Ik ga schrijven, lees mee

Waar moet ik mijn volgende schrijfproject over laten gaan? Ik moet op zoek naar een conflict en naar hoofdpersonages. Ik moet eerst maar eens bedenken waarover het moet gaan. Liefde? Angst? Verlangen? Spijt? Lust? Verlies? Jaloezie? Dat rijtje kan nog veel langer.
Personages ga ik scheppen door eerst een biografie te maken. Misschien kom ik zo wel op een onderwerp. Gewoon beginnen met beschrijven wat voor type het is. Kenmerken, levensloop, manier van reageren, welke relaties heeft hij/zij, werk en opleiding, woonplaats en woning. Ik denk dat het goed is om een woordweb te maken: via associaties probeer ik het persoon op te bouwen.
Ik moet ook bedenken hoe het personage omgaat met het conflict. Past hij zich aan of kiest hij de aanval, is hij bereid te knokken of omzeilt hij de problemen. Daarbij moet ik letten op de mogelijkheden. Wat zijn interessante aanknopingspunten. Al doende kom ik uit bij het interessante stukje van zijn leven.
Op mijn FaceBookpagina ga ik dagelijks bijhouden wat de vorderingen zijn. Ik nodig iedereen uit om mee te denken en suggesties te geven.
2
Ik moet ook bedenken in welke tijd ik het verhaal ga plaatsen. Is het in de hedendaagse wereld, of in vroegere tijden. Als historicus zou het logisch zijn dat ik een historisch gegeven ga gebruiken. Beslispunt. Als ik dat zou besluiten, dwingt het me ook me te verdiepen in die periode. Ik kan natuurlijk er voor kiezen de jaren zeventig of tachtig als periode te kiezen. Die ken ik natuurlijk uit eigen ervaring.
Ik moet verder beslissen wat voor soort verteller ik ga opvoeren. Alwetende verteller, of ik-figuur, keuze moment.
Wat ik ook lastig vind is het verzinnen van namen. Ik heb jaren verhaaltjes bedacht met de naam Freek van het Huys, maar die heb ik begraven in een buitenwijk en is buiten bedrijf gesteld. Silvijn van Loo komt in mijn roman naar voren. Misschien neem ik hem als naam. Lastige is dat je af en toe associaties hebt bij namen, zeker als je in het onderwijs hebt gewerkt.
O ja, ik moet er voor zorgen dat mijn hoofdpersoon ambigu is. Geen flat character, onverwachte dingen doet, tegenstrijdige uitspraken heeft. En hij mag ook best vervelend eigenschappen hebben.

Spijkers en Sabotage in de Tour


Scherpe spijkers en fietsbanden gaan niet samen. Dat weten we sinds de etappe van vandaag in de Tour de France weer eens een keer. Laurens ten Dam, de Rabo-renner die geen kopman meer heeft in de tour, zei dat het wel 1910 leek. 

Inderdaad, misleiding en sabotage kwam toen regelmatig voor. Renners staken stukken van het parcours af. Ze liepen tegen de lamp omdat ze gedetailleerde stafkaarten van Frankrijk in hun bezit hadden. Of renners namen de trein of reden met een auto mee. Kon allemaal makkelijk omdat er geen dozijn camera’s gericht stond op de durfallen. 

De renners probeerden elkaar sportief uit te schakelen. Maar ook met sabotage. Frames werden doorgezaagd (die de renner zelf, zonder hulp moest zien te repareren bij de plaatselijke smid). Eten werd vergiftigd (zodat een renner in slaap viel tijdens de rit). Of, altijd leuk, er werd jeukpoeder gedaan in de wielerbroek van de concurrent.

Grof geweld was er ook. Een renner deed over zijn leiderstrui, een zwarte trui aan om te voorkomen dat hij werd belaagd door gemaskerde aanhangers van de concurrentie. In de eerste ronde, 1903, dwongen 200 fans van een renner het peloton tot stoppen om de eigen man een voorsprong te geven. Er moesten geweerschoten aan te pas komen om de blokkade op te heffen. Later werd er met stenen gegooid op de renners.

Kortom, de saboteurs van vandaag, kennen hun tourgeschiedenis. Ben benieuwd wie er morgen jeukpoeder in zijn koersbroek vindt.

De Vlucht 3

3

‘Mag ik uw boardingpas zien?’ Bjorn geeft zijn ticket. Hij slikt. Het komt nu dichtbij. ‘U heeft gereserveerd om aan het gangpad te zitten, u kunt nog aan de raamzijde, het is niet druk.’ De KLM-dame in het helblauwe pakje, kijkt hem stralend aan. Perfect volgens de regels houdt ze haar glimlach in toom. Bjorn schudt zijn hoofd.

‘U hoort bij elkaar?’ Ze kijken elkaar aan en grijnzen.

‘Voor nu wel ja.’

‘Wilt u dan niet naast elkaar zitten, ik regel het wel even.’ Terwijl de plaatsen worden vastgesteld, kijkt Bjorn over zijn schouder. De rij achter hen is niet groot. Langs de wachtende reizigers lopen de bewakers. Ze inspecteren de reizigers. Bjorn legt zijn hand op de laptoptas. Hij glimlacht naar Frederique. Ze knipoogt en rommelt in haar tas. Het stripje kauwgom dat ze eruit haalt is leeg. Zijn hand gaat naar het pakje dat hij meegenomen heeft. Hij drukt er eentje uit en houdt het voor haar mond. Ze hapt en drukt een kus op zijn vingers. Met haar hand strijkt ze langs de das.

‘Staat wel gedistingeerd, mister. Streng maar aantrekkelijk.’ Hij trekt haar tegen zich aan.

‘Nou het is voor elkaar, u zit op rij 34, plaatsen B en C, goede reis.’ Bjorn neemt de kaarten in ontvangst en ze lopen naar de detectiepoortjes. Ze legen hun zakken. Portemonnee, mobiel, Bjorns riem en de armbanden van Frederique gaan in de grijze bakjes die op de lopende band worden gezet. Bjorn kijkt hoe Frederique haar armen strekt in het röntgenapparaat. Het groene licht brandt, ze kan doorlopen. Nu is het zijn beurt. Langzaam beweegt hij zijn armen omhoog, spreidt zijn benen. Hij staat precies in het midden. Hij voelt zich even de man van Vitrivius, gulden snede in X-ray. Het rode licht knippert, langer dan normaal. Bjorn voelt hoe zijn armen langzaam naar beneden zakken. Nog is het groene licht niet aan. Hij ziet Frederique haar armbanden uit de grijze bak haalt en om haar pols doen. Ze kijkt hoe Bjorn met zijn handen omhoog staat. Het rode licht knippert niet meer, het brandt nu continu. De controleur wenkt Bjorn. Hij wordt apart gezet en gefouilleerd. Dan moet hij opnieuw in het apparaat. Het rode licht gaat weer knipperen. De twee gewapende beveiligingsmannen kijken toe. Heel de rij kijkt toe.

De Vlucht 2

2

De weg naar de gate is lang. Bjorn loopt langs winkels met elektronica en tijdschriften. Er zijn shops met chocola en Hollandse souvenirs. Delfts blauwe molentjes, klompjes en gekleurde namaaktulpen. In een stropdassenboetiek ziet hij een donkerblauwe zijden das.

‘Deze das wil ik graag,’ zegt hij tegen de verkoper. Hij draagt nooit dassen, maar nu is alles anders. ‘Wilt u hem voor mij strikken zodat ik hem meteen om kan?’ De verkoper helpt Bjorn. Het is een kortdurend intiem moment. De verkopers aftershave prikkelt Bjorns neus. In de spiegel ziet hij er zakelijker dan ooit uit. Hij knikt goedkeurend. Met zijn nieuwe creditcard rekent hij af. Het colbert en de das geven hem een uiterlijk dat hij nooit had gedacht te krijgen.

Hij vervolgt zijn weg naar de gate. Koopt een krant en een opschrijfboekje in de kiosk. Een stripje kauwgom verdwijnt zonder te betalen in zijn zak. Altijd handig bij het opstijgen, denkt hij. Overal hangen schermen met reizigersinformatie. Nog zes minuten voordat het boarden begint. Nog steeds loopt hij alleen. Voor de ingang van de wachtruimte bij gate D21 staan twee beveiligingsmannen. Er klinken stemmen uit hun mobifoons. De hand van de rechtse man rust op zijn riem, waar een wapen aan hangt. Bjorn draait zich om. Nog een keer kijkt hij achter zich en dan ziet hij wat hij al die tijd had willen zien. ‘Niet zo snel man, sta es stil,’ roept ze. Haar bagagetrolley stuiters over de tegels, haar laarzen tikken hard op de tegelvloer. Het rossige krullerige haar met de zonnebril om haar gezicht dat rood van inspanning is, ze is er. ‘Kut man, die ellendige treinen, ik heb een half uur voor Schiphol in de focking tunnel vastgezeten. Geen beweging, geen mededeling, niets, maar ik ben er. Waarom draag jij een das?’