Kampeergeklets

 

Op de camping waar we terecht gekomen zijn wemelt het van de jonge kinderen. Nu kun je dat negatief benaderen en klagen over het jammeren en huilen. De terreur van de peuters en het gezeur van de kleuters. Dat zou hetzelfde zijn om te vinden dat de Franse zon te heet is en de donderbui van vannacht te hard en te nat. Nee, ik kies ervoor om de kleine kinderen te waarderen. Ze zijn leuk.

Een jongentje en een meisje gewapend met een afgebroken tentstokje lopen langs. Ze blijven staan en concentreren zich op hun werkje. Met de stokjes maken ze rondjes op het grindpad. ‘Mijn schrijfletter, ik maak een schrijfletter,’ roept de een . Het jongentje kijkt naar zijn tekening en veegt het snel uit met zijn voetje. Kennelijk een schrijffoutje.

Even later loopt een jochie van een jaar of acht op te scheppen over zijn verstand. ‘Ik ben niet zo oud als jullie maar ik weet wel meer, voor mijn leeftijd,’ vertelt hij het meisje met staartjes en een roze badpakje dat naast hem loopt. ‘O, wat is acht maal zestig?’ Ze stelt de vraag niet om hem te testen. Het schiet haar gewoon te binnen. De jongen kijkt even voor zich uit. ‘Maal heb ik nog niet gehad,’ redt hij zijn vege verstand. Ze lopen uit mijn blikveld. Van achter de struikjes hoor ik hem ineens roepen: ‘Maal is gewoon keer, o, dat wist ik niet.’ Het tweede meisje dat met hen meeloopt, reageert kalmpjes. ‘Dat is vierhonderdzestig.’ De jongen zwijgt. Ik glimlach om de mislukte imponeer-actie van het knaapje.

Dan loopt er een ragfijn rood poesje over het weggetje. Hond P. wil de aanval inzetten. De kat, hoe klein en pril ook, kent geen aarzeling. Met een strak uitgevoerde klimactie, klautert ze de boom op ons terrasje in. Ze loopt bijna langs de stam naar boven. Veilig tussen de bladeren kijkt ze of de kust veilig is. Even later wordt het katje door het meisje van een jaar of vijf tegenover ons liefdevol omarmd. De kat moet mee in het huisje, want het diertje heeft geen eigen huis. De vader is het er niet mee eens en begint een fraai pedagogisch gesprekje. Niet alleen kinderen kunnen mooi praten, ook papa’s hebben een goed verhaal in huis. Hij wil niet verbieden, maar probeert het meisje te laten inzien dat het geen goed idee is om het diertje in huis te nemen. ‘Het poesje loopt hier gewoon rond, maar kan toch wel een eigen huis hebben?’ Het meisje knikt. ‘En als wij haar hier binnen laten raakt het poesje in de war, toch?’ Opnieuw is het meisje het met vader eens. ‘Na ons komen andere mensen in dit huisje, en die hoeven niet van katjes te houden, dan is het katje hier gewend en worden de mensen boos als ze hier naar binnen komt, dat is toch niet fijn voor haar?’ Het meisje zou dat heel erg vinden. Maar dan begrijpt ze dat haar vader haar in de val heeft gelokt. ‘Mag de poes nu niet naar binnen?’ Haar mondje staat op pruilen. Gelukkig komt haar vriendje met zwembandjes langs. De poes is op slag vergeten. Papa ziet het en pakt het badlaken van de lijn. Met de gekleurde handdoek leidt hij haar af van de poes. ‘Ja, lekker naar het zwembad, snel.’ Het poesje is ondertussen op weg naar een ander kampeerplekje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.