Fietsen in de stad op zaterdagmorgen

Nog voor achten fiets ik langs het brugwachtershuisje bij de Museumbrug de stad in. De groen uitgeslagen bronzen vogel die als kunstwerk op het gebouwtje rust, lijkt elk moment op te gaan vliegen. Ik weet dat hij er straks ook nog zal zitten als ik mijn rondje door de stad heb gedaan. Het is zaterdagochtend, de zon schijnt haar lentestralen, de hemel is nu al strakblauw. De belofte van een vrije, luie weekendopening hangt in de lucht. De mistflarden die ik zag bij het vertrek van huis, zijn verdwenen. Kilte van de nevel maakt plaats voor het optimisme van de zon. Het voorjaarsbriesje wakkert het positieve gevoel verder aan.

Ik trap verder richting de Vismarkt, waar de kramen, houten schotten op metalen schragen, ingeruimd worden door de marktkooplieden, die net bij de veiling verse groenten en fruit hebben ingekocht voor hun klanten. Tegenover de Korenbeurs, waar al lang geen handelaren komen om granen op de beurs aan te bieden, en sinds er een Albert Heijn in is gevestigd een verzamelplaats is geworden van studenten die hun karige studiebeurzen legen voor de kwaliteitsmerken uit de schappen, is de eerste kraam al helemaal klaar. Voldaan leunt de groenteman tegen zijn busje en laat zijn blik over de perfect opgestapelde piramide van appels en sinasappels gaan. Er naast een lading komkommers, op elkaar geplaatst als kleine op maat gezaagde boomstammen die in het bos liggen te wachten op verder transport naar de houthandel. Vanaf mijn fiets zie ik de grofgebouwde marktman een rode paprika herschikken. Liefdevol pakt hij met zijn dikke vingers de paprika en legt hem op het topje van de stapel. Met een zachte veeg wist hij een klein vlekje van de groente af. De met krijt beschreven prijsbordjes staan tussen zijn bakken in geklemd.

Ik pedaleer voort.

Op het brede trottoir aan de noordkant van de Vismarkt, is nog een ruimte vrij tussen de kramen. Een vrouw met grijze haren en een brilmontuur uit de jaren tachtig, manoeuvreert het busje met aanhanger van de bloemenverkoper keurig op de open plek. Ze negeert haar man die met handgebaren aangeeft hoe zij moet draaien en hoeveel ruimte zij nog heeft. Als hij door krijgt dat hij niet wordt opgemerkt, zoekt hij in de zak van zijn bevuilde broek, vist zijn shagbaaltje te voorschijn en draait een sigaret. Als hij hem aansteekt, stapt zijn vrouw uit en begint ze de aanhanger met bloemen en planten los te koppelen. Opnieuw wil hij aanwijzingen geven, maar hij bedenkt zich.

Ik fiets aan het stel voorbij.

In de Boteringestraat moet ik uitwijken voor een oud model Golf. Ik zie hoe de bestuurster het portier opent, de motor laat draaien, uitstapt en vervolgens met een boog een stapel kranten voor de deur van het stadshotel gooit. Het met witte bandjes en in plastic verpakte pakket kranten belandt precies op het opstapje voor de bruin gelakte deur die omlijst wordt door achttiende-eeuwse kringelende witte versieringen langs het kozijn. De Golf trekt ronkend op, ik kan weer verder rijden. Juist als het optrekkende geluid van de auto wegsterft, opent zich de hoteldeur. De kranten worden opgepakt en naar binnengesleept. De hotelmedewerker stond waarschijnlijk al enige tijd te wachten op de kranten. Zo dadelijk kunnen de eerste ontbijtgasten hun krantje lezen bij het croissantje en de verse jus.

Mijn fiets voert mij verder.

Halverwege de Boteringestraat sla ik af naar het Broerplein. Ik zie een man met een bierflesje in zijn hand rondstruinen bij de ingang van de Universiteitsbibliotheek. Hij heeft een glimlach op zijn bebaard gezicht. Ondanks zijn dronkenschap oogt hij alert. Vriendelijk wenst hij mij een goede morgen. Netjes en met een lach beantwoord ik zijn groet. Hij merkt het niet op, de overvolle prullenbak bij de geldautomaat trekt al zijn aandacht.

Ik fiets door.

Ik ga verder door mijn stad. Via de Folkingestraat rij ik over het Zuiderdiep richting het oude Museum. De groen uitgeslagen vogel zit nog steeds boven het brugwachtershuisje, nog altijd klaar om op te vliegen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.