The Japanese Photo Shoot 4

In de hotelkamer kon ik via de tv volgen wat er gebeurde rondom de mogelijke moordzaak. Tot mijn grote verbijstering sierde mijn afbeelding het tv-scherm. Ik hoorde de reporter vertellen dat ‘een vierveertigjarige Nederlandse man, die beweert als toerist hier te zijn, het bewijsmateriaal in de Japanse samouraisuicide, mogelijk bewust heeft vernietigd.’ Ik lachte smalend. Maar de lach verdween toen de journalist uitleg gaf aan wat mij boven het hoofd hing. ‘Het bewust achterhouden of vernietigen van bewijsmateriaal is een ernstig vergrijp en kan leiden tot straffen van minimaal vijf jaar.’ De reporter wist ten slotte nog te melden dat uitzetting tot de mogelijkheden behoorde.

Dit avontuur begon een ingewikkeld drama te worden. Ik gleed steeds verder weg in de problemen. Wat begonnen was als gewoon een goede daad verrichten dreigde uit te lopen op een jarenlange gevangenisstraf. Ik moest actie ondernemen. Ineens wist ik het. De taxichauffeur had mij een bonnetje gegeven. Ik moest het ergens hebben. Ongetwijfeld stond zijn nummer of een adres erop. Ik zocht koortsachtig in mijn zakken. Ergens moest het toch zitten? Als ik het papiertje had kon de camera zo gevonden worden. Tussen de dollarbiljetten, die ik in een rolletje in mijn jaszak had gepropt, vond ik het bonnetje. Nu alleen nog even bellen en ik had die camera terug. Ik noteerde voor de zekerheid het nummer van de taxi op een apart papier

Net toen ik wilde bellen klopte iemand op de deur. Het was de hotelmanager. Hij kwam overleggen over de situatie. Het hotel werd momenteel plat gebeld door media en ook voor de deur stond een rij mediawagens. Ik keek uit het raam en zag in de diepte een fors aantal busjes met schotelantennes. Ik begreep wat het probleem van de manager was. Opnieuw een klop op de deur. De agent die op wacht zat liet een man in een blauw kostuum binnen. Hij had zo’n Amerikaans vlaggetje op zijn revers. Hij stelde zich voor als inspecteur Gomsay. Hij vertelde me dat hij de taxichauffeur had getraceerd en dat de camera gevonden was. Ik vroeg verbaasd hoe ze wisten wie mij vervoerd had. ‘We volgen je al sinds je op Times Square met die camera aan het zeulen bent. Nog voor de taxi het blok uit was, hadden we die camera er al uit gehaald. We hebben de beelden geanalyseerd en nemen het apparaat officieel in beslag.’ Ik vroeg waarom ik gevolgd werd, ik had toch niets misdaan? Ik had alleen gezocht naar een manier om een gevonden voorwerp af te geven. ‘Je hebt toch gehoord wat de agent in de auto tegen je zei: bel 911. En dat deed je niet, hij heeft meteen doorgegeven dat je verdacht rond liep met mogelijke explosieven, vanaf dat moment werd je in de gaten gehouden. Toen je ook nog eens met een oude bekende van de politie ging rondscharrelen wisten we genoeg. Gelukkig was je slim genoeg om hem kwijt te raken.’ Van verbijstering moest ik erg hard lachen om de overdreven acties. ‘Waarom maken jullie zo’n probleem van iets kleins.’

‘Wij willen alles uitsluiten, je kent ons trauma, van die vliegtuigen, sinds die dag letten we op elke mafkees die onze stad wil aanvallen. Maar ik geloof dat jij een beetje buiten de doelgroep valt. We hebben je records nagetrokken en het is okee. Namens het NYPD moet ik excuses maken. We hebben u iets te snel vastgezet op uw kamer. Ook hadden we niet meteen de pers mogen inlichten over uw identiteit.’

‘Nou ja, foutje, kan gebeuren, geen probleem, ben al lang blij dat ik weer naar buiten kan.’

‘Daar ben ik niet zo zeker van, mijnheer, uw foto, naam, uw hele geschiedenis is op alle kanalen te zien geweest.’ De hotelmanager die nog steeds aanwezig was knikte. Hij had het gezien en niet een keer maar honderden. ‘It’s huge, sir.’

‘U kunt voorlopig niet meer over straat meneer. Vannacht laat ik een geblindeerde wagen komen om u te vervoeren naar het vliegveld, we brengen u het land uit.’

‘U maakt een grapje, ik blijf hoor, ik heb jaren uitgekeken naar dit reisje. En hoe zit dat met die Japanse hebben jullie die al? Ik hoor jullie daar niet over.’

Gomsay snoof, hij leek niet genegen open kaart te spelen, hij zuchtte diep en antwoordde: ‘Het bleek een staaltje Dead Action Painting te zijn. Een soort flash mob achtige actie. Je gaat naar een museum pleegt zo genaamd een moord met een voorwerp uit het museum, je maakt foto’s van het slachtoffer, plaatst die op het internet en de grap is gemaakt. Er blijken foto’s te bestaan van doden die met een mammoetbot bewerkt zijn. Of met een speer in een antropologisch museum, er is er een met een guillotine in een museum over de Franse Revolutie. Ik bespaar u wat zieke geesten in herdenkingscentra in voormalige concentratiekampen bedacht hadden.’

‘Maar het bloed, het leek zo echt, en dat lijk?’

‘Alles is na te maken meneer. Zorgt u ervoor dat u klaar staat om drie uur vannacht, dan laat ik u nu alleen, tot vannacht.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.