The Japanese Photo Shoot 3

Achter mij hoorde ik voetstappen. Een geüniformeerde man, met wapenstok en pistool in de holster, stond achter mij. ‘Sir, you’re making too much noise,’ bromde hij mij toe. Of ik wilde stoppen met mijn apparatuur. Ik stopte de camera in mijn tas. Een zwaard? Op internet zocht ik een afbeelding van een Japans zwaard. Ik kwam op een site van Samoerais terecht. De Japanse edele vechters, die hun levensstijl tot kunst hadden verheven, leken zo uit de middeleeuwen weggewandeld te zijn. Hun maskers, borstweringen, ze leken op een keeper uit een hockeyteam. Alleen de stick ontbrak, al kon je met een zwaard vast ook wel een stevig zwiep tegen een balletje geven. Ik vergeleek in mijn hoofd de foto van het zwaard en de afbeelding op het scherm. Het moest wel kloppen. Was het nou bizar, om met een zwaard rond te lopen op je toestel? Ik herinnerde me dat in het Metropolitan Museum waar ik eerder die week geweest was, een grote afdeling Japanse kunst had gezien. Ook de uitdossingen van de samoerai had ik gezien. Inclusief zwaarden. In het museum lag de hele wereldkunstgeschiedenis verzameld. Alle tijden en kunststromingen toonde het museum. Zaal na zaal, een oceaan van kunst. Ik had er wat kribbig rondgelopen. Amerikanen hadden met hun vette dollars de hele wereldkunst opgekocht. Europeanen moesten naar New York komen om de kunst van het oude continent te kunnen bekijken. Ook Aziaten en Afrikanen moeste hun kunst achterna reizen. Ter plekke stond men met fototoestellen hun eigen kunstschatten vast te leggen. Zelf had ik me toegelegd op het fotograferen van de Van Goghs en de Mondriaans die er in bosjes hingen. De Japanse had ongetwijfeld ook een bezoek gebracht aan de collectie in het Metro.

Op de site van het Metro zocht ik afbeeldingen van een samoerai. In de collectie vond ik er meerdere. Het zou dus kunnen dat de foto daar gemaakt was. Ik spiedde de leeszaal rond. De bewaker was nu verdwenen. Voorzichtig opende ik mijn tas en pakte de camera. Op mijn schoot, half onder tafel verborgen opende ik het apparaat opnieuw. Tot mijn verbazing kreeg ik in een keer toegang tot de bestanden. Nu kon ik gaan kijken. De foto van het samoerai-zwaard verscheen als eerste. Het zwaard hing aan een witte muur. Nu zag ik naast het zwaard een figuur staan. Een Japanse toerist. Een man. Net natuurlijk zwart haar en een beetje bol gezicht. Hij glimlachte. Zijn ogen straalden. Zijn t-shirt was zwart en dwars over zijn borst liep een band waar een tas aan vast moest zitten. Zijn onderlijfstond er niet op. Het shirt verhulde een beginnend buikje. Met zijn rechthand maakte hij een gebaar: zijn vuist gebald, met de pink omhoog. Was het zijn middelvinger geweest dan had ik het gesnapt. Maar een pink?

Ik googlede op handgebaren. Geen resultaat. Wat kon een pink betekenen? In maffia-films werd wel eens een pink afgesneden, maar of dat bedoeld werd? Nee, het moest iets anders betekenen. Een raadsel. Juist toen ik de volgende opname wilde bekijken klonk een diepe stem naast me: ‘Please sir, I asked you put the camera away.’ De bewaker was uit het niets opgedoken. Zijn hand wees naar de camera. Als een schoolmeester bitste hij me toe dat ik weg moest gaan. Onaantastbaar stond hij naast me. Ik moest vertrekken. Snel pakte ik mijn spullen, griste mijn tas onder tafel weg. Op het moment dat ik de pc wilde afsluiten, zag ik dat er een reactie was op de verloren-camera-site. In gebrekkig Engels stond er een boodschap.

‘Lost camera in NYC, please bring back to me, Hushido’

Ik twijfelde, moest ik nu achter die bewaker aan of zou ik reageren op Hushido? Met enige moeite vond ik de optie om te reageren op een bericht.

‘Dear Hushido, I’ve found your camera on Times Square, please call my hotel .’ het leek mij handig om niet mijn eigen mobiele nummer te geven. Uit mijn broekzak haalde ik het visitekaartje van het hotel. Ik tikte het nummer in en sloot af. Mijn tas pakte ik van de grond en verliet de leeszaal onder begeleiding van de bewaker.

Buiten ging ik zitten op de grote trap die naar de ingang van de bibliotheek leidde. De zon scheen uitbundig en overal om me heen zaten mensen te genieten van de zon. De camera brandde in mijn handen. Ik wilde nu zien wat er op stond. De man met de pink stond ook op de volgende opname. Nu had hij het zwaard in handen. Het leek me niet mogelijk in een museum een zwaard op te pakken. De reeks foto’s die ik nu onder ogen kreeg deden mij huiveren. Hij hield het zwaard voor zijn buik, met de punt boven zijn navel. Mijn vinger drukte steeds sneller op de play-toets. Als een film gingen de beelden over het scherm. Ik kon niet geloven wat ik zag. De punt van het zwaard zakte steeds verder in de buik van de man. Op de veertigste foto droop er bloed uit zijn borst. De fotograaf had steeds meer ingezoomd. Duidelijk was te zien hoe het zwaard de man doorkliefde, sterker nog hoe de man het zwaard steeds dieper in zijn lichaam duwde. Uiteindelijk lag de man op de grond met het zwaard dat als een schop in de aarde in zijn lijf stond. Om de man heen een plas bloed. Ik had de beelden van een zelfmoord gezien.

Hoe kon dit door zo’n keurige Japanse vrouw zijn vastgelegd. Ze leek een doodgewone toerist. Een duizend in het dozijn type, dat je overal kon tegenkomen. Waarom had ze dit gefotografeerd? Welke macabere geheimen droeg ze mee? Moest ik dit niet melden bij de autoriteiten? Ik keek nog eens goed naar de ruimte waar het gebeurd was. Een witte muur, een parketvloer met visgraat motief, op de muur een bordje met zwarte letter met een klein logootje. In alles leek het op een museum. Ik herinnerde me dat de drukte in het Metropolitan die ik had meegemaakt in de zalen met de topstukken uit het Impressionisme niet voorkwamen bij de Aziatische kunst. Het was daar uitgestorven, geen mens ging die zalen binnen. In alle rust een zwaard in je pens steken kon makkelijk. Maar alles leek toch bewaakt in die zalen? Waarom reageerde men niet toen het alarm afging? Opnieuw bekeek ik de foto. Ik scrollde terug. Op het t-shirt zag ik nu het zelfde logo als ik net op de wand had gezien. De man hoorde misschien wel bij het museum. Hij had natuurlijk het alarm afgezet. Was het echt of in scene gezet? Dat was de vraag.

Geschrokken door wat ik had gezien sloot ik de camera af. Ik had weinig zin om de Japanse te ontmoeten in het hotel. Helaas had ik het nummer doorgegeven, er zou gebeld worden. Ik liep langs de grote drukke avenues op zoek naar een taxi. Met mijn hand in de lucht lukte hem me er een te stoppen. Ik gaf het adres van het hotel en zakte in de zachte achterbank weg. Het tv-schermpje bracht het laatste nieuws. Ik staarde naar de opgewonden pratende nieuwspresentator. Moord in het museum rolde er onderin beeld op het lijstje met highlights. De beelden herkende ik direct. Het zwaard,het bloed, het shirt en de witte wand. Ik voelde in mijn tas naar de camera. Ik wist dat het laf was, maar ik ging het doen. De cab-driver had meer oog voor zijn mobiel dan voor het verkeer, laat staan dat hij mij in de gaten hield. Langzaam opende ik de rugzak. Ik haalde de camera eruit en plaatste hem naast mijn voeten op de grond. Met mijn rechtervoet schoof ik het apparaat onder de stoel van de chauffeur. Ik zag de vlaggen van mijn hotel. De wagen hield stil. Snel pakte ik een biljet van twintig dollar uit mijn portemonnee en betaalde. Ik stapte uit. Nog voor ik kon zeggen ‘Keep the change’ had de man het briefje in zijn binnenzak gepropt en reed hij al verder.

Ik haalde diep adem. De camera reed weg. Hopelijk voor altijd. In de lobby van het hotel liep ik naar de receptie. ‘Any messages, room 9809?’ vroeg ik bedremmeld. De dame overhandigde me een briefje. Een telefoonnummer. Een naam. Hushido. Een tijdstip. Over een uur. Een plaats. Metropolitan. Aziatische afdeling.

Op mijn kamer nam ik eerst een douche. Ik voelde me nerveus. Was ik nou betrokken geraakt bij een moord? Of had ik verzuimd de autoriteiten op de hoogte te stellen van een zelfmoord? Had ik mij schuldig gemaakt aan een diefstal? Het liefst kwam ik niet meer onder de douche vandaag. Het briefje met de boodschap van Hishido had ik in de rand van de spiegel gestoken. Was moest ik er mee? Ik was bang, maar ook nieuwsgierig. Ik was eigenlijk benieuwd naar de nieuwsuitzending die ik in de taxi had gezien. Op het king-size bed plofte ik neer en zapte langs de kanalen. Op de Newyorkse nieuwszender 24h.NEWS kwam ik midden in een reportage over Samoerai-killing terecht. Vanochtend was daar in een plas bloed een 24-jarige man van Japanse afkomst gevonden met een samoerai-zwaard gestoken in zijn buik. Het zwaard, wat ik al vermoedde, was uit de collectie van het Metropolitan afkomstig. Het was een topstuk. Oorspronkelijk eigendom van de Takagiwa clan, sinds 1870 in Amerika, meegenomen door een van de eerste Amerikaanse diplomaten die in Japan mocht rondreizen en via een schenking in het bezit van het museum gekomen was. Het zwaard hing in een beveiligde ruimte in het museum, maar het alarm was uitgeschakeld. Het slachtoffer was een bewaker van het museum. De reporter had een opname mogen maken in de Harakiri-room zoals de zaal nu al gedoopt was. De keurige gekapte dame, met een toepasselijke rood jurkje aan deed haar verslag recht in de camera. Ze sloot af met een veel betekende blik in de camera en vertrouwde de kijkers toe: ‘Untill now, no one has seen what has happened here, the police is looking for eyewitnesses, propably this suicide is a murder. We’ll keep you informed, this Laura Kuchinsky, for 24h.NEWS, back to you Becky.’ En de studio-dame nam het over. Ik wist genoeg.

Mijn twijfel had maar kort geduurd. Ik baalde ervan dat ik de camera had weggestopt in de taxi. Met nog drie kwartier op de klok, besloot ik te gaan. Met de metro kon ik in een half uurtje in het museum zijn. Ik wilde het nu ook allemaal meemaken. De lift zoefde omlaag en in de lobby moest ik mij een weg banen door de drukte heen. Nieuwe gasten checkten in. Tussen de koffers en de liftboys door, slalomde ik naar de deur. Achter de balie stond een groot tv-scherm aan. Even keek ik naar de beelden. Een en al Samoerai wat ik zag. Het hele museum leek vergeven te zijn van politiemannen. Voor de ingang stonden politiewagen met flikkerende zwaailichten. Het blauw en rood maakten een nerveuze indruk. Ik begreep dat het zinloos was te denken dat ik zo maar het museum in kon lopen. Het hele gebouw werd minutieus afgezocht op aanwijzingen.

En het klopte. Al twee blokken voor de entree, stonden de agenten het verkeer om te leiden en wandelaars tegen te houden. Ik slikte en liep naar de politieman die er het minst onaardig uit zag. Hij reageerde alert, hield mij tegen en vroeg me wat ik kwam doen. Hij tuitte zijn lippen en floot zachtjes toen ik zei dat ik aanwijzingen had voor de moord. Hij keek mij ringschattend aan. Onverstaanbaar murmelde hij iets in de mobilofoon, die op zijn schouder vastgegespt was. ‘Stay overthere,’ commandeerde hij, en wees met een korte handbeweging naar zijn patrouillewagen. Ik knikte en deed wat hij zei.

Een uurtje later stond ik weer buiten. Ik was intensief verhoord, door verschillende politiemensen. De conclusie was dat ik pas geloofd werd als ik de camera kon laten zien. Dat ik die in de taxi had achtergelaten klonk niet overtuigend. Schamper had mijn verhoorder gelachen toen ik hem uitlegde waarom ik de camera onder de stoel van de chauffeur had verstopt. ‘You did what? Why?’ vroeg de man mij. Nogmaals legde ik uit dat ik uit angst betrokken te raken bij een moordzaak het apparaat had weggestopt. ‘Maar waarom kom je dan uit eigen beweging hier naar toe? Dat is toch vreemd?’ stelde de agent. ‘Wierd’, dat is het woord dat hij gebruikte. Het maakte me verdacht. Gelukkig kreeg mijn verhaal wat fundament doordat Hushido kon worden teruggevonden. Althans haar mobiele nummer. Natuurlijk dook Hushido niet op. Haar bericht op de verloren camera site kon worden vastgesteld dat zij met een iPhone had gereageerd op mijn oproep. Het nummer was makkelijk te traceren. Naar het hotel had ze gebeld met een telefoon uit een ander hotel. De politieman liet mij instappen in zijn wagen om mij af te leveren bij het hotel. Daar moest ik op afroep blijven tot er duidelijkheid was gekomen over mijn verhaal. Voor mijn kamer werd een agent op wacht gezet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.