Teamwork Lego

In de donkere januariavond, ergens in Nederland in een wegrestaurant aan een snelweg, ontmoette ik mijn zoon. Dagelijks zie ik hem, maar nooit onverwacht in de avond langs de A-50. Hij liep er met zijn klasgenoten en docenten. Het stel kwam terug van een wedstrijd in Eindhoven. Ze droegen hun bij elkaar gesponsorde joggingbroeken en sweatshirts. Ze hadden een prijs gewonnen, niet de hoofdprijs, maar er stond een beker op het dashboard van hun busje. De prijs kregen ze voor de wijze waarop ze geïnspireerd hun ideeën als team uitvoerden. Teamwork dus.

De hele dag, en eigenlijk de afgelopen weken, stond hun leven in het teken van de finale. Er moest een robot van Lego geprogrammeerd worden die snel een parcours moest kunnen afleggen en opdrachten moest vervullen. Het team deed een onderzoek naar houdbaarheid van verse melk. De resultaten en hun product moesten gepresenteerd worden aan de jury. Met veel bravoure en overtuigingskracht kweet het team zich van deze taken.

De robotrace werd in Eindhoven gehouden, in het auditorium van de TU. Spotlights en harde muziek, videoschermen en twee flitsende presentatoren. Enthousiasme en plezier. De robot van Haren deed het redelijk, maar schitterde niet. Er moesten teleurstellingen worden weggeslikt. En daar lag de mooiste overwinning van de dag. Beheerst en uiterlijk kalm liep het team als één man om de twee robotiers terug na een minder geslaagde missie. De docenten keken toe en zagen dat het goed was. Hier werkte het teamproces. Natuurlijk vloeide er een traan, klonk er een vloek en wierp een enkeling een boze blik. Maar het kon worden opgevangen op de banden die in de afgelopen maanden zijn gesmeed.

Die band zag ik toen ik mijn zoon in de avond, in een wegrestaurant met zijn team tegenkwam. Handen in de zak, rustig kuierend, de blik op de menu-borden, kletsend, grappen makend, zo kwamen ze binnen. Moe, de adrenaline voorbij, zo zagen ze eruit. Jongens en meiden aan de vooravond van hun echter jonge jaren. Op de TU-Eindhoven speelde de finale zich af in het decor van hun toekomstige studies. Of het in Eindhoven, Enschede, Wageningen, Delft of gewoon in Groningen zal zijn, maakt niet uit. Ze hebben gisteren even kunnen kijken in de toekomst.

Wakker in een hotelkamer

Ik werd vanochtend wakker in een hotelkamer. Naast mij een slapende vrouw. Het rode lampje van de tv, die stand by aan de wand hangt, staart me aan. De wekkerradio op mijn nachtkastje doet het niet. Geen notie van tijd. Het gordijn en de luxaflex sloten al het daglicht uit, als dat er al was. Van buiten klinken geluiden. Geklingel, gebonk en een zware dieselmotor. Waarschijnlijk wordt een café bevoorraad. In de kamer naast me kucht iemand, voor de zoveelste keer. Een bed kraakt. Ik luister aandachtig, maar het blijft bij het geluid van een omdraaiend persoon. Jammer.

Nu is het stil. Eerder in de nacht klonken harde stemmen en een diepe basdreun uit een van de cafés hier op het plein. Gelal en gelach, geroep en gegil. Het lukte me om me af te sluiten van het lawaai. Gewoon gaan liggen, ogen dicht en slapen.

Mijn maag knort. Het ontbijt komt eraan. Niet op de kamer maar beneden in het café. Zachtjes open ik het gordijn en tuur naar buiten. Het plein is nat van de regen. Mannen met kratten lopen de kroegen binnen, brengen nieuwe drank en hapjes. Een grap wordt gemaakt, lachen. De motoren brommen. Het is meer dag dan ik had gedacht in de donkere kamer. Eigenlijk heb ik lang genoeg geslapen.

Ik ben wakker in een hotelkamer. Naast mij nog steeds een slapende vrouw.

Doortje vinvis ligt in stukken

DSC09841Soms kom je op plekken die tot de verbeelding spreken. Eergisteren bezocht ik het Biologisch Centrum in Haren. Tot voor kort was dit het terrein van de biologische wetenschappers van de universiteit in Groningen. Op Zernike is een nieuw gebouw gekomen voor de biologen. Alle onderzoeken en medewerkers zijn verhuisd en het centrum in Haren is nu leeg komen te staan. Het wordt nu tijdelijk beheerd door CareX.

Voor mijn serie reportages over CareX panden, bezocht ik het BC. Ik werd rondgeleid door het gebouw en het omliggende groen. Het verslag is na te lezen op www.carextoria.blogspot.com

. In het gebouw vind je nog allerlei herinneringen aan het vele biologisch onderzoek dat er is gedaan. In de kassen en laboratoria is hard gewerkt om de biologische kennis te vergroten. Vogels, muizen, otters en andere soorten werden onderworpen aan experimenten en werden geobserveerd. In speciale kabinetten vond dit werk plaats.

Een verlaten gebouw is spookachtig. Zeker als je de catacomben gaat verkennen. Schaars verlicht, nauwe gang met ontelbare gesloten deuren, aan het plafond buizen en elektriciteitskabels. Voetstappen die weerklinken, stemmen die echoën. Mijn gids leidde mij door het labyrint. Af en toe opende hij een deur. Zo kwamen we terecht in in een ruimte, warm en droog, waar een grote machine de luchtverversing van de bovengelegen collegezaal regelde. Naast het zoemende apparaat lagen in plastic verpakte onderdelen van een twintig meter lange vinvis. Het skelet paste niet in het nieuwe gebouw en is achtergebleven in Haren. De wervels, kaken en kop van het dier liggen er vredig bij. Maar er is niemand die een plek weet voor het gevaarte.

De universiteitskrant UK, maakte er een bericht van. De landelijke pers dook erop. De vis is nu Doortje gedoopt. Al is het niet zeker of het een vrouwtje is. Ineens is het geraamte een hype. Er is een facebookpagina gemaakt voor Doortje: DSC09845http://www.facebook.com/Doortjedevinvis

In landelijke kranten verschenen artikelen: http://www.trouw.nl/tr/nl/5948/Dierenwelzijn/article/detail/3130460/2012/01/20/Gratis-af-te-halen-Doortje-de-Vinvis.dhtml

Http://www.dvhn.nl/nieuws/groningen/article8746841.ece/Nederland-aan-de-haal-met-%27Doortje%27-de-vinvis

http://jeugdjournaal.nl/item/332411-helemaal-gratis-walvisskelet-van-20-meter.html

www.rtvnoord.nl/artikel/artikel.asp

Wie plaats heeft mag het twee ton wegende skelet meenemen. Voor niets, dus als je nog iets bijzonders zoekt....

Fiets hem erin

Ik bracht vanmiddag twee oude fietsen naar het grofvuil. Niets zo leuk om bij de stort troep weg te gooien. Van een verhoging afgedankte zooi in de container mikken geeft voldoening. Zeker als, zoals mijn fietswrakken, met een galmende klap de diepte treft. Ook geniet ik als ik in staat ben het afval met een elegante boog kan wegwerpen. Maar het fijnste van alles is de opgeruimde garage. We kunnen ons weer gemakkelijk bewegen in de bergruimte. Het aller mooiste is dat Mijn Lief een stuk opgeruimder is geraakt door mijn vuilnisstort. En dat geeft weer ruimte voor andere dingen. Alles hangt samen met alles.

Pauze kent geen gezelligheid

Liep met hond P langs kantoren vol design-spullen, mooi en duu. Prima uitstraling en goede kantine, leasebakken en prima dertiende maand. Personeel lijkt in watten gelegd te worden.
Alhoewel? Achter het kantoor is de buiten pauze-plek. Niks geen comfort of gezelligheid. Een degelijke DDR-opstelling voor het broodje tevredenheid. Zo duurt een pauze nooit te lang.


Wat nou wateroverlast

Wat nou wateroverlast? Ik ben vanochtend op pad gegaan om naar het hoge water te kijken. Laarzen mee, fotocamera mee, Radio Noord aan en richting Ten Boer gereden. Gelukkig regende, deed de storm er nog een schepje bovenop en bleef de zon keurig verborgen achter grijze wolken. De radioreporter besprak de situatie ter plaatse. Dijkgraven en spuimeesters spraken sussende woorden. Miljoenen kubieke meters water waren de afgelopen nacht gespuid. Morgen kon, natuurlijk dan pas door de getijden begreep ik, er pas meer water afgevoerd worden. Helaas, het water op het Eemskanaal was met tientallen centimeters gedaald. Veel spectaculairs zou ik niet te zien krijgen.

In Ten Boer was het eerste teken van de evacuatie een ME-busje dat dwars op een brug geparkeerd stond. De ME-er dronk koffie in zijn cabine en hield ondertussen in de gaten dat er niemand de polder kon inrijden. De brug was geblokkeerd. In de verte lag Woltersum, verlaten op een paar boeren na. Er viel weinig te zien, een geëvacueerd gebied is dan wel leeg, maar dat valt verder niet op. Verderop in Ten Boer stond een lange rij veewagens geparkeerd. Hele veestapels waren hiermee weggevoerd. Kennelijk stonden de wagens klaar om de spijtoptanten alsnog te ontzetten. Naast het veewagenpark zag ik ME-busjes, Rode Kruis wagens en politieauto’s staan. Ik reed door, al overwoog ik nog wel om bij de sporthal te gaan kijken waar mensen uit het gebied opgevangen werden. Maar ik beheerste mij in mijn ramptoerisme.

Delfzijl, daarop had ik mijn wateroverlasthoop gevestigd. Spuiend gemaal, kolkend water, dat moest een leuke foto opleveren. Of anders de gesloten dijkdeuren, die het uit de hand gelopen havenstadje moesten beschermen tegen het wassende water. Of in ieder geval een ondergelopen haventerrein, met een of twee in het water achtergelaten auto’s. Niets, maar dan ook niets van te zien. Een gewone druilerige zaterdagochtend in Delfzijl, niet de moeite waard.

Zwaar teleurgesteld reed ik terug naar de Stad. Radio Noord deed zijn best met sfeerreportages. Soldaten werden geïnterviewd, nauwelijks in actie gekomen en dus weinig zeggende radio. Ik schakelde de radio uit. Langs het Damsterdiep reed ik naar huis. Ik kon geen water meer zien, laat staan zandzakken.

Dodenakker in de storm

In de bulderende storm reed ik door Hoogkerk. Mijn auto wiegde in de wind. Ik stak het Hoendiep over, het water stond nog op een veilig peil. Van zandzakken was geen sprake. In de lucht denderden donkere dreigende donderwolken over. Er zat nog heel wat water en wind in de lucht. Ik was op weg naar nergens. Mijn gemoedsrust was door het stormweer verstoord. Daar ga je te hard van rijden.

Vlak voor de begraafplaats stopte ik om een geparkeerde auto te passeren. Ik keek naar de met bomen omzoomde dodenakker. In een impuls stapte ik uit en wandelde tussen de zerken door. De betreurden werden zorgvuldig herdacht. De oude graven waren hier en daar wat vervallen, maar bleven de overledenen binden aan het heden. De grafschriften stonden in zwarte vette letters uitgehouwen op de grafstenen. Wat zocht ik hier? Welke macabere drang bracht mij hier?

De gebroken takken ontwijkend liep ik tot het einde van de begraafplaats. Daar keek ik uit over de graslanden. Links van mij de contouren van de suikerfabriek. Rechtsachter mij de torens van de stad. Maar voor mij de ruimte van het platteland en de hoogte van de luchten. Ik voelde hoe hier mijn somberte weggeblazen werd. Ik zoog de frisse lucht in en liet mijn blik over de verre velden gaan. Boven mij vloog een groep ganzen in zuidelijke richting, hun gegak klonk hoopvol. Kondigen zij de lente aan?

Ik genoot van de plek. Het verdriet om het verlies achter me en de hoop en het vertrouwen voor me, raakte me. Ik vroeg me af hoe lang zal het duren eer ook deze plaats is opgeslokt door de buitenwijken van de stad? Wanneer omringt het leven voorgoed de dood? Neemt ook hier het leven de toekomst weg? Nog niet.