Camping contemplatie 7

Camping Contemplatie 7

Mijn hemel, wakker geworden met het geluid van een accordeon, zo'n Franse trekzak, die je hoort in van die stemmige chansons die je alleen kunt zingen als je stem door gaulloise en cognac gekleurd is. Er bleek een workshop accordeon georganiseerd te zijn op onze camping, op nog geen steenworp afstand van onze veranda. Om nou met stenen te gaan gooien ging met wat te ver, dus vluchten was de enige optie.

De kinderen sloten zichzelf met koptelefoon en iPod vrijwillig op in het chaletje dus reden we even later als een prepensionabel stel over plattelandsweggetjes. Ik had de Michelinkaart op mijn schoot, meer voor de vorm dan om de weg te vinden, we hoefden namelijk nergens heen. Als er maar geen accordeon zou klinken. We reden en keken en wezen naar buiten. 
'Kijk een boom,' zei ik. 
'En daar een boerderij,' antwoordde zij. 
'Ja, zag je die sperwer in de lucht?' Even was het stil. 
'Leuke begraafplaats,' overtrof ze mij. 

Tijd voor een terrasje. Op de centrale kruising van het dorpje, waar twee cafées met elkaar concurreerden, althans de ene die open was deed dat, zochten wij een fijn plekjes op het terras. De stoeltjes van hard plastic, zaten voor geen meter, maar de espresso was heet en pittig en werd met een fantastisch gebrek aan gastvrijheid op ons tafeltje gekwakt, zonder een woord te spreken serveerde de nukkige Française ons bestelling, negeerde onze dankbetuiging, draaide zich direct om en verwelkomde de stamgasten achter ons met een zelden getoonde hartelijkheid, het gebonjour en ge-ca-va vermengd met het gesmak van de twee welkomstkussen was niet van de lucht. De stamgasten wisselden met veel gesis en poeha de laatste dorpsroddels over de tafel, waar de koffie al snel werd verwisseld voor de rode wijn en de pastiche en het moest nog half twaalf worden. Alles beter dan accordeonmuziek.

Later reden we weer langs glooiende weilanden, die van elkaar gescheiden werden door donkergroene hagen van bramenstruiken en wilde rozen. Vanaf de weg bekeken kwam het landschap over zoals je het vanuit een vliegtuig kan zien: een dambord van lichtgroene vlakjes, omzoomd door donkere randjes, met witte stipjes erin die bij nadere beschouwing koeien bleken te zijn, opvallende koeien, wit van kleur met modder op de knieën, en aan hun kop oren die horizontaal en loodrecht uit de koeienkop staken, voorzien van een geel plastic label dat even groot was als het hele oor. We stopten de auto en namen foto's van dit vee. Charmant zwaaiden de koeien met hun staarten, ze streken langs hun billen die opvallend recht op hun lijf stonden, een lijf met hoekige rondingen, de rug recht en strak, zonder pardon overgaand in de koeienbil, zoals een auto een kofferbak kan hebben, zo hadden deze koeien billen. Billen waar een vrouw zich voor zou schamen maar die een koe eeuwig flatteus stonden. En wij maakten foto's. 

En wij reden door en stopten even later weer nog een keer. Nu bij donkerbruine stieren. Met enorme ballen, en dito hoornen op de kop. Hoornen zoals Astrix op zijn helm heeft staan. Ze straalden een geweldige geile geldingsdrang uit, zoals je dat wel eens op het steand ziet, op de six-pack-zone. Twee van deze stieren, begonnen met hun koppies langs elkaar heen te strijken en voor we het wisten keken we naar een soort baltswals. We klikten onze digitale toestellen op het ritme van de klappen die de dieren maakten met hun hoornen hoofdwapens. Onze plattelandssafari werd een succes. Helemaal toen we in het veld loslopende varkens tegen kwamen, gewoon op het weiland met een eigen modderpoel en heel veel ruimte, gelukkig wachtend op hun lot. En zo reden we gelukkig terug naar onze camping waar de laatste noten van de accordeon-workshop net weggestorven waren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Laat hier je reactie op het bericht achter.