwam tussen twee collega’s te zitten. Op mijn vragen gaven ze korte antwoorden. Een tegenvraag kwam er niet. Over mijn hoofd heen werd gepraat over de omstandigheden op het werk. Hoe bullebakkig de chef was, hoe karig de kilometervergoeding en hoe saai de nieuwe collega op hun afdeling was. Ik concentreerde me op mijn eten. Al mijn goede voornemens ten spijt, een gesprek voeren lukte gewoon niet. Ik voelde me verloren. Om mij heen zag ik iedereen met elkaar praten, ik werd genegeerd. Gelukkig stond de karaf met wijn vlakbij. Ongemerkt klokte ik het ene glas na het andere weg.

De tafels in de eetzaal waren allemaal rond, in totaal stonden er zo’n twintig. De bediening was vlot, de gangen wisselden elkaar snel af, de drankjes circuleerden in een hoog tempo. De gewijde kerstsfeer van het begin van de avond, met kaarslicht en stemmige engelenmuziek was vervlogen. Mannen hadden hun dassen en bovenste knoopjes losgemaakt, colbert hingen over stoelleuning, de eerste damesschoenen ploften neer op de vloerbedekking om de beknelde tenen te redden, en de blosjes verschenen op het ene na het andere gezicht alsof het een besmettelijk virus was. Ergens vlak voor het nagerecht gebeurde het. Ik voelde het opborrelen, de wijn was met mijn eten aan de loop gegaan. Ik moest staan. Het kwam eruit voor ik er erg in had.

Kerst, en mijn relatie met mijn geliefde vrouw, zou nooit meer hetzelfde zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.