Noodweer

Het was gisteren warm, heel warm. 33 Graden, wees de thermometer aan in de auto. Bezweet, moe en plakkerig stapten we uit de auto. Met moeite installeerden we ons. We aten en kijken voortdurend naar boven waar donkere luchten samenbalden. Vroeger zouden we scheerlijnen gaan controleren en losse kampeerspullen opruimen. Nu keken we alleen maar.

De wind rukte aan de bomen. In de verte klonk een donder en in de lucht zagen we flitsen van de bliksem. De warmte had een onweer uitgelokt. Moe van de reis gingen we extra vroeg naar bed. Wij in het huisje en zoon S. in zijn tentje. In het donker had hij het sheltertje eigenhandig opgezet, zijn matje uitgerold en zijn slaapzak klaargelegd.

Het onweer trok over. De nacht viel, de temperatuur daalde en de hond werd stil. De ventilator verspreidde de koelere lucht die door de open ramen naar binnen drong. Plotseling stak de wind op, de raampjes klapperden en de donder was terug. Opnieuw de reflex van de oud-kampeerders: scheerlijnen checken, tentstokken vasthouden. We sloten ramen en deuren en wilden weer gaan slapen. De regen sloeg loeihard op het dak van ons huisje. Een stortbui, regen viel in strepen naar beneden. Donder en bliksem volgden elkaar snel op. De onweersbui hing nu boven de camping.

Gelukkig zaten we hoog en droog, behalve onze zoon die rustig in zijn tentje bleef liggen. Ik vroeg me af of we hem moesten ophalen, en wie dat dan moest doen. Ineens gestommel op de houten veranda, gerommel aan de deur. Een slaapzak werd naar binnen geworpen, gevolgd door een kussen en een mobiel. Ten slotte kwam er een vijftienjarige krullenbol naar binnen. De regen was te erg om in de tent te blijven. Gelach, en een opgeluchte vader. De hond keek nog even met een oog vanaf zijn deken en sliep weer verder. Zes uur ’s ochtends, iedereen ging maar slapen, de nacht was dan wel voorbij, maar de slaap nog niet geslapen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.