Een stukje uit Een Beperkt Leven

Al een tijdje werk ik aan een roman met de titel Een Beperkt Leven, hieronder een passage

Hoofdpersoon Silvijn is getrouwd met Mette. Ze geven samen een feest, een week eerder is Silvijn tijdens een nacht stappen in een verkeerd bed terechtgekomen. Mette heeft de hele week al een vermoeden, op het feest krijgt ze duidelijkheid.

Om mij heen drinken de gasten op onze tuinfeest van hun champagne. Ik maak met onvaste hand foto’s van de bezoekers in onze tuin. De tuin is versierd met slingers en wordt verlicht met lampionnen en tuinfakkels. Achterin de tuin is een bar neergezet. De eerste kistjes champagne en het eerste fust bier is er al door. Bij de bar staan de muzikanten hun bier te drinken en bij te komen van hun eerste sessie. Het zweet staat op hun voorhoofden. Straks zullen ze soul gaan spelen, de saxofonist oefent alvast een paar melodietjes. Ze hebben beloofd ‘Sitting on the dock of the Bay’ te gaan spelen. Ik verheug me erop. Jonge meiden van de cateraar lopen in korte zwarte jurkjes met kleine witte schortjes rond met zilveren schalen vol hapjes: kaas, worst en kaviaar. Onder de gasten zie ik mijn vrienden, buren en collega’s van Mette en wat oud-medewerkers van mijn school.

Waar zonet de band speelde staat nu Jodie, onze vriendin die al die jaren dat wij bij elkaar zijn onze dierbaarste vriendin is. Jodie is gekleed in groene zomerjurk, die fantastisch kleurt bij haar rossige krullende haar. Hooggehakt, laag decolleté, ze weet hoe ze zich onweerstaanbaar kan maken. Bijna stoot ze Mette van de hoogste plaats, die als gastvrouw de show natuurlijk hoort te stelen en dat ook doet in haar zwarte jurk, met glitterende lovertjes, die perfect valt over haar lijf. Speciaal voor de gelegenheid heeft ze nieuwe pumps gekocht, met de hoogste hakken ooit. Ze lijkt nog langer en slanker. Haar lange zilveren oorhangers schitteren in het licht van de tuinfakkels, half verscholen achter haar blonde haren. Het avondlicht kleurt haar gezicht. Ik sta naast haar en omarm haar. Jodie pakt de microfoon van de band en tikt erop. Het geroezemoes verstomt.

‘Lieve Silvijn en Mette, als oudste vriend van jullie vind ik dat ik het recht heb jullie te mogen toespreken. Jullie stuurden een uitnodiging voor dit tuinfeest en schreven dat jullie geen reden konden bedenken voor dit feest, maar dat er hoe dan ook een feest moest komen. Een uitstekend idee! Leef het leven, geniet en vier vaak een feest. Ik vind het fantastisch.

Maar ik geloof dat ik toch weet waarom jullie de uitnodiging hebben verstuurd.’ Jodie neemt een slokje uit haar champagneglas. Ze kijkt in onze richting en knipoogt. Dan gaat ze verder: ‘Jullie zijn al zo lang bij elkaar en ik ken eigenlijk geen enkel stel dat zo mooi samen kan zijn. Kijk nou hoe jullie daar staan, als een eenheid. Voor mij zijn jullie het perfecte koppel. Ik denk dan ook dat we vanavond, en vergeef me als ik wat te hard van stapel loop, jullie liefde vieren.’ In het publiek begint iemand te klappen, een ander fluit op zijn vingers. Ik kijk Mette aan en trek haar nog dichter tegen me aan. Een fotocamera flitst. Ik zoen haar mond en zij slaat haar arm om me heen.

‘Om jullie te herinneren aan dit geluk en al die liefde, waar ik al zo lang getuige van heb mogen zijn, heb ik iets voor jullie laten maken waarvan ik weet dat het belangrijk is voor jullie.’ Ze pakt een groot in vrolijk rood met groen cadeaupapier ingepakt rechthoekig pakket. Ze geeft het aan ons. Ik neem het aan en met Mette samen begin ik het open te scheuren. Als het papier op de grond ligt, zien we wat Jodie heeft meegebracht. Het is de foto die zij maakte op onze gezamenlijke vakantie, een paar jaar geleden. Ergens op een Franse strand. Mette in korte jurk, bruine benen, door de zon nog blonder dan ooit en ik sta achter haar en hou haar vast. Onze hoofden tegen elkaar. Op de achtergrond is een duinlandschap te zien met daarboven een strak blauwe lucht. Onze handen houden we vast. We kijken langs de camera, ergens in de verte kruizen onze blikken. Ik kijk van de foto naar Jodie die grijnzend onze verrassing registreert. We zoenen haar, elk op een wang. Onze armen om elkaar heen. In ons intieme kringetje fluistert ze wat ze eigenlijk wil zeggen: ‘Hou dit vast, dit is zo belangrijk, jullie hebben het geluk in handen, vergeet dat niet.’ Ik voel een brok in mijn keel en Mette dept een traantje weg.

‘En dan nu, muziek,’ roept Jodie ineens. We maken ons los en horen de drummer een roffel geven. Met ons drietjes swingen we door de tuin. Iedereen wordt aangestoken door de muziek en beweegt mee op het ritme. De band knalt de ene soulclassic na de andere eruit. Na een paar nummers voel ik de vermoeidheid in mijn knieën en heupen. Ik pak een biertje en ga zitten. Vanaf mijn stoel overzie ik het feest. Al die dansende mensen, al dat plezier, ik geniet. Mette en Jodie staan in het midden van de dansende menigte zich uit te leven. Ze hebben hun hakken uitgetrapt. Het koele biertje smaakt naar meer. Ik loop naar de bar en krijg een vers tapje aangereikt.

****

Onze tuin is voor stadse begrippen groot. We hebben ooit een stuk grond achter de tuin erbij kunnen voegen. Zo ontstond een L-vormige tuin. Ik zit in de uiterste hoek, waar we een vanavond een zitje gemaakt hebben. Het is altijd prettig om wat plekken te hebben waar je op een feest rustig kan zitten en wat kunt praten. Ik probeer mijn vermoeidheid weg te krijgen door wat ontspanningsoefeningen te doen. Beetje rekken en strekken. Na een paar minuten voelen mijn knieën niet meer pijnlijk en sta ik weer op. Ik loop richting de bar en bestel nog een biertje. Voor me staat een groepje mensen die ik niet ken. Kennelijk collega’s van Mette. Ik heb geen zin om kennis te maken en probeer langs ze te lopen. Als ik ze passeer voel ik hoe iemand mijn hand vast pakt. Ik verwacht dat het Jodie is en knijp zonder het te beseffen liefdevol in de hand. Verbaasd kijk ik om. Dan kijk ik goed, het is Kim.

‘Hey, wat een superfeest, gefeliciteerd, of waarmee eigenlijk?’ Ik staar met open mond naar de jonge vrouw. Pas nu kan ik haar mooie ogen goed zien. Groen met bruine puntjes. Ik laat haar hand los en kijk om me heen. Mette is nog steeds aan het dansen.

‘Wat doe jij hier?’ vraag ik geschrokken. Ik kijk haar met grote ogen aan. Ze streelt mijn wang.

‘Je had me uitgenodigd, weet je nog, vorige week?’ legt ze uit. ‘Het leek me wel tof om eens te zien waar je woont.’ Ik kan me niet herinneren dat ik het met haar over feest gehad heb, maar ja in de alcoholdampen is alles mogelijk geweest. Ook in onze sms’jes hebben we het niet gehad over een feest. Ik kan me alleen maar heugen dat ze geile berichtjes stuurde.

‘Het is gezellig, ik heb wat gekletst met je vrienden, leuke lui.’

‘Kut, nee, dit is niet goed dat je hier bent, mijn vrouw, ik bedoel, dit kan niet, je moet weg,’ stamel ik. Kim trekt een verbaasd gezicht en vraagt waarom. Ik trek haar mee naar de zithoek achter in de tuin, waar het nog steeds rustig is.

‘Dat is toch niet zo ingewikkeld? Je hoort hier niet te zijn. Het is te gevaarlijk.’Ik loop in de richting van de poort in de tuinafscheiding om Kim uit te laten. De band neemt met een daverend slotakkoord afscheid van het dansende publiek. Er klinkt een luid applaus. Kim plaatst haar handen in de zij.

‘Okee, ik begrijp het, maar het valt toch niet op. Ik meng me gewoon tussen de mensen. Niemand die het ziet. Ik heb zo verlangd je weer te zien.’

‘Het kan niet Kim, ik kan het niet.’ Ik open de poort en vervloek mezelf. Het plastic glas hou ik zo scheef dat ik mijn bier over mijn broekspijp mors. Een natte plek ter hoogte van mijn bovenbeen. Kim komt dichterbij, ze omhelst me. Haar lichaam duwt ze tegen het mijne aan. Alsof we een intieme schuifeldans uitvoeren duwt ze me door de poort. In de brandgang is het donker. Haar hakjes tikken op de bemoste tegels. Ze duwt me tegen de tuinschutting, de poort valt dicht. Ik tast naar haar borsten, voel haar billen. Haar hand zoekt mijn pik, die alweer zijn kop verloren heeft. Ze smaakt heerlijk, haar tong vindt de mijne.

‘Ik wil je nog steeds, ik heb hier zo naar verlangd,’ hijgt ze in mijn oor. Ik hoor mezelf zeggen dat ik hetzelfde voel. Ze trekt haar blauw gebloemde jurkje omhoog en biedt haar sponde aan. Alle geilheid spat naar mijn hoofd. Ik denk niet meer. Ik doe alleen nog maar.

De poort is in het slot gevallen. We lopen door de brandgang naar de voorkant van mijn huis. Overal staan fietsen geparkeerd. We zwijgen, voldaan. Kim drukt een kus op mijn wang. Alsof er niets is gebeurd, pakt Kim haar fiets, kijkt een keer om, zwaait met een klein handgebaar en verdwijnt in de nacht. Ik bijt op mijn lip. Het geroezemoes van het feest dringt vaag door in mijn oor.

****

Ik loop de oprit op en ga via de garage naar de tuin, waar het nog steeds vol en feestelijk is. Iemand heeft de fotolijst van Jodie opgehangen aan een van de bomen, op de haak waar normaal de hangmat aan bevestigd zit. Ik voel of ik mijn knopen van mijn broek goed heb dicht gemaakt. Mette en Jodie staan bij de bar, ik probeer ze te ontwijken. Maar Mette wenkt. Ik pers een grijns op mijn gezicht en stap naar ze toe.

‘He waar was je nou, gaat ie?’ vraagt Mette. Ik weer haar hand af.

‘Beetje moe, ik ben door mijn energie heen geloof ik,’ zeg ik met zachte stem, ‘ik moet even zitten, is dat gek?’ Mette kijkt me bezorgd aan. Dan lacht ze en schudt haar hoofd.

‘Kom dan gaan we daar achter even zitten, ik vind het zo gaaf dit feest, we hebben super lekker gedanst.’ Jodie biedt aan wat te drinken te halen. Wij lopen naar het hoekzitje en kruipen op een leeg bankje.

‘Zoveel mensen, gaaf, sommige had ik echt tijden niet gezien. Ik heb niet eens de tijd gehad om iedereen te begroeten. Leuk dat er ook nog mensen van je oude werk waren. Zie je dat ze je niet vergeten zijn? Ik zag die collega van je, die van wiskunde ofzo? Met die baard, hij kwam met een jonge vrouw. Een meisje in een kort blauw jurkje. Nou ja, ik heb ze even de hand gedrukt, grappig zo’n oude man met een vriendin die zijn dochter kon zijn. Hoe heet ie nou?’

‘Bob, Bob Goede. Was die met een vrouw? Ik heb hem niet gezien, er zijn ook zoveel mensen.’ Ik wist zeker dat Bob nooit met een jonge vrouw zou verschijnen, als er iemand monogaam is dan is hij het wel. Zijn Betty was genoeg voor hem.

‘Kijk, bier en prosecco, dat gaat er wel in denk ik,’ Jodie geeft onze glazen en schuift naast me op het bankje. Ze zucht, strekt haar benen uit en drinkt in een teug haar glas leeg. Ik merk dat ze loom tegen me aan schuift. Haar warme dij tegen mijn hand. Mette heeft haar hoofd tegen de mijne gevleid en ze drinkt met kleine teugjes.

‘Ik heb net met iemand gepraat die jou zocht,’ zegt Jodie ineens, ‘een mooie jonge dame, met ondeugende oogjes. Heeft ze je nog gevonden?’ Ik merk dat mijn hart over slaat. Is Kim dan niet weggegaan, is ze terug?

‘Ik heb hier steeds gezeten, ik heb niemand gezien,’ antwoord ik zo vaag mogelijk. ‘Dat heb je op zo’n feest, zoveel mensen, je kunt niet iedereen spreken.’ Jodie knikt, maar ze gaat verder.

‘Ze kende je nog maar net, ze vertelde dat ze nog studeerde, ach, wat een mooie tijd was dat toen toch, weet je, ik verlang er soms zo naar terug, gewoon doen wat je wilt, geen verantwoordelijkheid, heerlijk,’ mijmert Jodie verder.

‘Tja, Silvijn doet het nog wel eens hoor, studentje spelen, komt ie om weet ik hoe laat thuis, straalbezopen, en ik er maar weer uit om op tijd op mijn werk te komen.’ Mette aait me over mijn bol. Ik kijk naar de bijna opgedroogde plek op mijn broek. Daaronder is het nog vochtig en plakkerig. Ik kan de geur van Kim nog ruiken.

‘Onze eeuwige student, geniet er maar van jongen,’ zegt Jodie loom, ‘ik begrijp het wel.’ Aan haar stem kan ik horen dat ze een beetje dronken is. ‘Zo’n jong meisje, ik wou dat ik haar kansen had, erop los leven.’ Kort sluit ze haar ogen.

‘Was het dat meisje dat met je collega meegekomen was?’ vraagt Mette aan mij. Ik haal mijn schouders op.

‘Ik heb hem niet gezien, ik weet het niet,’ antwoord ik afwezig, ‘ik moet even naar het toilet, al dat bier.’ Met moeite hijs ik me van het bankje, Mette geeft me een duwtje in mijn rug om me te helpen. Wankel loop ik naar het huis. Ik kijk om me heen, maar tot mijn opluchting zie ik Kim nergens. De bebaarde collega staat in een hoek te praten met wat andere ex-collega’s.

***

Op het toilet ga ik zitten met mijn broek op mijn knieën en zoek op mijn mobiel naar het nummer van Kim. Snel maak ik een bericht. ‘Je was verrukkelijk, krijg je niet uit mijn hoofd. Tot snel.’ Nog voor ik kan afsluiten vertelt ze dat ze in de stad zit, nog wat te drinken in de kroeg waar we elkaar hadden ontmoet. Ik stuur wat X’jes en trek door.

Ik loop terug naar de tuin en zie Jodie en Mette bij de bar. Ze praten druk met elkaar. Als Mette me ziet, loopt ze onmiddellijk naar me toe. Ik zie een strak gezicht. Ze trekt me de keuken in, doet de deur achter me dicht en stelt de vraag die ik al een tijdje verwacht.

‘Ik weet niet waar je het over hebt, lieverd.’ Ik open de koelkast en pak nog een biertje. Het draaidopje krijg ik niet los, de randjes van de kroonkurk snijden in mijn handpalm. Met een theedoek om de kurk probeer ik het opnieuw.

‘Silvijn, stop met liegen, ik weet het, dat meisje was niet de vriendin van je collega. Ik heb het hem gevraagd. Ook anderen heb ik het gevraagd. Niemand kende haar. Wie was het? Waar ken je haar van?’ Mettes lippen perst ze op elkaar. Tussen haar ogen verschijnt een frons.

‘Je was met haar vorige week, hoe haal je het in je hoofd om haar hier binnen te halen, wat mankeert je,’ begint ze steeds harder te roepen. ‘Klootzak, waar ben je mee bezig? Ik wist het wel.’ Het glas dat ze gooit mist mijn hoofd op een paar centimeter na. De glassplinters liggen overal. Ik schud mijn hoofd.

‘Zeg dan tenminste iets, sta daar niet zo te zwijgen.’ Mette schreeuwt het nu uit. Ik wijs nog naar het open keukenraam en de gasten in de tuin. ‘Wat kan mij dat schelen, mijn man gaat vreemd en ik moet op mijn eigen feest ontdekken, gore eikel. Zeg het dan, ben ik te oud? Te verlopen? Wat is het, lul.’

‘Het is niks, je beeld je het in. Ik heb niet gedaan. Doe rustig, bedaar, je schept een scene.’ Ik wil haar vastpakken, maar ze slaat me weg. ‘Je blijft van me af.’ Mette stuift naar buiten. Door het raam zie ik hoe ze naar de boom loopt en de fotolijst met een lege champagnefles eraf slaat. De fles en de lijst breken tegelijk.

Verbaasd kijken de gasten op. Er lopen mensen naar Mette toe en er worden armen om haar heen geslagen. Jodie voert haar weg naar het bankje. Iemand heeft de geluidsinstallatie uitgezet. Het is ineens stil in de tuin, mensen kijken elkaar aan. Heel zacht beginnen de gasten weer wat te praten. Er wordt naar het huis gewezen. Ik neem een slok water uit de kraan. Met mijn handen op het keukenblad, hang ik over de spoelbak. Ik verzamel moed. Mijn hoofd bonst. Zweet loopt over mijn slapen. Ik tril. Het water verkoelt. Ik kijk nog een keer naar buiten. De mensenmassa in durf ik niet meer. Ik moet hier weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.