Uitzicht op Zee

De eigenaar van de strandtent liep langs de tafeltjes in zijn goedlopende zaak. Alle plaatsen voor de ramen, met uitzicht op zee zaten vol. Ook de tweede rij was voor de helft bezet. Er werd goed gegeten en de gasten bleven maar drankjes bestellen. Goedkeurend zag hij zijn jongens van de bediening met volle dienbladen van de tap naar de tafels lopen. Hij zuchtte, wat een omzet moet dit opleveren. En morgen zou het best wel zonnig zijn, voor het eerst dit jaar dat het op zaterdag strandweer leek te worden. Hij floot, een beetje vals, maar niemand die hem erop aanspraak. Als de baas floot, was dat een teken dat hij tevreden was en dat leidde vaak tot een extra uitbetaling.

Natuurlijk was de vollopende kassa alleen al genoeg reden om hem vrolijk te maken. Een strandtent run je niet voor je lol. Het gaat om harde pegels, dat had hij al vroeg van zijn vader geleerd. Toen de ouwe was overleden had hij de tent overgenomen. De oude meuk, bruine harde stoeltjes en formica tafeltjes uit de jaren vijftig en een open diepvriezer voor de ijsjes, flikkerde hij in een container, nog voordat Pa in zijn kist onder de grond gelegd was. Geen tijd te verliezen had hij gedacht. De timing van het overlijden was slecht. Twee weken voor Pasen ging hij heen. In plaats van het seizoen goed te kunnen voorbereiden, moest hij zich nu bezig houden met een begrafenis. Gedoe alom, kaarten, plakjes cake, een begraafplek, want van cremeren moest Pa niets hebben. En geen poen gespaard voor de uitvaart. Alles moest van de lopende rekening. Het lukte allemaal net, al kwam hij wel in de problemen met zijn verbouw. Hij had het plan al klaar liggen sinds zijn vader te horen had gekregen dat hij nog maar een paar maanden te leven had. Hij bracht zijn vader na het ziekenhuisbezoek terug naar de strandtent, want mocht hij die middag al sterven, dan moest dat in de zaak gebeuren, achter de tap, op zijn vaste plek. ‘Ik wil doodgaan met het zand tussen mijn kiezen, de blik op de zee en met de krijsende meeuwen in mijn oren. ‘ Toen hij zijn vader had ge├»nstalleerd in de verder lege zaak, reed hij door om de verbouwspullen te bestellen bij de groothandel. Hij sprak af dat hij op afroep de nieuwe strandtentmeubels zou op komen halen. Het voorschot kon hij nog net betalen. Ach, dacht hij, komt tijd komt raad, ik vind wel een manier om de rest van het bedrag bij elkaar te sprokkelen. Desnoods leen ik wel wat.

Maar dat liep minder goed. De hele week stond de motorrijder in zijn leren pak en met zijn zonnebril op voor de tent te wachten. Steeds als hij langs de motor liep, kreeg de strandtenthouder toegefluisterd. ‘Zaterdag kom ik de eerste termijn ophalen, zorg dat het klaarligt.’ En dat elke avond. Had de bank nou maar toeschikkelijk geweest dan had hij nu beter kunnen slapen. Hij moest het geld snel hebben, en de motorman kon het hem snel brengen. Er zou niets aan de hand zijn als hij twee dagen vol zou zitten. En daar leek het nu eindelijk, op de valreep, op te gaan lijken. Vandaar dat hij floot. Heel vals.

Hij zag dat het interieur mensen aantrok. Fris, modern, rustig blauw gekleurd. Het leek stijl te hebben. De kunst van de strandtent is om altijd wat mensen in huis te hebben. Naar een lege plek komt niemand. En hoe krijg je de eerste mensen binnen? Door er verzorgd uit te zien. Dus liepen zijn medewerkers in strakke polo’s en sportieve broeken. Alleen mannen, want dat trekt vrouwen. En vrouwen in je zaak leidt tot meer klandizie. Altijd aan het raam zetten, leerde hij de jongens. ‘Zet ze in de etalage.’ Het grijze stel dat hij vandaag als eerste binnenkreeg, had hij in de uiterste hoek weten te placeren. De plek had wel uitzicht op de zee, maar kon vanaf het strand niet gezien worden. Op de mooiste plek zat een topdame. Alleen nog wel. Helemaal goed, dacht hij. Of het door de fantastische namiddag kwam, vol zon en uitlopend op een schitterend ondergang in het perfect golvende zeewater, of door de mooie vrouw aan het raam, het liep storm.

Heel de avond hield hij haar in de gaten. Ze stond op, toen het eten kwam, om haar zoontje van het strand te halen. Hij keek naar haar benen, slank, lang. Een klein kontje en prettig rond borstjes als van een schoolmeisje. Open ogen, licht besproet gezicht en een kolossale bos rode krullen, tot over de schouder. Haar stem klonk als muziek in zijn oren toen ze de naam van haar zoon riep, ‘Alexander!’ Het was de naam die zijn vader hem ook had gegeven. Toeval bestaat niet. Hij trok zijn polo wat rechter en zijn buik wat in, haalde een hand door zijn haren en wandelde onopvallend langs de tafeltjes. Bij Alex en zijn moeder bleef hij langer staan. Of alles naar ‘wunsch’ was? Het smaakte ‘fabelhaft’ en ja een drankje van de zaak ging er wel in. Hij gaf de jongen een cola, maakte met hem een grapje door te wijzen naar buiten en vlug de hamburger van het bord te pakken. Moeder lachte hees. Ze hief het glas wijn, dat ze met haar lange sierlijke vingers aan de steel vast hield, en proostte in zijn richting. Zijn glas, het derde uit de fles witte wijn, tikte hij tegen het hare. Op de lounchbank zat hij breed, met zijn rechterarm op de rugleuning, boven haar hoofd. In zijn linkerhand hield hij zijn visitekaartje. Kort legde hij uit dat ze in Duitsland alleen 31 en voor moest intikken en dan konden ze spreken. ‘Nur einendertig eindroeken,’ probeerde hij haar duidelijk te maken. Ze lachte lieflijk. Nee, morgen zou ze vertrekken, ‘Muss arbeiten, gelt vertienen.’ Met haar duim en wijsvinger wreef ze alsof ze geld telde. Geld schoot hem te binnen, als ik morgen maar genoeg geld heb. Juist op dat moment knalde de deur hard open. De motorman, met zonnebril op, terwijl de schemering nu echt had ingezet, stond in de deuropening. Vanachter zijn donkere bril gluurde hij de restaurantruimte door. Toen hij de eigenaar in de gaten kreeg, liep hij op het tafeltje af en ging naast de jonge Alex zitten. Het wijnglas dat tussen de twee mannen in stond pakte hij op en dronk hij in een teug leeg. Hij spoelde er zijn mond mee en spuwde het terug in het glas. ‘Vergeet morgen, niet, ik kom terug.’ Hij keek over zijn bril in de richting van de vrouw en knipoogde. Ze sloeg haar ogen neer. ‘Komm, Alex, es ist spat, wir gehen zum Hotel zur├╝ck.’ Ze legde honderd euro neer en schoof de tafel van zich af om op te staan.

‘Sall iech miet spatsieren?’ probeerde hij nog, maar ze stond al buiten. Hij zwaaide nog, maar ze liep gehaast weg, het duinpad op. Met zijn hoofd omlaag liep hij naar de bar. Hij opende de kassa en overzag de biljetten, de omzet had hoger gelegen. Zijn lust om te fluiten had hem verlaten. Op het tv-toestel boven het biljart zag hij in een flits de weersverwachting voorbijkomen. Boven de kustlijn stond een donkerwolkje met drie vette regenstreepjes eronder, het getal van de temperatuur was een enkel getal. Hij slikte een keer en keek nog eens goed naar zijn keurig verbouwde strandtent. Nee, zijn vader zou het niet meer terug herkennen, zeker na morgen niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.