Hart van Hoogkerk: open dag 10 november www.hartvanhoogkerk.nl

De laatste weken kom ik regelmatig in de kerk. In Hoogkerk is de Theresiakapel sinds kort de plek waar de Westerkrant gemaakt wordt. Voor deze Westerkrant schrijf ik een column, de Stadsrafels. Ook maak ik wel eens een artikel of doe ik soms een interview voor de krant. In oktober heb ik geschreven over de architect Van Elmpt, die de kapel heeft ontworpen en over de heilige Theresia.

In de kapel gaat iets moois gebeuren. Er komt een Hart van Hoogkerk. De bedoeling is dat er elk weekend iets cultureels gaat plaats vinden. Een mooie muziekuitvoering, een film, een theatervoorstelling, cabaret, theatersport, of misschien lezingen of debatten. Wat er precies gaat gebeuren is nog de nader te bepalen.

Om dit te organiseren zijn mensen nodig, dus als je zin hebt om af en toe iets cultureels te organiseren, laat het weten. Of als je met je orkestleden, koorzangers, of wat voor culturele activiteit dan ook een podium zoekt, meld je dan ook.

Op 10 november is er een opendag, iedereen is welkom om de kerk aan de Zuiderweg te komen bekijken. Om 11 uur gaan de deuren open en presenteert het Hart van Hoogkerk de plannen.

kijk ook eens op www.theresiakapel.nl

Soep en strand in de straffe wind




Het strand is vandaag in helder licht gehuld. Een lichtblauw balkje is zichtbaar boven de zee. Langs de witte branding rijdt de strandbus, een oude leger truck met een wit passagierdeel achterop gebouwd, waarin wandelaars zich tot het meest oostelijke stuk van het eiland laten brengen om met de wind in de rug terug te wandelen over het strand. Ik zit naast mijn Lief in de serre van het strandpaviljoen achter het glas en kijk uit over het strand. Achter me vullen de tafeltjes zich met bargasten die voor warme chocolademelk, koffie en thee komen. De keuken draait op volle toeren, onze soep zal enige tijd op zich laten wachten, zei de lockere bediende, die ons al herkent. Mijn Lief leest op de e-reader mijn verhaal waar ik al maanden aan werk. Ze vindt mijn hoofdpersoon maar onsympathiek. ‘Gore eikel’, noemen we hem maar. Ondertussen breekt de zon door. De schaduw van de vlaggen boven het paviljoen is zichtbaar op het ineens hellichte zand. Ook de schaduwvlag wappert in de wind, een straffe bries zogezegd. Over het strand jaagt de wind in lange slierten zand over het droge harde deel. Alsof het rookwolken zijn die laag bij de grond onze richting uitkomen. Halverwege staan een vader en een dochter, ze houdt een geel met oranje vlieger in haar hand. Hij roept: ‘Los, nu,’ en in één ruk stijgt de vlieger op. Klapperend trekt de vlieger zich hoger en hoger op. Boven het water, waar de golven in regelmaat gehoorzamen aan de zwaartekracht en de mysterieuze werking van de maan, danst een in wetsuit gestoken jongen over het water, voortgetrokken door zijn kite die met vele draden aan hem vastgeklonken zit. Zwevend door het witte schuim waant hij zich onoverwinnelijk, of in ieder geval stoer en sterk. Naast ons staat een Duits gezelschap op. De windjacks van de bekende merken worden aangetrokken, de mobieltjes opgeborgen in een van de vele handige zakken van de jassen. Aan de bar betalen ze. Onze erwtensoepen worden geserveerd, sneller dan we verwacht hadden. De groene stevige soep is goed gevuld met worst en spek, er drijven stukjes aardappel in. Het roggebroodje met spek in een driehoekje gesneden, smaakt uitstekend bij de soep. Achter ons speelt een gezin een kaartspel. De waaiers in de handen, de stapel op tafel groeit. De rustige loungemuziek verhoogt de ontspannen sfeer. Als onze soep op is, besluiten we nogmaals het strand over te lopen, nu in de zon en met de wind door onze haren.

Strand en leven

De hond rende over het strand, met zijn tong uit de bek. De zandvlakte lokte een snelle sprint uit. Van de paardenstront naar het zeewier en terug via de krabjes die op het droge het leven hadden gelaten. Nauwlettend hij het grote vrouwtje en het kleine baasje in de gaten. Hij reageerde op het ijle stemgeluid van het kleine vrouwtje en negeerde zoals gebruikelijk de grote baas. De riem was af, de vrijheid lokt, maar de roedel bleef hij in de gaten houden.

We maakten foto’s, voor later, en voor eeuwig. Vastgelegd werd de liefde tussen moeder en dochter, de zoon langs het schuimende zeewater omlijst door grijs en minieme blauwe stukjes in de lucht. Schelpen knisperden onder onze voeten. De ronde over het strand was weids en zorgeloos, de tijd hing in de lucht, verwaaide met de milde wind uit het oosten.

Even later dronken we in de Zonzeebar, temidden van oriëntaalse interieurversiering, als lampen en beeldjes van Shriva, de gelukkige olifant die met volle buik het leven omarmde. Cola en wijn, chocolademelk met slagroom en bockbier. De barkok in zwart gehuld met enorme bakkenbaarden kwam informeren hoe de borrelhapjes hadden gesmaakt. En ja we gaven complimenten. Even later bestelden we nog een rondje bij de jonge bediende, die zo locker de drankjes door de strandtent heen laveerden, terwijl hij met een subtiele hoofdbeweging zijn haar in de plooi wist te houden. Hond P. aan de riem,dronk de waterbak leeg en reageerde fanatiek op de twee strandtenthonden, die zwaarlijvig en getekend door het strandleven hun voortplantingskunsten toonden.

Overal zaten mensen aan de bartafeltjes uit te puffen van hun strandvertier. De buit gevat in de mobiele telefoon, werd aan elkaar getoond. Volvo-papa’s en parttimebanenmoeders veegden hun kroost schoon naast de bar en genoten nog een keer van de herfstvakantieborrel. Eerder op de dag hoorde ik de quote van de dag, op een fietspad dat ik met moeite nam, de helling was lang en stijl, ik haalde twee meisjesmama’s in die elkaar toeriepen hoe zwaar het fietsen was met twee sauvignon-blancs in de benen. Verzuring is een fietskwaal, dat is zeker.

Ondertussen raakten wij in een lichte feestroes. We besloten tot een avondetentje buiten de deur. Hond P. mag niet mee, hij zal blijven liggen op de bank, op zijn kleedje en wij storten ons in het nachtleven van het eiland. Op de terugweg naar ons BoerenBontVakantiehuisje reed mijn gezin van mij weg. De duinheuveltjes kon ik met moeite overbruggen. Vlakbij zag ik opnieuw de eenzame vader, die met zijn tandem, met voorop een kinderzitje. Hij had zijn gele dubbelfiets op de standaard gezet en was een bosje ingedoken om van nog dichterbij bijzondere vogeltjes te spotten met zijn verrekijker en vast te leggen met zijn camera. Hij doet geen vlieg kwaad, al is het opvallend dat hij voortdurend alleen over het eiland rijdt. Ik zette aan op mijn fiets om mijn gezin niet uit het oog te verliezen.

Thuis laste wij een rustpauze in alvorens naar het restaurant toe te gaan. Hond P. gaf het goede voorbeeld, door languit op de bank te gaan liggen. Ronkend viel hij in slaap en droomt vast van enorme zeewieren en bergen paardenstront op een strand dat pas op houdt voorbij de horizon. Hij geniet na. Zo hoort het.

Lawaai aan boord

De overtocht naar het Waddeneiland Terschelling gaat natuurlijk per veerboot. Je kunt tegenwoordig je tickets thuis uitprinten. Dat gaat een stuk sneller in de vertrekhal omdat niemand nog een kaartje hoeft te kopen. Het vervoersbewijs heette vroeger een biljet. Ach ja, alles van waarde vergaat. Gewapend met een uitgeprint pdf-je, voorzien van een streepjescode stond ik met mijn rolkoffertje in de rij om toegelaten te worden tot de pont, of zoals het tegenwoordig heet: ferry. Gelukkig liet de boot (of is het schip) nog wel een flinke stoomtoeter horen bij vertrek en aankomst.

Aan boord zocht ik een rustig plekje om de twee uur durende overtocht te kunnen overbruggen. Vlak achter het restaurantje, wat vroeger gewoon een buffet heette, kon ik zitten. Aanvankelijk leek het te lukken. Maar vlak voor de afvaart ging een jonge moeder met buggy gevuld met baby aan het aanpalende tafeltje zitten. Er dook nog een bleek meisje op dat de oudere dochter moest voorstellen. Al snel zette de baby een keel op, ging de Iphone van moeder en kletste de vrouw door het gebrul heen met haar man. Op luide toon legde ze uit waar ze zat, ondertussen had haar bleekneusje vader gespot en riep hard naar haar moeder dat papa er aan kwam. Vader bleek een groot, dikbuikige man te zijn voorzien van een harde diepe basstem. Hij pakte de baby over van de moeder, die naar het koffiebarretje liep voor versnaperingen. Het krijskind liet dat niet gebeuren en maakte luidkeels duidelijk niet gediend te zijn van het vertrek van zijn moeder. Papa hield het luierwezen zijn gang gaan, hield hem hoog in de lucht, en lachte hard om zijn gebrul. Ik drukte de oortjes van mijn ipod diep in mijn oren om het allemaal niet te hoeven horen. Het was tevergeefs.

Vluchten kon niet meer omdat alle tafeltje bezet waren. Ik keek om me heen. Overal zaten mensen. De hoeveelheid elektronica was overstelpend. Vaders speelden met iPads, moeders lazen hun Vijftig Tinten Grijs op hun e-readers, kinderen tikten driftig op nintendo’s en hier en daar toetsten pubers hun whatsappjes de wereld in. Gelukkig waren er ook nog ouderwetse mensen die een krant of een boek lazen. En er werden spelletjes gespeeld. Kaartspelletjes, uno, en een paar pre-pubers die poker speelden. Zo doodde men de tijd die overtocht duurde. De krijsbaby bleek alleen met luidruchtige aandachtspelletjes stil te worden. Vol verve kweten de jonge ouders zich van deze taak. Steeds luider en harder tetterden zij hun liefkozingen de maxi-cosy in.

Na twee uur klonk de scheepshoorn opnieuw, ten teken dat we aankwamen. Opvallend snel verliet de meute het schip en liep ik in alle rust de loopplank af. Op een paar meeuwen na, bleef het stil.

Dwalend op de Wadden

Daar liep ik dan, met twee rolkoffertjes achter me aan, over het fietspad dat langs de hoofdweg dwars over Terschelling loopt. Geen idee welke kant ik moest oplopen. Ik koos rechts, het had links moeten zijn. Keurig had ik bij de boot de juiste bus genomen. De halte die ik moest nemen, had meende ik iets met een campingnaam en iets met Haantjes te maken en het moest in het dorpje dat iets als Vormeren heette. Op het kaartje dat in bus hing bleek dat Formerum de juiste spelling was. De chauffeur zou een seintje geven als we daar waren. Ik probeerde ondertussen te herinneren waar ons huurhuisje zich zou bevonden. Het was iets bij een kruising en bij een lantaarnpaal links, of zo. Ik had niet zo goed geluisterd toen mijn Lief dit uitlegde. Toen ik eenmaal uit de bus gestapt was moest ik erkennen dat ik bij de eerste stap al verdwaald was.
Over het fietspad reden vrolijke toeristen hun vakantieritjes op hun huurfietsen. Achter mij aan trok ik de twee rolkoffertjes over het asfalt. De vrolijke toeristen groetten, glimlachten en het was wachten op de eerste flauwe grap. ‘Hebben ze je eruit gezet?’ riep een olijke oudere man. Hij grijnsde en grinnikte in zijn grijze baard. Om mij heen kon ik de weilanden en de koeien nauwelijks zien door de mist. Daar stond ik, hulpeloos verdwaald.
Maar zo groot kon Formerum toch niet zijn? Ik stak de weg over en zag daar een straatnaambord waarop Formerum-Noord stond. Nergens een bordje met het opschrift: ‘Huisje die kant op’. Zoveel service krijg je niet op Terschelling. Had ik de routebeschrijving nou maar gelezen. Met mijn mobiel maakte ik contact met het web. Nog voor ik Google Maps had opgeroepen, klonk een fietsbel. Mijn Lief had mij al gevonden, smalend lachje. Ze nam me bij de hand en bracht me naar ons huisje. Een leuk huisje, en inderdaad, vlakbij de bushalte, als je maar goed de route kent.

Jerney Kaagman en Parkinson

‘Laat mij maar de Michael J. Fox van Nederland zijn,’ zo stelt Jerney Kaagman in het interview met Weekend waarin zij onthult de ziekte van Parkinson te hebben. Zij wil niet bij de pakken gaan neerzitten en is van plan zich in te gaan zetten voor de belangen van haar medepatiënten. Ze roept andere bekende Nederlanders met de ziekte op hetzelfde te doen. Haar bekendmaking heeft veel media-aandacht opgeleverd.
De ziekte van Parkinson krijgt met Jerney Kaagman een sterke ambassadrice. Zij is goed in staat te vertellen welke beperkingen zij ondervindt, maar benadrukt dat er nog zo veel te genieten is. Parkinson komt niet alleen voor bij oude trillende en bevende tachtigers. Er is een groeiende groep jongere parkinsonpatiënten die nog lang niet afgeschreven hoeft te worden. Hun leven gaat door. Daarvoor is veel hulp nodig. Niet in de laatste plaats van de partner en naaste familie. Het initiatief van Kaagman is een steun in de rug van de vele onbekende Nederlanders met de ziekte.
Steun en aandacht vragen is een ding, maar om echt de Michael J. Fox van de Lage Landen te worden, zal Kaagman in Nederland hard moeten werken om fondsen te verzamelen waarmee onderzoek en ontwikkeling van medicijnen en therapieën kunnen worden bekostigd. Fox heeft in de VS met zijn stichting sinds de oprichting bijna 300 miljoen dollar opgehaald voor de bestrijding van de ziekte. Bovenal liet Fox zien dat hij ondanks zijn ziekte zijn leven niet opgaf. In de strijd op de goede-doelen-markt, is een bekend gezicht onmisbaar. Alleen daarom is het voor parkinsonpatiënten goed nieuws dat Jerney Kaagman zich gaat inzetten.

Stormschade

Het is herfst. Harde windstoten en forse plensbuien. Vanochtend vertrok mijn gezin door de regen naar school en werk. Gewapend met Regenbroeken en plastic regencapes en met forse tegenzin trokken ze de deur achter zich dicht. Ik ging even later ook weg, maar wel met de auto. Terwijl mijn gezin vocht tegen de elementen, reed ik door de plassen.

Toen ik 's middags thuis kwam zag ik dat we heuse stormschade hadden. Ernstig? Nee, het viel mee. De wind had vat gekregen op een klimop. Het rekje waartegen de plant op kon klimmen had het begeven. Triest lag een grote groene bos op de oprit. Het meest jammerlijke was dat de stokrozen ook gesneuveld waren. Stokrozen die des zomers zijn, lagen geknakt op de grond. Herfststorm is meedogenloos. De groene kliko ligt nu vol stormafval.