Camping contemplatie 10


Camping Contemplatie 10

Vanaf de veranda zag ik vandaag het weer omslaan. Begonnen we met heet zomerweer, stralend blauwe luchten en nauwelijks wind, de afgelopen dagen regende het af en toe heftig en waren de wolken niet van de lucht. Vandaag is het lekker heet, althans in de schaduw en vooral als het briesje opsteekt.
Ik probeer op de veranda te schrijven. De voorbijgangers kijken verbaasd naar mijn laptop. Nu al ouderwets zo'n apparaat. Men haalt de neus op voor dat bakbeest. Terwijl drie jaar geleden het heel normaal was om met je computer naar een wifispot te lopen om je mail te checken. Hoe snel de vooruitgang toch ingehaald wordt door de moderne tijd.
Het schrijven vlotte niet echt. Loom door de aanloeiende warmte, staarde ik over het beeldscherm naar het vismeertje. Daar zaten ze weer, de vissers. De lawaaierige jongens die onder luid gejoel de ene na de andere vis ophaalden, de bebaarde vader met zijn zwijgzame zoon die nog niets gevangen hadden en het jonge stel. De jongen, begin twintig, voorzien van de modernste hengel en dobbers in fluoriderende kleuren, en zijn meisje, ietsje jonger, maar volhardend in het meevissen. Als een voetbalvrouw staat ze achter haar visliefje. Je hoort het tegen haar vriendinnen zeggen, als ze haar vragen of ze al weer de hele vakantie naast hem heeft zitten staren naar de hengeltop: 'Hij vindt het fijn als ik bij hem ben, en als hij het naar zijn zin heeft, heb ik het ook fijn.' Geluk kan zo eenvoudig zijn.

Af en toe loopt ze naar de geleende caravan ( haar toekomstige schoonouders zeiden: 'Neem de Hobby maar mee, dan slaapt ie tenminste goed') en haalt een blikje bier voor hem uit de koeling. Zelf houdt ze het op een alcoholvrij biertje, al dacht ze gisteren in de supermarkt dat zo'n roze wijn die al die jonge moeders hier drinken op de camping, misschien ook wel lekker zou kunnen zijn. Ze strijkt haar korte broek recht, de opgestikte zakken bollen telkens op. De vrouw tegenover hun caravan draagt zo'n gekleurd bloemetjesjurkje. Ze zag hoe haar vriend er geïnteresseerd naar keek. Misschien moest ze ook maar eens zoiets aantrekken.

Dan voelt ze haar hengel trekken, een vis. Snel stoot ze haar vriend aan, hij weet wel hoe het moet, dat inhalen. Geroutineerd brengt hij de vangst aan wal. Ze huivert als hij het haakje loswrikt uit de bek van de karper. Liefdevol streelt hij de buik van de vis. Misschien vannacht, in de Hobby, streelt hij haar ook zo. Moet hij wel zijn handen wassen, straks zit er nog vis aan. Haar huivering wordt een walging.

Ik glimlach, zet de scene op papier en besluit mijn schrijfochtend, tijd voor een duik in het meertje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Laat hier je reactie op het bericht achter.