Boschrijft een winnende column

Onlangs heb ik meegedaan aan een columnwedstrijd en ik heb deze gewonnen. Het ging om een column voor het programmablaadje van de basketbalclub Flames, of te wel DONAR. Ik heb een column geschreven over de passie (of het gebrek daaraan) van de spelers in de play-offs.

Hier onder de link naar de website van Flames

www,gasterraflames.nl

En hier is de column:


Passie in Donarplaza
Albert-Jan Bosch
Nijmegen wordt verslagen. Ik zie het gebeuren vanaf mijn vaste seizoensplek. Uit alle macht probeer ik mijn rol als supporter te vervullen. Maar het lukt niet. Ik kom niet in de sfeer. Bij elke mooie pass, wil ik opspringen, ik blijf zitten. Een dunk van Jason Dourisseau, hij hangt aan de ring, ik voel vervoering komen, ik klap slechts in mijn handen. Wyatt brengt een slappe pass van Nijmegen om zeep. De kreet die ik wil slaken blijft steken in mijn keel. Bell scoort beheerst uit strafballen, mijn gebalde vuist komt niet hoger dan mijn schouder. Mijn collega-fans roepen ‘amateur’ als de scheidsrechter ten onrechte de P aan de Flames geeft, ik zwijg.
Ik mis mijn bevlogenheid. Verdorie, wat is dit? De play offs zijn begonnen en ik voel het blauw-wit bloed niet kolken in mijn aderen. Ik zak nog net niet weg in apathie. Ik wil op de banken staan, meedeinen op de muziek, maar ik voel niets. Ik kijk naar Hakim Salem, die aan de zijlijn coacht. Ik hoop dat zijn betrokkenheid mij aansteekt. Zijn donkere onberispelijke pak met blauwe das en lichte hemd maken van hem een leider. Hij zet de lijnen uit, stuurt bij, hij straalt autoriteit uit. Hij wijst krachtig de arbiter op een fout. Bij een wissel van Jessey Voorn buigt hij naar voren en spreekt hem toe, hij geeft een tikje tegen het achterhoofd. De jongen knikt. En hij loopt al weer langs het veld. Zijn wijsvingers draaien kleine cirkeltjes bij zijn slaap: ‘Jongens, blijf kijken en denken, koppie erbij.’ Hij is rustig en beheerst. Geen theater, geen overdrijving.
De voorsprong groeit tot twintig punten. Ik wil de eerste winst in de play offs vieren. Maar ik blijf zitten. De passie komt niet los. Ik kijk naar Max van Schaik, de enige op de bank die fanatiek zijn team aanmoedigt. Steeds  veert hij op. Hij zwaait met zijn witte handdoek bij een score. Zijn ogen zuigen het spel op. Naast hem zit Sander de Roos. Achterover geleund hangt hij de wedstrijd uit. Hij lurkt aan zijn flesje en geeft onderhands een handje aan een wisselspeler. In het veld zie ik geen passie. Natuurlijk werken de spelers. Ze fileren geconcentreerd de tegenstander. Maar bij een fout zie ik geen openlijke frustratie. Waar is de vreugde bij een score? Welke speler zoekt fysiek contact met zijn teamgenoten? Wie hitst op het veld het publiek op?
Passie maakt basketbal tot een emotioneel schouwspel. De interactie van spelers en tribune kan zo meeslepend zijn. Ik smacht er naar. Ik wil in de halve finale tranen in mijn ogen krijgen als Leiden of Den Bosch geslacht wordt. Ik wil in de finale met samengeknepen billen en het hart in de keel, mijn handen gevouwen voor mijn mond, wraak voor het verlies in Leiden. Ik wil schreeuwen op de Grote Markt, als de beker getoond wordt. Maar bovenal wil ik in trance raken op de tribune als ik scandeer ‘Donar, Donar’, samen met vierduizend fans. En ik wil spelers zien die vol spirit samen met de zesde man de tegenstanders willen vermorzelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.