Hemels geluid in de Aa-kerk

In Groningen staat de Aakerk. Een mooie kerk, met een opvallende gele toren, die een beetje verscholen achter de Korenbeurs staat. Vanmiddag bezocht ik de kerk. Niet om het gebouw te bewonderen, maar om te luisteren. Er was een concert, werk van Bach. Een koor, solisten en een orkest, keurig uitgelicht zaten ze in het zwart onder het orgel. Midden in de stad, om zaterdagmiddag, terwijl om je heen de marktbezoek en het funshoppen in alle heftigheid is losgebarsten is het mogelijk ongestoord te kunnen ervaren hoe mooi levende muziek klinkt.

Zwarte musici
Eerst is er geroezemoes van het publiek. Men zoekt het beste plekje, schuift met stoelen, hakken klinken. Vervolgens is er getik van het lepeltje in het koffiekopje en zacht gepraat en gelach. Dan ineens daalt er een stilte over de toeschouwers heen als in een zwijgende optocht de in zwart geklede orkestleden met hun instrument in hun hand vanuit een hoek de kerkruimte in komen lopen. Er hangt een stilte vol verwachting. Dan gaan de musici hun instrument stemmen. In de verte zag ik hoe de celliste omhoog keek naar het gekrulde uiteinde van haar cello en hoor ik hoe haar aanzet weerklinkt. Als alles gestemd is komen de koorleden, gewapend met hun zangmap onder de arm op en even later de hoofdrolspelers: de solisten.

Orgel mooi?
Hoe mooi klinkt een orgel? De luchtverplaatsing trilt door de kerk, en komt uit de pijpen, die in clusters van vijf, dof verchroomd, vervat in een massa rijk gedecoreerd hout boven de hoofden van de zangers in de kerk hangt. Ingewikkeld om uit te leggen, maar het mooiste van een orgel is als de laatste toon langzaam in de stilte weg zakt. Soms duurt dat drie seconden. De muziek op zijn mooist als de toon verdwijnt in het niets.
Het koor zingt alsof Bach een 56-sporenmixer in zijn hoofd had zitten. Iedereen ha-ha-ha’t op zijn eigen wijs, alsof dat marktgedruis toch binnendringt, maar dan harmonieus en kloppend, precies op het juist moment komen de tonen samen in een finale klank.

Niet klappen!
Mensen willen eigenlijk wel applaudisseren na zo’n kunstklankstukje, maar de mores schrijft voor dat niet te doen, en dat is jammer, waarom geen enthousiaste bijval, het moet de harten toch blij maken? Laat het publiek juichen of is dat niet hemels? Ik wil niet doods zitten bij Bachs muziek, ik wil hoofdwiegen op het headbangen af. Het brengt mij waarlijk in vervoering, maar ik moet stil blijven zitten zoals iedereen geforceerd netjes zit.
De van der Aa-kerk is een gebouw met een enorme hoogte, de ramen bestaand uit kleine rechthoekige vensters die uit hun beurt zijn opgebouwd uit kleine rechthoekige raampjes zijn meters hoog. Binnen die ruimte, tussen die wanden en dat hoge plafond klinken de stemmen en de muziek vol en rijk. Het is oorstrelend. Zo schitterend als het kristallen collier dat een van de solisten om haar hals droeg.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.