preview Roman

Ik heb de afgelopen weken gewerkt aan mijn roman over mijn ziekte. Het vordert gestaag. Ik deel graag met mijn lezers waar ik mee bezig ben. Vandaar dat ik nu een klein voorproefje wil geven van mijn roman, werktitel Een beperkt leven, hier een passage:

I
Mijn linkerhand hangt in de lucht tussen mijn hoofd en mijn glas. Wat ik ook probeer, ik bereik mijn bier niet. Al zou ik het kunnen vastpakken, dan nog gaat het niet lukken om met een soepele arm- en handbeweging, een verfijnd samenspel van spieren en hersencellen, het glas aan de mond te zetten. Ik staar naar mijn hand en zie hoe de andere hand de arm vastpakt en neerlegt op mijn schoot. Veilig onder tafel kan ik er geen last van hebben. Geagiteerd neem ik het biertje in mijn goede hand en drink het met een teug leeg. Nog een glas, gebaar ik met rechts, terwijl ik merk dat links zich gepasseerd voelt. Het gebaren en vastpakken was de taak van links. Ooit. Ik krijg een opnieuw een biertje voorgezet en ook deze verdwijnt over rechts.
‘Is het nu niet mooi geweest?’ vraagt de barkeeper, met spijt in zijn stem want ik ben een goede klant. Sinds half tien sta ik hier een drankrekening op te bouwen die in de drie cijfers begint te lopen. Ik ben gul, ik deel, maar ik vergeet mij zelf niet. Ik voel een reactie opkomen. Met links maak ik een handgebaar. De wijsvinger gaat omhoog, ik houd hem voor het gezicht van de barman. Dan wijst de vingertop naar beneden en maakt de vinger een rondje in de lucht. Een perfect uitgevoerd rondje, het signaal wordt herkend door de kastelein. Ik krijg weer een bier en het meisje naast me een rode wijn.
We klinken de glazen. Het heeft niets met mijn ziekte te maken dat ik haar naam niet meer weet. Het komt door het lawaai in de kroeg of ik ben te zat om het te kunnen herinneren. Heette ze nu Debby of Lobje of Erica? Ik weet alleen nog dat ze reageerde met ‘Nou dat moet je maar eens een mooi verhaal over mij gaan schrijven,’ toen ik haar vertelde dat ik schrijver was. Het was mijn vaste beginzin geworden. ‘Hallo, ik ben een schrijver.’ Het klonk goed, het was mijn enige versiertruc. Zoals Sigmund, die psychiater uit de strip, die altijd vraagt of die barkruk nog vrij is, kreeg ik ook bijna altijd nul op het rekest. Maar vanavond had ik beet. Ik kijk in haar blauwe ogen, die onder het blonde haar heen en weer schieten. Haar hand ligt op mijn knie. Ik heb haar billen al twee keer aangeraakt. En zij lacht om mijn grapjes.


wil je reageren?

doen! ttjjaann@gmail.com

Daten in de lounge

Ineens belandde ik met mijn lief in een lounge van een Van der Valkhotel. Een Limburgse nog wel. We zaten met een drankje (bockbier en witte wijn) in de met hippe kleuren opgepimpte ruimte. We hoorden  stemmige muzak. Onze zitplaatsen waren hoge krukken aan een langgerekte bartafel. De tafel stond midden in de ruimte. We zaten naast elkaar en keken uit op de haard. Een gashaard met onbrandbare hardplastic houtblokken, maar met echte vlammen. In een driehoek voor het vuur stonden drie hangbanken opgesteld. Twee stellen van middelbare leeftijd zaten er, of beter hingen er.

Het prikkelde onze fantasie. Het rechterstel was klef. Af en toe zoenden ze, haar arm lag op zijn schoot en hun knieën raakten elkaar voortdurend aan.

‘Hij heeft een trouwring,’ fluisterde mijn lief.

‘Zij laat haar hand niet zien, ze houdt hem onder haar andere arm,’ rapporteerde ik.

‘Kijk, die man aan de andere kant gaatbuiten een sigaret roken,’ gaf mijn lief door, ‘hij raakt haar knie aan, liefdevol.’

‘Hmm, ik denk dat zij nu haar mobiel gaat checken om te zien of haar man nog iets te melden had,’ sprak ik streetwise.

‘Maar het kan ook haar vriendin zijn die per sms een live-date-verslag krijgt.’ Daar had mijn lief ook gelijk in.

‘He kijk, inderdaad, ze kijkt op haar telefoon, en kijk de man buiten waar hij een sigaret rookt kijkt steeds naar binnen om haar in de gaten te houden. Dat doe je niet als je getrouwd bent.’ Ik vond mijn bewering overtuigend. Mijn Lief keek ondertussen naar het andere stel dat op het punt stond te vertrekken.

‘Ze gaan met één auto, kijk maar hij heeft een sleutel in zijn hand.’

We keken onze ogen uit in de lounge. Na nog een drankje vertrokken we naar onze kamer, wetende dat zich hier van alles afspeelt,in dit familiehotel.

Cheer that leader

Time out bij basketballen wordt opgevuld met scchaarsgeklede meiden van nog geen zestien jaar, korte crypto erotische broekjes en suggestieve laarsachtige kousen, blote buiken en lange haren, die bij voorkeur met wilde bewegingen van het hoofd rond gedraaid worden. Ze dansen zwoel en uitdagend maar voor wie? in ieder geval laat het de spelers koud en ik als eerbiedige vader doe me best om er langs te kijken, onopwindende dansmariekes uit de polder zonder amerikaanse allure. Het leven zit ingewikkeld in elkaar.


No mail today

Ik heb weer een nieuwe tic erbij. Om de vijf minuten checken of er al weer mail is. Lekker die kpn. Gisteren eerst al stekkers en instellingen nagelopen, je zoekt de fout natuurlijk eerst bij je zelf. Maar toen op alle pc's, laptops en smartphones foutmeldingen binnenkwamen begreep ik pas dat er iets buiten mijn macht gebeurd was. Hackers bij de kpn die tot diep in de beveiliging zijn doorgedrongen. Dus heeft kpn alle emailverbindingen verbroken. En nu maar wachten. Het zal wel met een sisser aflopen, maar met twee miljoen gebruikers vrees ik het ergste. Jaren zonder mail gekund en nu onthand. Ik ga maar weer even kijken of ie het al doet. Je moet toch wat


Boschrijft een roman over Parkinson

Ik heb het plan opgevat om vanuit mijn ervaringen met de ziekte van Parkinson een boek te maken. Natuurlijk heb ik op dit blog al heel wat genoteerd hierover. Maar voor wat het met je doet, je gevoel, dat laat ik hier nauwelijks zien. Zo kwam ik op het idee om dit te vatten in een fictief verhaal, deels gebaseerd op mijn ervaringen. ik wil in het boek laten zien hoe je leven overhoop komt te liggen door de ziekte. De worsteling die de verandering met zich mee brengt, zal centraal staan. Ook vertel ik over de beperkingen en de aanpak ervan.

Ik heb eerst een opzet gemaakt en ben nu aan het schrijven geslagen. Het vordert aardig. Ik heb nu al zo'n veertig bladzijden geschreven en de flow is er nog steeds. Binnenkort meer over mijn roman-project. Werktitel: Een beperkt leven.

Eefje de Visser: Zingen!

Het was mooi. Heel mooi. Ontroerend mooi.

Eefje de Visser trad vorige week donderdag op in de kleine zaal van de Oosterpoort. Ik kende haar van naam, had haar wel eens op tv gezien en op de radio gehoord. Maar om nou te zeggen dat ik goed in haar werk zat, nee. Ik wist geen titel van haar liedjes, kon niet meefluiten of meeneuriën. Totaal onvoorbereid begaf ik me naar het theater.

Met moeite kon ik een plekje vinden. Samen met vriendin C. keek ik rond door de zaal. Opgetogen merkte ze op dat er veel jonge toeschouwers waren. Eefje was kennelijk hip. Maar altijd fijn om na je veertigste aansluiting te vinden bij het jonge deel van onze samenleving. Het publiek wachtte op Eefje, terwijl een wauwelende Engelse singer-songwriter in onverstaanbaar Engels zich door het voorprogramma worstelde. Hij kon amper boven het geklets van het publiek heen komen.

Eefje liet op zich wachten. Maar toen kwam ze. Met een elektrische gitaar om de nek, een zwart jurkje met legging en platte puntige lichtkleurige schoenen kwam ze op. Ze zong haar eerste lied alleen. Uit het donker kwamen haar bandleden op en startten hun muzikale omlijsting. Eefjes teksten krulden om de muziek heen. Ze zong ingetogen, bijna vlak. Af en toe deed ze me denken aan Suzanne Vega, Marlene on the Wall, ook een vrouw met een gitaar en eigen liedjes. Ook mooi.

Wat me niet vaak overkomt bij een concert gebeurde nu. Ik bleef geboeid tot het einde. De sfeer voelde heerlijk. Hier bloeide de kunst van het muziek maken. Eefje had er zin in. Ze moest lachen om het dansje dat vier mensen in het publiek voor haar neus uitvoerden bij een nummer. Precies als in de clip, riep Eefje. Vriendin C. had het clipje ook nooit gezien, dus ik voelde me niet heel dom.

Als toegift speelde ze een nummer van Blondie, ook een vrouw, maar zonder gitaar. Eefje deed het akoestisch, maar stond voor ze het nummer ging doen, wat te talmen en te klooien met stekkertjes en gitaarkabels. ‘Zingen’, riep een onverlaat in het publiek. Eefje lachte zenuwachtig en deed wat haar werd toegeschreeuwd. En Eefje speelde mooi. De schreeuw detoneerde totaal.

Na afloop stond ze haar cd’s te verkopen. Ik wilde nog even zeggen dat ik het ook heel onbeleefd vond om door de zaal te roepen dat ze moest gaan spelen. En ik wilde zeggen dat ze heel erg mooi en betoverend had opgetreden. Toen zag ik dat Eefje een heel jong meisje was. Een jonge meid met een muzikaal talent, een artiest met grote potentie. Ik sloeg dicht en verliet het theater. Sorry Eefje, van mijn kreet. Ik bedoelde het goed.