Boschrijft de site www.boschrijft.nl

Al langere tijd liep ik rond met het idee een site te maken voor de verzameling van mijn verspreide schrijfsels. Het adres is bekend: www.boschtrijft.nl 

Op www.boschrijft.nl plaats ik mijn verhalen, journalistieke werk en mijn blogberichten.

Ga kijken op www.boschrijft.nl

Lenzen en autorijden

We rijden wat af met ons kroost. Nadat wij als ouders een langdurig traject met onze kinderen hebben gelopen bij de orthodontist, is het nu de gang naar de opticien die de agenda beheerst. Het sloot naadloos aan. Beugel eruit, tanden recht en dan het project ogen. Eerst langs bij de oogarts in het ziekenhuis en vervolgens naar de Pearle voor een brilletje. Natuurlijk stond de bril niet, voor geen goud ging ze ermee naar school. Toch stond het prima, vonden wij. De belofte dat contactlenzen de volgende stap vormden, vergulde de pil. Dus is het nu de tijd om lenzen aangepast te krijgen. We zijn nu in de proeffase. Lensjes die goed zitten, niet dwars zitten, die zoeken we. Het eerste paar liet lichte irritatie achter, het tweede stel was te krap voor het oog. Onze lenzenspecialist vond in zijn computer een derde alternatief. En dus rijden we komende week weer heen en weer naar de brillenboer. Kinderen hebben houdt in zorgen en opvoeden, maar vooral vervoeren. Morgen wordt er weer gesport, de auto staat al klaar.

Parkvrouwtje

Vol aandacht strooide ze bladeren tussen de roze en witte bloemetjes. ‘Zo ziet niemand dat ik hier iets heb weggeschept,’ verklaarde ze haar werk. De spade stond naast de boom in de grond gestoken. In twee grijze vuilniszakken stonden de afgestoken polletjes boskruid. Ze keurde haar strooiwerk, knikte goedkeurend en pakte de zakken op. Ik hielp haar om de natuurlijke lading in haar fietstassen te stouwen. Het was zes uur op zondagochtend en de lente had er zin in. De zon begon al te schijnen en vogels namen hun ochtendrepertoire door. En verder was het stil in het park.

Ik maakte in alle vroegte een wandeling. De slaap was verdwenen en om de dufheid te verdrijven besloot ik naar buiten te gaan. Halverwege mijn rondje door het park, kwam ze mij voorbij. Met opengesperde ogen keek ze me aan. ‘Hé net als mijn vader, die liep ook altijd heel vroeg buiten door de natuur,’ riep ze in het voorbijgaan. Zei ze het omdat ze het eng vond, zo’n man in alle vroegte? Of had ze wat middelen geslikt waardoor ze aan haar remmingen voorbij ging? Of kletste ze gewoon graag met jan en alleman. Haar donkerpaarse suède laarsjes, vies geworden van de modder staken uit onder een vaal donkerroze joggingbroek. Onder haar linkeroog had ze een zilverblauw streepje getrokken. Het andere oog was onversierd. ‘Gisteren was het Pasen bij de Russisch-Orthodoxe kerk, maar ik durfde er niet naar toe te fietsen in het donker. Ik woon hier verderop in een tuinhuisje, koud hoor in de winter.’ Ik glimlachte en zeg dat het verstandig was om niet in de nacht door het park te fietsen. ‘Je he? Mensen gebruiken geweld hier of hebben seks, ik wil gewoon door het bos fietsen. Zo’n orthodoxe processie is zo mooi, heb je dat wel eens gezien?’ Ze steekt haar spade door een lus die om haar fietsframe is gebonden.

‘Waar woon jij?’ Ik wees vaag in de richting waar mijn huis moet staan. ‘O, ook in een tuinhuisje?’ Ik knikte en vertelde dat ik er net woon, en dat het nog een bouwval was. Om indruk te maken vertelde ik dat ik er vooral schrijf. ‘Wat schrijf je, gedichten?’ God bewaar me, geen poëzie. ‘Mijn dochter, die slaapt nog, is dan wel dyslectisch, maar ze schrijft prachtige gedichten. Heel gevoelig, mooi hè, ze doet het uit zichzelf.’ Ik zei dat het schitterend is hoe kinderen onbevangen kunnen opschrijven wat ze denken en voelen. Nog helemaal niet door de buitenwereld verpest. Enthousiast kniket ze.

‘Het is niet illegaal hoor, die plantjes,’ begon ze ineens over haar gestolen pootgoed. ‘In mijn tuin groeit het beter dan op deze moerasgrond. Ze moeten mij dankbaar zijn voor het overnemen van het kruid.’ Toch keek ze schichtig om haar heen of niemand haar ziet. Maar het bleef rustig, zeg maar uitgestorven. Binnenkort gaat haar dochter naar Australië, de taal leren op straat. ‘Dan ben ik alleen in mijn huisje. Eerst mis ik haar en daarna kan ik mezelf zijn. Lekker dansen door de kamer en keihard zing met de muziek mee.’ Ik lachte en wenste haar heel veel plezier. Haar uitnodiging om maar eens langs te komen om in haar houtgestookte sauna te genieten, wimpelde ik af. Ze fietste weg, met de spade slingerend aan het frame. Ik keek naar het kleine roze bloemetje in mijn hand dat ze me gegeven had. Als ik het kleine knolletje aan het steeltje de kans geef, krijg je van zelf een grote plant. Tussen mijn wijsvinger en duim vermorzelde ik het plantje in spé, het ging ongemerkt, vanzelf. Ik liep verder, mijn rondje door het park was bijna voltooid. Ik wou dat ik echt een tuinhuisje in het park had.

Uitzicht op Zee

De eigenaar van de strandtent liep langs de tafeltjes in zijn goedlopende zaak. Alle plaatsen voor de ramen, met uitzicht op zee zaten vol. Ook de tweede rij was voor de helft bezet. Er werd goed gegeten en de gasten bleven maar drankjes bestellen. Goedkeurend zag hij zijn jongens van de bediening met volle dienbladen van de tap naar de tafels lopen. Hij zuchtte, wat een omzet moet dit opleveren. En morgen zou het best wel zonnig zijn, voor het eerst dit jaar dat het op zaterdag strandweer leek te worden. Hij floot, een beetje vals, maar niemand die hem erop aanspraak. Als de baas floot, was dat een teken dat hij tevreden was en dat leidde vaak tot een extra uitbetaling.

Natuurlijk was de vollopende kassa alleen al genoeg reden om hem vrolijk te maken. Een strandtent run je niet voor je lol. Het gaat om harde pegels, dat had hij al vroeg van zijn vader geleerd. Toen de ouwe was overleden had hij de tent overgenomen. De oude meuk, bruine harde stoeltjes en formica tafeltjes uit de jaren vijftig en een open diepvriezer voor de ijsjes, flikkerde hij in een container, nog voordat Pa in zijn kist onder de grond gelegd was. Geen tijd te verliezen had hij gedacht. De timing van het overlijden was slecht. Twee weken voor Pasen ging hij heen. In plaats van het seizoen goed te kunnen voorbereiden, moest hij zich nu bezig houden met een begrafenis. Gedoe alom, kaarten, plakjes cake, een begraafplek, want van cremeren moest Pa niets hebben. En geen poen gespaard voor de uitvaart. Alles moest van de lopende rekening. Het lukte allemaal net, al kwam hij wel in de problemen met zijn verbouw. Hij had het plan al klaar liggen sinds zijn vader te horen had gekregen dat hij nog maar een paar maanden te leven had. Hij bracht zijn vader na het ziekenhuisbezoek terug naar de strandtent, want mocht hij die middag al sterven, dan moest dat in de zaak gebeuren, achter de tap, op zijn vaste plek. ‘Ik wil doodgaan met het zand tussen mijn kiezen, de blik op de zee en met de krijsende meeuwen in mijn oren. ‘ Toen hij zijn vader had geïnstalleerd in de verder lege zaak, reed hij door om de verbouwspullen te bestellen bij de groothandel. Hij sprak af dat hij op afroep de nieuwe strandtentmeubels zou op komen halen. Het voorschot kon hij nog net betalen. Ach, dacht hij, komt tijd komt raad, ik vind wel een manier om de rest van het bedrag bij elkaar te sprokkelen. Desnoods leen ik wel wat.

Maar dat liep minder goed. De hele week stond de motorrijder in zijn leren pak en met zijn zonnebril op voor de tent te wachten. Steeds als hij langs de motor liep, kreeg de strandtenthouder toegefluisterd. ‘Zaterdag kom ik de eerste termijn ophalen, zorg dat het klaarligt.’ En dat elke avond. Had de bank nou maar toeschikkelijk geweest dan had hij nu beter kunnen slapen. Hij moest het geld snel hebben, en de motorman kon het hem snel brengen. Er zou niets aan de hand zijn als hij twee dagen vol zou zitten. En daar leek het nu eindelijk, op de valreep, op te gaan lijken. Vandaar dat hij floot. Heel vals.

Hij zag dat het interieur mensen aantrok. Fris, modern, rustig blauw gekleurd. Het leek stijl te hebben. De kunst van de strandtent is om altijd wat mensen in huis te hebben. Naar een lege plek komt niemand. En hoe krijg je de eerste mensen binnen? Door er verzorgd uit te zien. Dus liepen zijn medewerkers in strakke polo’s en sportieve broeken. Alleen mannen, want dat trekt vrouwen. En vrouwen in je zaak leidt tot meer klandizie. Altijd aan het raam zetten, leerde hij de jongens. ‘Zet ze in de etalage.’ Het grijze stel dat hij vandaag als eerste binnenkreeg, had hij in de uiterste hoek weten te placeren. De plek had wel uitzicht op de zee, maar kon vanaf het strand niet gezien worden. Op de mooiste plek zat een topdame. Alleen nog wel. Helemaal goed, dacht hij. Of het door de fantastische namiddag kwam, vol zon en uitlopend op een schitterend ondergang in het perfect golvende zeewater, of door de mooie vrouw aan het raam, het liep storm.

Heel de avond hield hij haar in de gaten. Ze stond op, toen het eten kwam, om haar zoontje van het strand te halen. Hij keek naar haar benen, slank, lang. Een klein kontje en prettig rond borstjes als van een schoolmeisje. Open ogen, licht besproet gezicht en een kolossale bos rode krullen, tot over de schouder. Haar stem klonk als muziek in zijn oren toen ze de naam van haar zoon riep, ‘Alexander!’ Het was de naam die zijn vader hem ook had gegeven. Toeval bestaat niet. Hij trok zijn polo wat rechter en zijn buik wat in, haalde een hand door zijn haren en wandelde onopvallend langs de tafeltjes. Bij Alex en zijn moeder bleef hij langer staan. Of alles naar ‘wunsch’ was? Het smaakte ‘fabelhaft’ en ja een drankje van de zaak ging er wel in. Hij gaf de jongen een cola, maakte met hem een grapje door te wijzen naar buiten en vlug de hamburger van het bord te pakken. Moeder lachte hees. Ze hief het glas wijn, dat ze met haar lange sierlijke vingers aan de steel vast hield, en proostte in zijn richting. Zijn glas, het derde uit de fles witte wijn, tikte hij tegen het hare. Op de lounchbank zat hij breed, met zijn rechterarm op de rugleuning, boven haar hoofd. In zijn linkerhand hield hij zijn visitekaartje. Kort legde hij uit dat ze in Duitsland alleen 31 en voor moest intikken en dan konden ze spreken. ‘Nur einendertig eindroeken,’ probeerde hij haar duidelijk te maken. Ze lachte lieflijk. Nee, morgen zou ze vertrekken, ‘Muss arbeiten, gelt vertienen.’ Met haar duim en wijsvinger wreef ze alsof ze geld telde. Geld schoot hem te binnen, als ik morgen maar genoeg geld heb. Juist op dat moment knalde de deur hard open. De motorman, met zonnebril op, terwijl de schemering nu echt had ingezet, stond in de deuropening. Vanachter zijn donkere bril gluurde hij de restaurantruimte door. Toen hij de eigenaar in de gaten kreeg, liep hij op het tafeltje af en ging naast de jonge Alex zitten. Het wijnglas dat tussen de twee mannen in stond pakte hij op en dronk hij in een teug leeg. Hij spoelde er zijn mond mee en spuwde het terug in het glas. ‘Vergeet morgen, niet, ik kom terug.’ Hij keek over zijn bril in de richting van de vrouw en knipoogde. Ze sloeg haar ogen neer. ‘Komm, Alex, es ist spat, wir gehen zum Hotel zurück.’ Ze legde honderd euro neer en schoof de tafel van zich af om op te staan.

‘Sall iech miet spatsieren?’ probeerde hij nog, maar ze stond al buiten. Hij zwaaide nog, maar ze liep gehaast weg, het duinpad op. Met zijn hoofd omlaag liep hij naar de bar. Hij opende de kassa en overzag de biljetten, de omzet had hoger gelegen. Zijn lust om te fluiten had hem verlaten. Op het tv-toestel boven het biljart zag hij in een flits de weersverwachting voorbijkomen. Boven de kustlijn stond een donkerwolkje met drie vette regenstreepjes eronder, het getal van de temperatuur was een enkel getal. Hij slikte een keer en keek nog eens goed naar zijn keurig verbouwde strandtent. Nee, zijn vader zou het niet meer terug herkennen, zeker na morgen niet.

Het Van Bemmel College Aflevering 11: Het Van Bemmel financiert uw droom

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredende docent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 11: Freek ontdekt dat zijn collega’s geheime investeringen hebben gedaan

.

Het papier lag op elke tafel in de personeelskamer. Het wekte bij elk personeelslid onrust op. Natuurlijk wist iedereen dat de school in geldproblemen zat. De geruchten gingen alle kanten op. Er zou teveel zijn uitgegeven bij de verbouwing. Docenten gingen wel heel vroeg met een goud omrand pensioen. En hoe dat nou precies zat met die vette ICT-opdracht aan het bureautje van een oud-helpdesk-medewerker van de school, bleef ook altijd vaag. Maar dat de school te weinig geld had, was in de dagelijkse gang van zaken te merken. En dat het nijpend was, bleek wel uit de brief die ik net van het tafeltje gepakt had. ‘Financiële nood Van Bemmel’, zo luidde de kop.

Al sinds de eerste dag van mijn vervanging ,merkte ik dat er beknibbeld werd. Het koekje bij de koffie verdween, het gratis kopiëren stopte en de bedrijfs-laptop liep ik ook al mis. Ik ging met de brief in mijn hand naar de conciërge. Mijn whiteboardmarkers waren op, alweer, ik had ze net. De stiftjes die de conciërge leverde waren van inferieure kwaliteit. Ze droogden uit waar je bij staat. Ik deed mijn beklaag bij hem.

‘Ik weet het jongen, maar ik heb niet meer budget, ik zeur erom maar ik krijg niets,’ bromde John de conciërge. ‘Ze beslissen maar daar op kantoor, maar ze zien niet hoe het er in het echt aan toegaat. De school gaat naar de, nou ja je weet wel. Het verpaupert en verloedert. Moet jij trouwens ook terugbetalen, Freek?’ Ik schudde mijn hoofd. Als invaller viel ik buiten de regeling ‘Lenen van Van Bemmel’, jammer want twee procent rente was een koopje.

‘Jij wel?’ John knikte en keek somber. ‘Ik denk dat ik hem moet verkopen om het te kunnen aflossen.’ Hij pakte uit zijn broekzak zijn portemonnee. ‘Kijk dit is hem, mijn huisje aan de Spaanse Costa. Ik heb hem twaalf jaar geleden gekocht. Lekker dicht bij mijn boot.’ Ik zag John op de foto met ontbloot bovenlijf op de veranda van een wit geschilderd, met sinasappelboompjes omringd huisje staan. John hield een fors glas bier in de hand, hij proostte naar de fotograaf. ‘En dit is mijn bootje.’ Zelfde pose, vers biertje. ‘Die boot moet maar weg. Of dat huisje, maar de markt is zo slecht in Spanje, daar ga ik op verliezen. Heb jij nog interesse in een boot?’ Ik lachte honend en liep naar mijn lokaal.

Onderweg keek in ik nog even in mijn postvak. Een collega verspreide foto’s van een te koop aangeboden Harley. Met de foto liep ik naar mijn lokaal. Op de trage computer in mijn klas, opende ik de mail. Een andere collega liet per mail dat ze haar cabrio van de hand moest doen. Onbetaalbaar geworden door het afschaffen en terugvorderen van haar Van-Bemmel-lening. ‘Goed ingereden wagen, knap onderhouden.’ De vraagprijs van 23.000 euro deed een grote lening vermoeden. Terwijl ik de collega in haar open wagen goed bekeek, en me afvroeg wat het toch is dat vrouwen van middelbare leeftijd zo graag open en bloot rond willen rijden, ging de deur open. Boris, de toa van scheikunde, jonge vent met ambities in de horeca stapte binnen.

‘He Freek, ze willen bijna twee miljoen terugvorderen, ik kom in grote problemen door die onbetrouwbare honden.’ Het huilen stond hem nader dan het lachen. ‘Ik moet plantjes kopen deze week, ik heb een contract, en je weet dat die wietjongens weinig geduld hebben. Hoe kom ik nou toch aan geld? Ik had een doorlopend krediet hierop school, maar dat is bevroren, en ik moet kopen. Anders, nou ja je weet wel.’

‘Hmm, Boris, ik denk dat ik je niet kan helpen,’ begon ik te zeggen. Maar juist op dat moment kwam er een mailtje binnen. De directie meldde trots dat de school uitverkoren was om deel te nemen aan het prestigieuze onderwijsproject ‘Dichter bij de kennis’. Toponderzoekers, uit de academische wereld, starten lesprojecten met middelbare scholen op . Het leverde jaarlijks anderhalf miljoen op. De mededeling van de directie sloot af met het zinnetje: ‘Gezien de nu stevige financiële impuls uit het project, is de financiële crisis in het Van Bemmel ten einde, vandaar dat de eerder aangekondigde afschaffing van de Van-Bemmel-lening komt te vervallen.’ Boris viel mij huilend om de hals en fluisterde: ‘Ik ben gered, ik ben gered.’ Vanaf het plein klonk een juichende Spaanse ‘Olé’, ook John had de mail gelezen.

Het Van Bemmel College Aflevering 10: Freek wordt bedreigd

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 10: Freek krijgt te maken met bedreigingen maar slaat terug.

Na het debacle van vorige week, waarbij ik de vergadering uitliep, had ik een vijand op school: collega De Wit. Hij werkte langer dan wie ook op het Van Bemmel. Aan deze lange staat van dienst ontleende hij een onaantastbare status. Als een verwende sultan heerste hij in de personeelskamer. Wat anderen niet mochten, deed hij zonder scrupules. Regels golden niet voor hem. Hij had al acht rectoren gehad, of overleefd zoals hij het zelf uitdrukte. Hij kende de mazen van de schoolregels en anders verzon hij zelf wel een voorbeeld uit het verleden om te bewijzen dat hij recht had op die extra verlofdag of die vrijstelling. Sommigen noemden hem onbeschoft, voor anderen was hij een held.

Voor mij was hij nu een vijand. Ik had hem openlijk in zijn hemd gezet. Daags erna kwam hij in de garderobe naar me toen. Hij pakte me bij mijn arm en dirigeerde me naar de hoek naast de kapstokken. Zijn adem stonk naar knoflook of haring. De woorden die hij mij toebeet, onderstreepte hij met een stroom spuugdeeltjes. Zachtjes, maar beslist siste hij: ‘Wat jij gisteren hebt gezegd is walgelijk. We moeten hier niets hebben van mannetje met idealen zoals jij. Als je iets wilt doen voor die kinderen met leerproblemen, doe dat alsjeblieft in je vrije tijd. Maar niet hier. Voor je het weet worden we door de minister beloond met het predicaat ‘Uitmuntende School’. Dan staat er op de vermaledijde website dat het Van Bemmel uitblinkt in zorg voor elke leerlingen. Zit je na een tijdje met allemaal gemankeerde leerlingen in je klas. De een met PDD-NOS, de ander dyslectisch, nog een met een spasme, een clubje allround-autisten en om het feest compleet te maken ook nog hoogbegaafden, van die types die nooit geloven wat er in het boek staat, en al helemaal niet willen aannemen dat jij de kennis in huis hebt. Lekker lesgeven wordt dat. Ik wil gewoon rustig mijn lesjes kunnen afdraaien zoals ik dat al bijna veertig jaar doe en verder geen gezeur.’ De tirade fluister-schreeuwde hij vlak voor mijn oor. Hij hijgde erbij. Ik voelde zijn woede. De hand waarmee hij mij bovenarm vasthield, alsof ik een kwajongen was die betrapt was op spieken, kneep bij elke lettergreep harder.

‘De Wit, wat zijn we daar aan het doen, laat Freek met rust. Ben je weer eens iemand aan het bewerken?’ Sectordirecteur Hartlief stond in de deuropening van de garderobe. ‘Freek kom je mee, we zitten klaar voor je.’ De Wit liet mijn arm los. ‘Je weet het hè, dimmen, anders weet ik je te vinden.’ De Witts vinger zwaaide dreigend voor mijn ogen. Spottend keek ik terug. ‘Jij? Joh, ik word bang.’ Met alle kracht keek ik hem nu minachtend aan. ‘En o ja, ik heb nog een mooi verhaal gehoord over je, van een leerlinge uit havo 4. Is een mooie meid. Ze snapt alleen de ballen van economie en haalt toch hoge cijfers bij je. Bijzonder hè? Ze liet me in vertrouwen een paar foto’s en sms’jes zien op haar mobiel. Daar stond je mooi op, De Wit.’

‘Wat bedoel je,’ stamelde de oude collega. Zijn ogen vernauwde zich. ‘Wat weet je ervan?’

‘Ach, ik weet niet zo veel, maar ik ga het nu even met de directie bespreken, ik moest het melden, niet waar?’ Zo rustig mogelijk liep ik naar de directiekamer. Hartlief stond in de deuropening. Ik gaf hem een hand. Binnen nam ik plaats aan de vergadertafel, waar ook de leden van de vertrouwenscommissie aangeschoven waren. ‘Welkom Freek, je hebt ons iets te vertellen, we zijn benieuwd, steek van wal.’ Hartlief sloot nadrukkelijk de deur.

Het Van Bemmel College Aflevering 9: Freek verzuimt zijn plicht

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredende docent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 9: Freek neemt deel aan een rapportvergadering en leert zijn collega’s goed kennen.

‘Als mentor heb ik de taak om te zeggen dat ik hiermee zeer ontevreden ben.’ Koos Prungel van Duits voerde het woord in de rapportvergadering. ‘Ik vind dat hier op onprettige manier over mensen gesproken wordt. Als ik de leiding over deze bespreking had gehad, had ik ingegrepen. Maar hier kunnen mensen ermee wegkomen.’ Alle blikken waren nu gericht op de voorzitter, Trudie van der Weij, die als teammanager de vergadering leidde. Haar hoofd kleurde dieprood. Al bij de eerste leerling was het misgelopen. Te weinig onvoldoendes waren toegelicht door de vakdocenten. Ter plekke ging Trudie de onvoldoende vakken langs.

‘Ongemotiveerd.’

‘Heeft nooit zijn huiswerk af.’

‘Luie donder.’

‘Totaal geen inzicht.’

‘Vegeteert maar wat.’

Met loze kreten maakten de leraren zich er vanaf. Trudie moest er maar chocola van maken, dachten ze, met haar LD-functie en haar kantoortje. Ik zat me op te winden. Ik fluisterde naar Kim die naast me zat: ‘Pedagogisch ongehoord, wat een schandaal. Ga jij er iets van zeggen of doe ik het?’

‘En geschiedenis, een vijf, wat doet Hans voor jouw vak, Freek?’ Ik schraapte mijn keel, keek Kim aan. Ze knikte. ‘Eh, ik heb een gesprekje met hem gevoerd. Hans kan moeilijk organiseren. Uit de achtergrondinformatie heb ik gehaald dat hij een informatieverwerkingsprobleem heeft. Ik vraag me af wat er in de afgelopen jaren aangedaan is?’

‘Ja hoor, een informatieverwerkingsstoornis, dat hebben ze allemaal,’ schimpte Van Aarden, natuurkunde. ‘Daar valt niet tegen op te remediëren. ‘ De docentenvergadering lachte luid. ‘Overigens, voorzitter, dit hoeft niet in de notulen.’

‘Ik zou het anders wel graag opgenomen zien worden. Ik heb begrepen dat de oudergeleding van de MR de notulen mag opvragen. Ik wil graag dat ouders weten hoe er over hun kinderen gesproken word.’ Ik keek de kring rond en zag louter vijandelijke blikken.

‘Maar dan staan we in ons hemd, Trudie, wissen die opmerkingen.’ Trudies vinger hing boven de delete-knop van haar laptop.

‘Als je het wist, ben ik weg,’ zei ik zo rustig mogelijk, ‘uit alle opmerkingen maak ik op dat jullie totaal geen interesse en inzicht in deze leerlingen hebben.’

‘Voor een invaller heb je een aardig grote mond, Van het Huys,’ collega De Wit, invloedrijke en manipulatieve nestor. Hij was opgestaan en liep op Trudie af. ‘Zal ik het wissen of doe je het zelf? Laten we daarna gewoon verder gaan en een beetje opschieten met deze onzin, ik moet nog tennissen. En Van het Huys, ik zou maar even dimmen, zo gaan we op het Van Bemmel niet met elkaar om.’ Ik keek rond en zag grimmige gezichten. De papieren voor mij op tafel veegde ik traag bij elkaar. ‘Goed, jullie je zin, dan ga ik.’

Trudie stond op en wees in mijn richting. ‘Freek, als je nu gaat heb je een probleem. Je kunt niet weg gaan, deze bijeenkomst is verplicht. Het is plichtverzuim als je gaat.’ Ik wist even niet wat ik moest zeggen. Gelukkig opende Kim haar mond: ‘En de nietszeggende commentaren van deze oude lullen? Is dat geen plichtsverzuim?’

‘Ze blijven anders gewoon zitten, zij lopen niet weg, jullie wel.’ Trudie ging weer zitten. ‘Verder nog opmerkingen over Hans? Dan noteer ik als aanpak ‘moet harder werken’, iedereen eens?’ Mentor Prungel schudde zijn hoofd. Hij stak zijn hand op. ‘Ik ga met Freek mee, jullie bekijken het maar. Hij heeft groot gelijk.’

Koos liep voor mij en Kim uit. Met kracht duwde hij de deur open, liet ons voor gaan en gooide met al de opgespaarde woede in zijn lijf de deur dicht. ‘Scheisse, stelletje arschlochen,’ siste hij. Achter me hoorde ik Trudie de volgende leerling bespreken. ‘Anne heeft acht onvoldoendes, wie heeft een opmerking, De Wit jij misschien?’ Vaag hoorde ik de term ‘totaal gestoord.’

Het Van Bemmel College Aflevering 8: Freek demonstreert mee, en hoe

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 8: Freek gaat naar Amsterdam om zijn stem te laten klinken tegen de bezuinigingen op onderwijs.

.

Alleen liep ik over het perron. Mijn protestbord leunde over mijn schouder. Ik vond de tekst kort maar krachtig: ‘300 MILJOEN IS NIET TE DOEN’ Ik volgde de route door Amsterd Zuid-Oost. Een agent knikte mij goedkeurend toe. Hij opende zijn uniformjasje en zei: ‘Ja, ja, goed bezig, ik ben ook in Aktie, voor betere salarissen, wat een tyfusbende, die regering hè?’ We wensten elkaar succes met onze protesten.

Ik was op tijd, nog voor de collega’s die met de schoolbus onderweg waren. We hadden afgesproken voor de McDonald’s, crisisfood in crisistijden. Iedereen van de locatie deed mee. Ineens waren de kampen, die ontstaan waren na het conflict met collega De Wit, verenigd. Kim, mijn vlam van Aardrijkskunde, had iedereen opgeroepen met een gloedvol betoog. Tijdens de koffiepauze had ze het woord genomen en vol vuur verteld over haar dyslexie en aandachtsstoringen. Uit eigen ervaring vertelde ze hoe ze door een speciaal begeleidingsteam op haar middelbare school was geholpen met haar leerproblemen. ‘Zonder hulp van meester Kees en juffrouw Anja, had ik nooit mijn diploma kunnen halen. Ik haalde letters door elkaar, kon woordjes van de talen niet uit mijn kop leren. Maar door de individuele aandacht is het me gelukt, en natuurlijk door mijn vrouwelijke aantrekkingskracht tijdens de mondelinge tentamens.’ De mannelijke collega’s grinnikten, terwijl Kim haar AOB-shirt wat strakker trok. ‘Dus om mijn opvolgers in de lesbankjes te steunen, vraag ik jullie allemaal te staken en naar de landelijke manifestatie te komen. Er is vervoer, en broodjes zijn geregeld. Bovendien houden we in de bus na afloop het verjaardagsfeestje voor collega Freek, die op 6 maart jarig is. Wie is de eerste op mijn lijstje?’ Ze liep met haar inschrijfformulieren langs de tafels. Iedereen tekende.

Ik had die dag ervoor een nascholing in Rotterdam (‘Streetwise lesgeven voor de bovenbouw’), vandaar dat ik apart reisde. Terwijl ik richting de McDonald’s liep, hoorde ik ineens een brallerige stem: ‘He, jij bent vast een docent in Aktie?’ Ik staarde in een camera, en voelde aan de roze microfoon die onder mijn neus hing.

‘Kun jij goed spellen, nou spel dan eens DYSLEXIE?’ De jongeman in ruitjescolbert en met wollen sjaal keek me smalend aan. ‘Nou dat gaat niet snel. En wat betekent de afkorting PDD-NOS?’ Ik keek heel lang in de camera, en vroeg toen of dit uitgezonden werd. ‘Ja hoor vanavond, om de onderwijsstaking te belichten. Maar lekker hè, zo’n dagje spijbelen, toch, jullie willen toch altijd vakantie?’ Opnieuw stond ik met de mond vol tanden. Ik stamelde: ‘Eh, ik staak voor de leerlingen, die in de kou komen te staan.’

‘Echt, wat idealistisch, lever je dan je salaris niet liever in om die drop outs te helpen. Waarom moet dat van onze belastingcenten?’

‘Nou, ik loop liever even door,’ ik probeerde door te lopen, maar de cameraman sprong voor me. ‘Heb je geen mening, vind je de minister ook een analfabeet? Dat vindt die bond van je toch. Is mevrouw de minister een intellectuele minkukel?’

‘Lazer op man, ik moet er door.’ In de verte zag ik Kim staan zwaaien. ‘Freek, hier zijn we,’ riep mijn collega.

‘Oh, je scharreltje, daarom wou je niets zeggen.’ De camera zoomde in op Kim, die niet eens haar truitje hoefde op te spannen om de jongens in het roze te lokken. Ik liep er verloren achteraan. ‘Ja, hoor, dat kan ik spellen d-y-s-l-ex-i-e, en jij kun jij vertellen hoe je ‘bezuinigingen’ spelt?’ gaf ze Rutger vakkundig repliek. Vakkundig gaf ze hem de vinger. Kim had geen cursus ‘streetwise’ nodig.

Op de terugweg in de bus gingen diverse smartphones van hand naar hand. Gniffelend keken de collega’s naar mijn tweede optreden bij POWNED. Opnieuw stond ik er gekleurd op. Mijn ster rijst langzaam. Kim hield teder en troostrijk mijn hand vast. ‘Ik hou echt van je, trek het je niet aan.’

Het Van Bemmel College Aflevering 7: Freek laat zich helpen

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 7: Freek gaat op skivakantie en leert hoe je dat regelt.

.

‘Zo, geregeld,’ collega Buikinga van wiskunde, wreef zich in de handen, ‘en hij wenste me nog sterkte toe ook.’ Buikinga grinnikte en schudde zijn hoofd. ‘Nou als ik iets niet nodig heb is het wel sterkte. Deze jongen gaat als een speer, rechtstreeks de Alpen in, vlak voor de meute aan, rij ik vrijdag in alle vroegte naar de sneeuw! Ga jij nog skiën Freek?’

‘Huh, skiën, het wordt lente en het is mij te duur al die skipassen, skipakken en après-ski-pullen. Maar begrijp ik nou dat je buitengewoon verlof krijgt om eerder op vakantie te kunnen?’

‘Nou niet om op vakantie te gaan, maar ik moet even naar de dokter, afspraak kon niet anders dan vrijdag aanstaande. Nou ja zei ik in het ziekenhuis, doe maar, het kan niet wachten.’

‘Is het ernstig?’ Ik was benieuwd wat hij voor ziekte had.

‘Nou ik hoop het niet, zul je net zien heb ik alles voor elkaar, word ik ziek, nee er is niets aan de hand. Ik ben zo gezond dat ik niet eens een afspraak gemaakt heb. Met een beetje geluk sta ik vrijdagmiddag al op de piste, terwijl de rest nog moet komen. Ik moet alleen nog een truc bedenken om pas de maandag na de vakantie te kunnen terugkomen. Het appartement konden we voor niets nog een weekend extra gebruiken, nou dat moet je natuurlijk niet tegen mij zeggen. Heb jij nog een smoes die ik kan gebruiken om die maandag vrij te krijgen?’

‘Nou, bel gewoon ’s ochtends op dat je ziek bent?’ Het leek me de beste oplossing. ‘Voedselvergiftiging, komt veel voor bij vakantiegangers, ben je zo drie dagen mee bezig.

‘Nee, dat heb ik al drie keer gedaan, bij de vierde moet ik naar de arbo-arts, daar zit ik niet op te wachten, alhoewel, dan kan ik dat misschien combineren rond de meivakantie als ik naar dat huisje ga in Toscane. Als ik dan ga vliegen vanaf Weser, kan ik de donderdagvlucht nemen. Maar weet je geen betere truc?’

‘Overlijden dierbare oom in de tweede graad, of zijn die allemaal al op bij je?’

‘Nou, ik zit op het randje van het ongeloofwaardige.’

‘Vrouw met de ski-instructeur ervandoor?

‘Hmmm, dat is wel een leuke, kan ik zo drie dagen voor claimen. Van het Hek, prima plan. Ha, ik heb er zin in. Zo meteen nog even de skibox op het dak zetten en de lange latten ophalen, die net gewaxd zijn. Hé, heb jij wel eens geskied? Ik heb nog een plekje over in de auto en in dat appartement is een aparte slaapnis, waarom ga je niet mee?’

De sectordirecteur keek me verbaasd aan toen ik mijn buitengewoon verlof bij hem aanvroeg. Zuchtend noteerde hij me op een lange lijst. ‘Je bent de veertiende die verlof aanvraagt voor vrijdag. Ik heb haast geen docenten op die dag. Dat rooster wordt een gatenkaas. Nou ja, anders moet ik maar zelf wat steruren gaan geven. Dan ga ik zaterdag maar weg naar Zwitserland. Sterkte jongen, het is niet makkelijk zo’n afspraak. Weet je het wel zeker dat je die ingreep gaat doen? Een beslissing voor het leven hoor, en de hersteloperatie is uit het basispakket gehaald. Is je kinderwens dan nu al uitgedoofd?’ Ik knikte geestdriftig. ‘Goed jongen, jouw beslissing en die maandag na de vakantie moet je voor hercontrole naar de uroloog? Is genoteerd. Nou sterkte.’

Buikinga knipoogde toen ik hem in de grote pauze tegenkwam, hij stopte me nog een briefje toe. Ik schrok wel even toe ik het bedrag zag wat ik hem voor de reis en hotelkosten moest betalen. Nou ja, de lol kon gaan beginnen.

Het Van Bemmel College Aflevering 6: Freek en de vrijheid van meningsuiting

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 5: Freek tetst de verdraagzaamheid van zijn leerlingen

.

Ik zette met een zucht de tv uit. Wat een ratten, bij dat Powned. Ik walgde van het roze aangezette logo. Mijn foto met in roze letters ‘dictatuur op school’ stond de hele uitzending in beeld. Ik had het nieuws gehaald.

Ik had die middag ‘Duitsland onder Hitler’ behandeld in de klas. In het boek stond een bron over de vervolging van andersdenkenden. Politieke tegenstanders verdwenen in kampen, legde ik uit. En waarom deden de nazi’s dat? De klas reageerde lauw. Lars, een klein pienter knaapje stak zijn vinger op. ‘Meneer, ik weet het, om het verzet te breken.’ Ik knikte en stelde een vervolgvraag. Melissa, mooi en uitdagend gekleed, en in haar hoofd nog altijd in de disco van afgelopen weekend, gaf ik de beurt. ‘Wat zouden de thuisblijvers voelen als ze doorkregen wat er met de tegenstanders in de kampen gebeurde?’ Melissa keek mij verschrikt aan. ‘Euh, ik, euh.’ Ik moedigde haar aan nog even na te denken. ‘Wat was de vraag?’ Geduldig herhaalde ik de vraag. Melissa sloeg haar haar achterover en antwoordde: ‘Nou gewoon, ik denk dat ze moesten huilen. Ik huilde ook toen mijn broertje op kamp ging.’ De klas barstte uit in lachen. ‘Nou, hij heeft heimwee en moest mee, heel zielig.’ Lars had zijn vinger al omhoog en riep: ‘Men werd bang dat als men ook iets fouts deed of zei, ook naar een kamp moest.’ Ik complimenteerde Lars en schreef op het bord een aantekening van dit leermoment.

‘Mijnheer, hier staat dat ook homo’s werden opgesloten, had je die toen al?’ Ik peilde hoe serieus de vraag was. Koos keek er bij alsof hij het zich echt afvroeg. Ik knikte. Homo’s had je altijd in de geschiedenis. ‘Dus die moesten ook dood?’ Opnieuw knikte ik. ‘Net als geestelijk gehandicapten,’ legde ik uit. ‘Snappen jullie waarom?’

‘Omdat het viezeriken zijn.’ Pim, de grootste womanizer van de klas, keek uitdagend rond. ‘Hitler wilden ze niet, dus.’ Ik voelde dat hij het jammer vond dat het de nazi’s niet gelukt was homoseksualiteit uit te bannen. Het schoot me te binnen dat de Tweede Kamer de minister van Onderwijs aangespoord had om in de lessen op school homoseksualiteit bespreekbaar te maken. Dit was zo’n mogelijkheid. Maar ik voelde een taboe in de groep over dit onderwerp. ‘Als het aan Hitler had gelegen, hadden wij geen Lars gehad, hè kleine homo?’ Lars werd vuurrood door de opmerking van Pim. Ik moest wat zeggen om de jongen te verdedigen. Ik koos voor de verkeerde aanpak. ‘Wie is het eens met Pm?’ vroeg ik. Ik zag tot mijn verbijstering bijna alle handen omhoog gaan. Behalve Lars, en Melissa, die voor de verandering aan het komende weekend zat te denken.

‘Ik schrik hiervan jongens, wij leven in een vrij land, in de grondwet staat dat we niemand discrimineren op afkomst, geloof , geslacht of seksuele geaardheid. Bedenk dat die grondwet het tegendeel is van de terreur en dictatuur van Hitler.’ Ik voelde me een predikant in de verkeerde kerk.

‘Maar ik heb vrijheid van meningsuiting. Dus mag ik het zeggen.’ Pim sloeg zijn armen over elkaar.

‘Vieze nazi,’ siste Lars. Ik keek hem bestraffend aan. ‘Jongens, dimmen nou even, dit kan echt niet.’

‘Censuur!’ Pim hield niet meer op. ‘Ik mag zeggen wat ik wil.’

‘En ik ben geen homo.’ Lars rende de klas uit, de deur knalde in de sponningen. Ik liep achter Lars aan. Toen ik hem wilde troosten en even mijn arm om hem heen sloeg, hoorde ik Pim zeggen dat pedo’s ook door Hitler waren opgesloten. Ik stampte de klas in en sloeg hard met mijn hand op de tafel. Melissa keek op. ‘Pim, nu ga je met je vrijheid van meningsuiting geleuter te ver. Ik zet je nu de klas uit.’ Pim pakte tergend langzaam zijn spullen, liep langs Melissa en streelde haar blonde haren. ‘Ik zie je zo chickie,’ zei hij tegen het vampje. Toen hij achter me langs slenterde, zei hij dat ik vanavond om half elf naar Nederland 3 moest kijken. ‘Die jongens van Powned komen mij vanmiddag interviewen over de censuur op deze school. Ik heb ze net gebeld.’ De grijns die hij mij liet zien, spatte inderdaad die avond van de beeldbuis. Toen ik de tv uitschakelde kreeg ik een sms, of ik me morgen voor het eerste uur kwam melden bij de locatie-directeur.

Het Van Bemmel College Aflevering 5: Een glinsterend pakje met een smaakje

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 5: Freek mist de trein en ontdekt wat een vrouw in haar tas hoort te hebben.

.

‘Wegens ijsvorming valt de trein, vertrektijd 7 uur 24, spoor 4B, uit. De NS zet bussen in, die u aan de voorkant van het station kunt aantreffen.’ De wind sneed dwars door mijn sjaal en handschoenen heen. Ik bibberde. Sinds ik op school was gaan werken was dit de vierde keer dat er iets mis was met de trein. Ik begon mijn geloof in het OV te verliezen. Ik stroomde mee met de massa reizigers naar de twee beschikbare bussen. Er werd geduwd, getrokken en gescholden. Twee bussen reden net weg. Ik bleef met de meeste gedupeerden achter. Op tijd komen was er niet meer bij. Met mijn mobiel belde ik om te vertellen dat ik het eerste uur niet kon halen. De conciërge had met me te doen. Hij zou de klas even vasthouden. ‘Ik hou ze wel even in toom, neem je tijd, het komt goed.’ Ik wilde al neerleggen toen hij een idee kreeg. ‘Weet je, die Kim woont vlakbij het station. Ik geef je haar nummer, ze rijdt met de auto, misschien kan je met haar mee rijden.’ Kim. Ik slikte. De droom van vorige week had mijn rust verdreven. Eigenlijk was ze niet uit mijn hoofd weg te krijgen. Als een schooljongen keek ik steeds in haar richting. Ik durfde niets tegen haar te zeggen uit angst dat ik zou blozen. En nu moest ik haar bellen? Ik bedankte voor de tip en zei dat mijn beltegoed bijna op was. De conciërge was heel bereidwillig. ‘Okay, ik bel haar, ga maar voor het station staan dan haalt ze je op’. Ik murmelde ‘Is goed.’

Voor het station keek ik rond of ze er al aan kwam. Ik drentelde heen en weer, rookte drie sigaretten in vijf minuten en hoopte dat ze niet zou komen. Tevergeefs was mijn hoop. Daar kwam ze aan.

‘Hé Freek, je wil meerijden, prima, die maffe conciërge belde met net toen ik in de auto stapte. Tuurlijk mag je mee. Ik had me de afgelopen week al eens afgevraagd waarom je met die trein gaat. Maar ja, ik wil me niet opdringen. Ga lekker zitten.’ Echt op mijn gemak ging ik niet naast haar zitten. De tas op de bijrijderstoel zette ik voorzichtig op de grond tussen mijn voeten. In de openstaande tas zag ik lesboeken, mappen en een magazine voor geografen.

‘Fijn dat ik mee mag rijden, denk je dat we nog op tijd komen?’ Kim gaf een dot gas, terwijl we linksaf moesten slaan.

‘Ja, even doorpezen en we komen op tijd. Ik ken de weg, dagelijkse kost he?’ De bocht nam ze op volle snelheid. Voor mijn gevoel helde de auto bijna over. Haar tas viel omver. De boeken en schriften, de gewone attributen van een lesgevende vrouw vielen uit de tas. Ik pakte de spullen weer in. Mijn oog viel op het open zijvakje in de binnenkant van de tas. Kim zag wat ik zag en grinnikte.

‘Ja, jij denkt nu wat moet een docente op school met zo’n glinsterend pakje? En nog wel met een smaakje. Maar om je uit de droom te helpen, ik heb die gisteren in de brugklas in beslag genomen. De jongetjes hadden iets te veel lol met de pakjes die ze bij biologie uit het kabinet hadden gepikt.’

Ik grijnsde, heel eerlijk gezegd was ik even in een vreemde waan gekomen.

‘O fok, de tank is bijna leeg, we redden het niet. Gelukkig is hier vlakbij een tankstation.’ Binnen twee minuten stonden we op de plek waar ik een week geleden over gedroomd had. ‘Bel jij even naar school dat het toch wat later wordt,’ zei Kim terwijl ze net als in mijn droom zich voorover boog. Wilde ze haar tas pakken?

De conciërge grinnikte toen ik hem vertelde over onze vertraging. ‘Neem je tijd jongen, de directie heeft besloten alle lessen na het tweede te laten vervallen. IJsvrij. Ik wilde het je nog vertellen maar je beltegoed was op. Fijne dag met Kim.’ De dag kreeg een bijzondere wending.

Het Van Bemmel College Aflevering 4: Wat doen twee docenten op een donkere parkeerplaats?

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 4: Freek maakt nader kennis met zijn collega Aardrijkskunde

.

Ik liep naar mijn lokaal om de proefwerken van havo 3 na te kijken. Aan het bureau kon ik op mijn gemak de toetsen beoordelen. Mijn antwoordmodel, scoreformulier en de stapel slordig beschreven antwoordbladen schikte ik voor me op tafel. Het was niet het leukste werk, maar ik kreeg er lol in toen ik zag dat ze veel vragen goed gemaakt hadden. Geconcentreerd werkte ik me er door heen. Bij de zestiende leerling begon ik de gapen. Na een hele dag werken, prikten mijn ogen. Al snel lag ik met mijn hoofd op de toetsen te slapen.

De deur ging open. Kim de Vries, de jonge docente Aardrijkskunde stond met een stapel atlassen in de deuropening. Onhandig manoeuvreerde ze de boeken naar binnen. Galant pakte ik de bovenste atlassen van haar over. Ze zei dat ze morgen het eerste uur hier les ging geven en dat ze alvast wat wilde klaarleggen. ‘Dat scheelt morgen een hoop tijd, zei ze en legde op elke tafel een atlas. Samen klaarden we het klusje.

‘Dank je, heel vriendelijk, was je aan het nakijken?’ Ze ging op het tafeltje zitten naast mijn bureau. Haar rokje schoof ze decent naar beneden. Ze legde haar handen op haar benen. De modieuze laarzen bungelden onder het tafeltje. Haar shirtje liet haar decolleté voor zich zelf spreken. Ik knikte en wees op de proefwerken, ‘Het hoort erbij hè?’

‘Ja, hoe bevalt het in je nieuwe baan? Kun je het goed vinden met de klassen?’

‘Ik vind het leuk op school. Ik heb alleen wat moeite met de strijd onder het personeel.’ De gooipartij in de pauze waarbij De Wit de directeur had bekogeld met koffiekopjes, had tot gevolg gehad dat de factie De Wit, een actie begonnen was om de berisping van de economieleraar van tafel te krijgen. Het voornaamste actiemiddel was om te zwijgen zodra er een lid van de schoolleiding de personeelskamer binnenkwam. Ik vond het kinderachtig en puberaal.

‘Ja, die Wittianen zijn volledig gestoord,’ zei Kim, ‘ik wil me er niet mee bemoeien, maar je merkt het in alles. De sfeer is verziekt. Trouwens, Jij woont toch ook in de stad? Reis je met de trein?’

‘Ja, kan ik nog wat werken onderweg, jij ook?’

‘Nee, ik rij met de auto heen en weer. Wil je straks meereizen, dat gaat stukken sneller dan die trein. En ook een leuker.’ Ik knikte en nam het aanbod aan. Het was een prima manier om haar beter te leren kennen.

Samen liepen we het schoolplein af. Ze opende het portier van haar auto. Ik stapte in en ging naast haar zitten in haar rode Suzuki. De A-28 had ze in mum van tijd bereikt. Het schemerde toen we de afrit naar het Shell-station opreden. ‘Moet je tanken?’ vroeg ik haar. Ze schudde haar hoofd en reed door naar het uiterste en donkerste hoekje van de parkeerplaats. Daar schakelde ze de motor uit en boog zich over me heen. Ik voelde haar lippen op de mijne landen.

Pas heel laat, kwam ik alsnog met de trein aan in de stad. De conciërge had mij wakker gemaakt toen hij de school ging afsluiten. Hij lachte toen ik hem slaperig Kim noemde. ‘Nee, Kim werkt niet op woensdag, morgen komt ze weer.’ Thuis wachtte het restant van de na te kijken proefwerken. Gelukkig was ik nu voldoende uitgerust om de stapel weg te werken.

Het Van Bemmel College Aflevering 3: De lekkerste koffie -

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 3: Freek ontdekt dat niet ieder collega een medewerker is

.

Tussen sloom lopende leerlingen slalomde ik naar de koffie. Ik had net havo 2 lesgegeven. Mijn herintreden ging prima. Ik voelde met de leerlingen een klik en had chemie met de meeste klassen. Met de collega’s lag dat wat anders.

‘Zo, Van het Huys, gaat het een beetje, hou je ze in de klas?’ vroeg De Wit, collega Economie, hij tapte zijn automatenkoffie in zijn mok. ‘Het is zo stil in je lokaal, wat spook je uit met de kinderen?’

‘Ik ben lekker bezig met de kids.’

‘Ja, wat een gedoe he? Als ze stil zijn, betekent dat niet dat ze opletten of leren, joh.’ Hij roerde in de koffie. ‘Zullen we hier even zitten?’ Hij wees op een tafeltje waar een droogboeketje probeerde om de boel op te fleuren. Naast het vaasje lagen oproepen om te gaan staken. Het stilleven werd compleet met twee plastic koffiebekertjes. De Wit zuchtte diep en begon een tirade over de lamlendigheid van de pubers, maakte een bruggetje naar de schoolleiding die niet wist waarmee ze bezig was en eindige met een verzuchting dat de minister er alleen op uit was om het vak kapot te maken. ‘Kom je aan een leraars vakantie, dan trap je hem omver. Het enige leuke aan het onderwijs zijn de vrije dagen. En ik voorspel je dat het afgelopen is met die vakantiedagen. Alles wordt uitgehold.’ Zijn klaagzang eindigde hij door zijn kopje met een ferm gebaar op tafel te plaatsen.

‘Toch vind ik het werk an sich leuk, kennisoverdragen en die kinderen bewust maken van allerlei dingen,’ probeerde ik het gesprek een andere wending te geven.

‘Je komt er wel achter, dat idealisme slijt wel, het is een jungle daarbuiten,’ hij wees naar de aula, ‘je moet overleven.’ Ik wilde reageren, maar ineens klonk de gong. De gong werd gebruikt als iemand in de pauze een mededeling moest doen. De sectordirecteur stond in de deuropening en nam het woord: ‘Collega’s. Morgen kan er gestaakt worden. Ik mag het niet zeggen maar ik laat je weten dat ik helemaal kan volgen als je er aan mee wilt doen. Maar als school zijn we tegen staken. Ik heb de orders om iedereen die morgen het werk neerlegt te korten op de bezoldiging. Verder moet je melden als je gaat staken, dan kunnen we de roosters aanpassen. Dan nog even dit. Er moet mij iets van het hart. Ik hoor aan veel tafeltjes een hoop geklaag. Als je iets op je hart heb kom dan langs bij me en meld het. Het is lekker makkelijk om achterover geleund te zaniken, maar heb ook eens het lef om het officieel te melden. Mijn deur staat open. Dank je voor je aandacht.’

‘Je deur staat open, maar je oren ook?’ Ik keek De Wit aan, die de opmerking plaatste.

‘Pardon, De Wit, doe es even volwassen man.’

‘Doe zelf es normaal.’ De econooms ogen spuwden vuur. Frustratie stond op uitbarsten.

‘Ik ga er vanuit dat ik je het volgende uur even kan spreken.’ De sectordirecteur kneep zijn koffiebekertje fijn, smeet hem in de afvalbak en wierp De Wit een venijnige blik toe.

‘Helaas, ik heb een afspraak, ik kan niet.’

‘Dan zeg ik je hierbij aan dat ik je opmerking beneden alle peil vind, en dat ik in je dossier een aantekening zal maken van deze subversieve opmerking, de zoveelste. Je bent een slang aan de borst van de school.’

‘Met het langstlopende contract, meneer de sectordirecteur, ik werk hier al twee keer zo lang als jij.’

‘Maar of je je ook net zo hard inzet als ik is de vraag.’

Het stenen kopje scheerde door de lucht en miste de sectordirecteur op een haar. Het boeketje droogbloemen was beter gemikt. Het vaasje trof doel. Een ster verscheen in het rechterglas van de schoolmanager. Twee collega’s applaudisseerden zachtjes.

Het Van Bemmel College Aflevering 2: De eerste les

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 2: Freek geeft zijn eerste les en ontdekt het oorlogsverleden van zijn voorganger.

Ik zorgde ervoor dat ik op tijd op school was. Maandag het vierde uur ging ik beginnen in havo-4. De klas had een paar weken geen les gehad. Mijn voorganger Kuiper was ergens tussen herfst- en kerstvakantie gestrand. Sectievoorzitter, Jos Tuin, legde mij uit dat dit te wijten was aan diens koppige weigering mee te gaan met de tijd. Ondanks allerlei na- en bijscholingen had Kuiper nooit mee willen doen met nieuwlichterij als Tweede Fase , Studiehuis en zelfstandig leren. Als hij verplicht naar een cursus moest, nam hij ostentatief een handboek geschiedenis mee. Het verhaal ging dat hij de complete serie boeken van Lou de Jong over de Tweede Wereldoorlog gelezen tijdens al de bijscholingen. Elke les citeerde hij uitgebreid uit De Jong.

In de les gaf hij colleges die de leerlingen letterlijk moesten overpennen. Vijfenveertig minuten moesten de pubers schrijven. Geen woord mocht gesproken worden. Op toetsen stelde hij alleen vragen over zijn aantekeningen. De resultaten waren bedroevend. Havo 4 kwam tegen de ouderwetse didactiek in opstand. Ze weigerden nog langer hun schriften op tafel te leggen. Een voor een stuurde Kuiper ze eruit. Wekenlang eindigde elke les met een leeg lokaal. De schoolleiding verbood hem daarop leerlingen te verwijderen. Zo werd de situatie onhoudbaar. Het was leraar tegen klas. Elke docent weet dat je het dan gaat verliezen. Het eindigde dan ook in een drama. Kuiper flipte toen een van de jongens hem vergeleek met een dictator. Woedend schold de oude leraar de knaap uit. Toen de vlerk hem van repliek bediende, gooide Kuiper deel 1 van De Jong naar zijn hoofd, gevolgd door het complete oeuvre van de kroniekschrijver. Met hoofdwonden vluchtte de jongen naar buiten. De dag erna werd Kuiper de toegang tot de school ontzegd.

‘Meneer, kunt u ons iets vertellen over de Wereldoorlog?’ was de eerste vraag die ik uit de klas kreeg.

‘Natuurlijk, maar ik wil dat jullie eerst je boeken en schriften gaan pakken.’ Ik liep tussen de banken door en zag dat er weinig gevolg gegeven werd aan mijn opdracht. ‘Moet ik lang wachten?’ Domme opmerking, begreep ik, een retorische vraag, die gaan ze natuurlijk wel beantwoorden.

‘Het hele uur.’ Gegrinnik. ‘Meneer, leest u iets leuks over de oorlog voor uit De Jong, iets met SS-ers?’

‘Nee, joh,’ riep een jongen met een cap op en een oorringetje in, ‘die heeft Kuiper kalltgestellt.’

‘Pardon?’ Ik bleef voor het bord staan en haalde mijn woedende blik van stal. ‘Kunnen jullie je snavels even houden, spullen pakken en luisteren.’

‘Moeten we dit ook opschrijven?’ Gelach. De jongen met de cap, draaide zich om en ik hoorde hem tegen zijn achterbuurman zeggen: ‘Dit wordt een eitje, die is ook zo verdwenen.’

‘Wat zeg je daar?’ Ik keek de jongen aan. Hij knipperde niet eens met zijn ogen. Brutaal tot in de genen.

‘Waar?’ reageerde hij gevat.

‘Is het je bedoeling mij zo snel mogelijk weg te hebben? Dan heb ik nieuws voor je: I’m here to stay. Wat kan ik je leren?’ Ik boog me over zijn tafeltje heen, ik rook zijn hormonale puberzweet.

‘Nou meneer, dan moet u maar iets vertellen over die oorlogsmisdadiger, die oude vent die uit Breda ontsnapt was en in Duitsland lekker verder kon leven. Die moet nu de bak in. Heeft u daar een mening over?’

‘Okee, dat is interessant.’ Ik startte het digibord en zocht een nieuwsflits op over de SS-er Faber. ‘Wat weet je er nog meer van, hoe heet je?’

‘Koos,’ Hij legde zijn petje op zijn tafel en viste zijn boek uit zijn tas, ‘Nou ik weet dat hij in de jaren vijftig naar Duitsland is gevlucht en dat hij….’ De klas luisterde naar Koos. Ik noteerde zijn opmerkingen in steekwoorden op het bord. De leerlingen maakten zonder gemor de opdracht die ik ter plekke bedacht: schrijf een ingezonden brief naar de krant waarin je je uitspreekt voor of tegen de gevangenisstraf van Faber

De bel verstoorde de rust die een uur lang had geheerst in het lokaal. De eerste slag was voor mij.

Wordt vervolgd

Het Van Bemmel College Aflevering 1: Het sollicitatiegesprek

Het Van Bemmel College is een feuilleton in vele delen over de belevenissen van de herintredendedocent Freek van het Huys op het Van Bemmel College. Vandaag deel 1: Freek komt op school voor een sollicitatiegesprek en maakt kennis met de conciërge.

Het was lang geleden dat ik op een schoolplein had gestaan. Over tien minuten begon mijn sollicitatiegesprek. Om de zenuwen te bedwingen, rookte ik op het plein een sigaretje.

‘Dat is niet de bedoeling meneer,’ zei een man in een blauw windjack en met stevige schoenen aan, ‘roken doen we hier niet.’ Ik doofde de peuk en gaf de man een hand.

‘Mijn naam is Freek van het Huys, ik kom voor een sollicitatiegesprek.’

‘Ah, ze hebben dus toch iemand kunnen vinden. Ik ben Johan, de conciërge, welkom.’

‘Ik moet die baan nog krijgen, eerst een gesprek,’ zei ik, verbaasd over het gemak waarmee Johan meende dat ik de uren geschiedenis zou krijgen. Het ging om een vervanging wegens ziekte.

‘Ja, het is altijd moeilijk iemand te krijgen voor een klein baantje en helemaal in het midden van het jaar,’ lichtte hij toe, ‘loop maar mee dan breng ik je naar de afdelingsdirecteur.’ We liepen door de gang langs verschillende lokalen. Door de raampjes naast de deuren zag ik klassen vol pubers. Wat waren ze groot, en met zo veel. Was het wel zo slim was om dit avontuur te beginnen? Ik had na mijn studie wat jaartjes lesgegeven. Daarna had ik allerlei banen gehad, zo ver mogelijk verwijderd van het onderwijs. Mijn laatste les stond mij in mijn geheugen gegrift. Sommige gebeurtenissen kun je niet vergeten.

‘Hier heb ik de kandidaat, moet ik nog wat koffie verversen?’ Johan gaf mij een duwtje. Achter de vergadertafel zaten de leden van de sollicitatiecommissie. Handen werden geschud en namen uitgesproken. Ik had de directeur al door de telefoon gesproken. Hartlief was een vijftiger, een kleine man met een te groot kleurloos colbert en een klein brilletje met vette glazen. Zijn collega Tuin was de sectievoorzitter. Jeugdige jeans en felgekleurd t-shirt, rode sneakers en een mobiele telefoon op tafel. Hartlief verontschuldigde zich: ‘Mevrouw Jansma kan helaas niet komen, haar oppas was ziek geworden en dus bleef ze thuis, ja het is wat al die part-time vrouwen.’ Ik knikte halfslachtig.

Ik ging zitten en ik wachtte op de eerste vraag. Waarom ik in hemelsnaam voor de klas wilde gaan staan? De vraag verraste me. Was het gek om een rentree te maken? Klonk hier geen afkeer van het lesgeven?

‘Ik vind het een uitdaging om kinderen iets te leren.’

‘Ja, een uitdaging is het zeker, of een mission impossible,’ Tuin grijnsde, ‘Man weet waar je aan begint.’

‘Het is niet makkelijk, Van het Huys, ik zie dat je er een flinke tijd tussen uit bent geweest, er is veel veranderd. Denk je dat je het kan? Dit is trouwens je rooster.’ Hartlief schoof het papier samen met een stapel schoolformulieren naar mij toe. Hij wachtte mijn antwoord niet af, wees me waar ik moest tekenen.

‘Willen jullie niets aan mij vragen? Mijn ervaring? Mijn pedagogische overtuiging? Mijn didactisch repertoire?’ Ik deed mijn best om mijn verbijstering te verbergen.

‘Nou, dat zit wel goed, toch? Nee, prima, maandag beginnen is geen probleem?’ Ik had een fantastisch verhaal voorbereid, maar de mannen toonden geen interesse. Nog nooit had ik zo’n sollicitatiegesprek gevoerd. Zonder ook maar een vraag van belang te stellen boden ze mij een baan aan. Ik vroeg me af ik blij moest zijn. Vertwijfeld nam ik de felicitaties in ontvangst.

Na een kwartier stond ik weer op het plein. Johan rookte een shaggie en ik vroeg hem of roken nou wel of niet mocht. Lachend antwoordde hij: ‘Onderwijsondersteunend personeel mag het wel. Overigens, ik heb je postvakje al klaar gemaakt, en je sleutel heb ik op mijn bureau liggen, ik dacht toen ik je zag, die komt wel binnen.’ Het leek of iedereen rekening gehouden had met mijn komst. Uit het lokaal op de eerste verdieping keek een puber verveeld naar buiten. Maandag, het vierde uur ging ik beginnen. Wordt vervolgd