Leaving New York ain’t easy

Wachten op het vliegveld. Net een burger met een mega coke genomen. Nu zitten we op een rijtje met onze rug naar de vliegtuigen die staan te wachten op een nieuwe lading mensen. Niemand heeft zin om naar huis te gaan natuurlijk willen we blijven, het virus New york heeft ons te pakken. De taxi deed er veel te snel over om ons de stad uit te rijden. De wolkenkrabbers verdwenen uit het zicht toen we over de Hudson reden. De Spaanstalige chauffeur hield de hele rit zijn mobiel in de hand, hij sprak niet, alleen af en toe in zijn telefoon.

Niemand wil de stad verlaten, maar het is ook goed zo. Na zo veel gezien te hebben is het vol in het hoofd. Er past geen indruk meer bij. Alsof de emmer vol gestroomd is en geen druppel meer verwerkt kan worden. In een museum kun je dat ook hebben, bij het zoveelste meesterwerk, reageer je van, ach nog een Van Gogh, aardig zo,n Renoir, jajaja die Picasso heeft er wel heel veel gemaakt. En je loopt langs hoogtepunten van de schilderkunst alsof het de blikken tomatensoep in de supermarkt zijn. Achteloos loop je langs de artistieke sterren, je bent niet meer te raken door de pracht. Zo is het nu ook met New York, bij de eerste cab vier foto's maken en vanochtend schouderophalend kijken naar de snel optrekkende taxi's. De grote vrachtwagens met eigenwijze neuzen, vol glinsterend blik, als piercings in het gezicht van een street wise jongmens, liep ik na de derde dag gewoon voorbij. De politiemannen die stoïcijns en nors de orde stonden te handhaven boezemden vandaag geen angst meer in. Niet dat ze een high five zouden uitdelen, maar jegens er aan. Kortom de stad heeft ons verwonderd maar zorgde er ook voor dat we snel wenden en ons thuis voelden. Stiekem denken welke vier dat dit geen afscheid voor goed is. WE gaan terugkomen, dat voelen we. Dat maakt het afscheid niet zo erg, het is tijdelijk. Natuurlijk is het een doodvermoeiende trip. Maar elke stad maakt moe. Dat is dus geen reden om niet de stad op te zoeken. Juist terugkeren is de boodschap. Een stad is ideaal om te zijn. Kunst, sport, shoppen, rondkijken, eten, theater, alles wat het leven mooi maakt is er. Dus wat ons betreft, we komen terug.

Het wachten duurt voort, de flatscreens tonen het nieuws, storten een stroom van reclames over ons uit. Om ons heen verzamelen zich mensen die meevliegen. Het Nederlands begint weer de voertaal te worden. Geen Hey Guys, how you're doing? Nee de harde g-klank en de egoïstische blik komt terug in onze omgeving. We maken ons zorgen om de dikke mensen die ook mee moeten, straks zit je voor uren naarst een dikke hamburgerkont, die naar zweet stinkt, zweet dat door het meetorsen van zoveel overtollige kilo's uit de poriën spat en een rioolachtige geur kan verspreiden. Of je komt te zitten naast een gezin met zes kinderen, waar de ouders het gezag over hebben verloren en piepende elektronica voor vertier moet zorgen. De iPad is al drie keer gevallen, vader reageert niet en laat zijn doodvermoeide vrouw, die lijkbleek van het gebrek aan slaap achter haar kinderen aan slooft. Je zult er maar achter zitten.

Nou ja, je kunt ook hopen dat je ongestoord kunt indutten en pas vlak boven de Noordzee wakker wordt, net op tijd voor een ontbijt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.